ECLI:NL:RBNHO:2025:12467

ECLI:NL:RBNHO:2025:12467, Rechtbank Noord-Holland, 13-08-2025, 11250994

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-08-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 11250994
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

CELEX:32004R0261 EU:32004R0261

Samenvatting

Tekort beveiligingspersoneel op Schiphol. Hoewel de (operationele) keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten hem in beginsel niet ontslaat van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren, heeft de vervoerder in dit geval voldoende aannemelijk gemaakt dat afladen van bagage van de niet-verschenen passagiers net zoveel (of zelfs meer) vertraging zou hebben veroorzaakt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11250994 \ CV EXPL 24-5529

Uitspraakdatum: 13 augustus 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1], wonende te [plaats 1],

2. [eiser 2],

3. [eiser 3],beiden wonende te [plaats 2] (Koeweit),

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

FZE Free Zone Establishment Emirates

gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 9 mei 2022 vervoeren van Schiphol naar Dubai met vlucht EK148, hierna: de vlucht.

Vanuit Dubai zouden de passagiers verder vliegen naar verschillende eindbestemmingen.

De vlucht is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht(en) gemist.

De passagiers zijn omgeboekt naar alternatieve vluchten naar hun respectievelijke eindbestemmingen, waarmee zij met meer dan drie uur vertraging zijn aangekomen.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 326,70 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van een groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol. Hierdoor ontstonden er extreem lange wachtrijen met vertrekkende passagiers. Als gevolg van het niet op tijd door Schiphol afhandelen van de vertrekkende passagiers bij de security check, kwamen veel passagiers te late aan bij de gate voor hun vlucht. Hoewel de (operationele) keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten hem in beginsel niet ontslaat van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren, heeft de vervoerder in dit geval voldoende aannemelijk gemaakt dat afladen van bagage van de niet-verschenen passagiers net zoveel (of zelfs meer) vertraging zou hebben veroorzaakt. Het afladen van de bagage van alle niet verschenen passagiers zou er namelijk ten eerste toe hebben geleid dat er opnieuw een gewichtsverdelingsberekening van de vlucht gemaakt zou moeten worden, omdat zoveel bagage verwijderen invloed heeft op de belading van de vlucht. Bovendien is de vervoerder voor het afladen van bagage afhankelijk van de faciliteiten van de luchthaven, en had ook de grondafhandeling van Schiphol op de datum van de vlucht te kampen met congestieproblemen. Om veiligheidsredenen is het wettelijk niet toegestaan om te vertrekken met bagage aan boord van passagiers die zelf niet meevliegen. Het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.

De vertraging door de verlate binnenkomst van de voorafgaande vlucht is in dit kader van ondergeschikt belang. Als alleen die vertraging zich had voorgedaan, hadden de passagiers hun aansluitende vlucht(en) kunnen halen. Hieruit volgt dan ook dat de uiteindelijke vertraging op de eindbestemming het gevolg is geweest van het tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol, en dus van buitengewone omstandigheden.

De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht(en) naar hun respectievelijke eindbestemmingen. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?