RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11258408 \ CV EXPL 24-5710
Uitspraakdatum: 27 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O. gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eiseres.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
[betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 16 en 17 december 2023 vervoeren van Amsterdam via Istanbul (Turkije) naar Erbil (Irak).
De vlucht van Istanbul naar Erbil (TK7696, hierna: de vlucht) is geannuleerd.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Volgens hem is de vlucht geannuleerd vanwege slechte weersomstandigheden in Erbil. In de nacht van 16 op 17 december 2023 werd mist voorspeld. Rond middernacht UTC (het tijdstip waarop de vlucht in Erbil zou landen) zou het zicht naar verwachting teruglopen tot (slechts) 900 meter, terwijl een zicht van 1600 meter noodzakelijk was om veilig te kunnen landen. In dit verband is van belang dat de vlucht zou worden uitgevoerd door een toestel dat alleen gebruik maakte van een Localizer (LCO) zonder Glide Slope (GS). Dit houdt in dat de piloot de daling manueel zou moeten controleren en daarom meer zicht nodig zou hebben. Op basis van deze weersvoorspellingen heeft de gezagvoerder de beslissing genomen de vlucht te annuleren.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat er rond de geplande uitvoering van de vlucht sprake was van slechte weersomstandigheden in Erbil. De gezagvoerder is bevoegd die maatregelen te treffen die hij nodig acht om de vliegveiligheid te waarborgen. Het besluit van de gezagvoerder om de vlucht te annuleren, moet door de kantonrechter daarom terughoudend en marginaal worden getoetst. Het mag niet zo zijn dat luchtvaartmaatschappijen ertoe worden gebracht om voorrang te geven aan de handhaving en punctualiteit van hun vluchten boven de nagestreefde veiligheid van hun passagiers. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de gezagvoerder niet in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen, noch dat deze beslissing is genomen op basis van omstandigheden die in de invloed- en risicosfeer van de vervoerder lagen en door hem hadden kunnen worden voorkomen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De passagiers zijn met minder dan 24 uur vertraging op hun eindbestemming aangekomen. Het aanbieden van vlucht TK4360 vormt naar het oordeel van de kantonrechter dan ook een redelijke maatregel. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Airhelp worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de kosten van betekening van het vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
veroordeelt Airhelp tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd (als betekening plaatsvindt), met de kosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter