RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11461042 \ CV EXPL 24-9004
Uitspraakdatum: 6 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1] ,
2. [eiser 2] ,beiden wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. J.J.H. Post
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Bravonext S.A.
gevestigd te Chiasso (Zwitserland)
gedaagde
hierna te noemen: Bravonext
gemachtigde: A. Pisani
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- het verwijzingsvonnis van de rechtbank Amsterdam.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagiers hebben via Bravofly.com vliegtickets gekocht voor vervoer in de Business en First Class van de volgende vluchten:- van Amsterdam via Zürich naar Johannesburg op 8 september 2020, LX0729 en LX0288;- van Johannesburg via Frankfurt naar Amsterdam op 30 september 2020, LH0573 en LH0988.
Swiss en Lufthansa zouden de vluchten uitvoeren.
De reis naar Zuid-Afrika heeft als gevolg van de wereldwijde COVID-19 pandemie geen doorgang kunnen vinden.
De passagiers hebben bezwaar gemaakt tegen de aangeboden terugbetaling en hebben aangegeven dat zij willen worden omgeboekt naar een andere vlucht met vergelijkbare vervoersvoorwaarden op een datum van hun keuze.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat Bravonext, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 12.591,37, te vermeerderd met de wettelijke rente over € 11.492,00 vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 889,92 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 998,83 aan vertaalkosten;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers stellen dat Bravonext door haar handelen de in de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) neergelegde keuze doorkruist en blokkeert. Daarmee schiet Bravonext toerekenbaar tekort in de nakoming van de bemiddelingsovereenkomst, dan wel handelt zij onrechtmatig. De schade van de passagiers is gelijk aan de actuele commerciële waarde van twee gelijkwaardige vliegtickets.
Bravonext betwist de vordering. Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Het uitgangspunt is dat passagiers in het geval van een annulering de keuze moeten krijgen tussen omboeking of restitutie (artikel 8 van de Verordening). De passagiers verwijten Bravonext dat zij nooit een dergelijke keuze hebben gehad, omdat Bravonext zonder overleg met de passagiers een terugbetaling namens hen heeft aangevraagd bij Swiss/Lufthansa. Daardoor was het voor Swiss/Lufthansa niet meer mogelijk om de passagiers om te boeken.
De verplichtingen uit de Verordening rusten op de uitvoerende luchtvaartmaatschappij. Vaststaat dat Bravonext géén luchtvaartmaatschappij is, maar slechts een bemiddelaar. Het enkele feit dat in de algemene voorwaarden van Bravonext naar de Verordening wordt verwezen maakt dat niet anders.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan verder uit de omstandigheid dat de passagiers Bravonext hebben ingeschakeld als vertegenwoordiger om vluchten voor hen te boeken niet worden afgeleid dat de passagiers Bravonext óók hebben gemachtigd om op te treden als vertegenwoordiger in het geval van annulering van de vluchten. Dat betekent dat Bravonext niet zonder overleg met de passagiers een terugbetaling had mogen aanvragen. Dit doet echter niets af aan de rechtstreekse verplichtingen van de uitvoerende luchtvaartmaatschappij (in dit geval Swiss/Lufthansa) jegens de passagiers. Een terugbetaling aan Bravonext ontslaat de vervoerder namelijk niet van zijn wettelijke verplichtingen onder de Verordening, tenzij sprake is van een ‘uitdrukkelijke machtiging’ van de passagiers aan Bravonext. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken. Dat betekent dat de passagiers het recht hebben behouden om een vordering op grond van de Verordening tegen Swiss en/of Lufthansa in te stellen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de passagiers geen schade hebben geleden door het handelen van Bravonext. Voor zover de vordering tegen Swiss en/of Lufthansa inmiddels is komen te vervallen, komt dit tijdsverloop voor rekening en risico van de passagiers.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagiers zal afwijzen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Bravonext worden vastgesteld op een bedrag van € 812,00 aan salaris van de gemachtigde van Bravonext;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter