RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11304799 \ CV EXPL 24-6399
Uitspraakdatum: 13 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
eiser in het verzethierna te noemen: de vervoerdergemachtigde: mr. B. Koolhaas
tegen
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
3. [gedaagde 3],
4. [gedaagde 4],
5. [gedaagde 5],
6. [gedaagde 6],
7. [gedaagde 7],
8. [gedaagde 8],allen wonende te [plaats], gedaagden in het verzet
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Aviclaim
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het verstekvonnis van 10 juli 2024;
- de verzetdagvaarding(en);- de conclusie van antwoord in oppositie;
- de conclusie van repliek in oppositie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 20 mei 2022 vervoeren van Amsterdam naar Praag, met vlucht EC7907 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.
3. Het geschil
De passagiers hebben bij inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zou worden tot betaling van:- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder vordert, in de verzetdagvaarding, de vervoerder te ontheffen van de veroordeling die in het verstekvonnis 10 juli 2024 is uitgesproken, de vorderingen van de passagiers af te wijzen, met veroordeling van de passagiers, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht in kwestie (Amsterdam naar Praag) vanwege de doorwerking van buitengewone omstandigheden dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de gehele rotatie AMS-PRG-AMS (vertraagd) uit te voeren zonder daarbij de nachtsluiting van de luchthaven Schiphol te schenden. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Praag (vertraagd) uit te voeren. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Passagiers mogen niet de dupe worden van de bedrijfseconomische keuzes die de vervoerder maakt. De conclusie is dat het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden faalt. De passagiers hebben daarom recht op compensatie.
De conclusie is dat het verzet ongegrond is en dat het verstekvonnis zal worden bevestigd. De vervoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
5. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het verstekvonnis van 10 juli 2024 in de zaak met zaaknummer 11091707 / CV EXPL 24-2825;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor de passagiers worden vastgesteld op een bedrag van € 204,00 aan salaris van de gemachtigde van de passagiers;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter