RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11179227 \ CV EXPL 24-4400
Uitspraakdatum: 27 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Aviclaimrolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O. (Turkish Airlines)
gevestigd te Istanbul (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 5 juni 2022 vervoeren van Amsterdam via Istanbul (Turkije) naar Cotonou (Benin), met vluchten TK1952 en TK559.
Vlucht TK1952 van Amsterdam naar Istanbul (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar Cotonou gemist. Hij is omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij 21 uur en 30 minuten later dan oorspronkelijk gepland is aangekomen.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Tussen partijen is niet in geschil dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
De vervoerder moet in het stadium van de planning van de vlucht(en) redelijkerwijs rekening houden met het risico op vertraging. De kantonrechter acht in dit kader een reservetijd (of ‘buffer’) van ten minste 20 minuten bovenop de minimale overstaptijd (MCT) tussen de aansluitende vluchten (TK1952 en TK559) noodzakelijk. In dit geval hebben de buitengewone omstandigheden tot een vertraging van 1 uur en 18 minuten geleid. De kantonrechter concludeert dat, ook al had de vervoerder voldoende reservetijd in acht genomen, de passagier zijn aansluitende vlucht niet meer had kunnen halen. De passagier had in dat geval namelijk slechts twee minuten gehad om zijn aansluitende vlucht te halen, hetgeen onmogelijk was geweest.
De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagier heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht naar de eindbestemming, waar hij met minder dan 24 uur vertraging is aangekomen. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagier zal afwijzen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt ,te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter