RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11306633 \ CV EXPL 24-6486
Uitspraakdatum: 1 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company
gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 11 maart 2023 vervoeren van Tenerife (Spanje) naar Amsterdam, met vlucht EZY7942 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht nachtelijk vertraagd.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de nachtelijke vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht niet tijdig kon vertrekken vanwege slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding en vervolgens niet meer kon worden uitgevoerd omdat deze de avondklok te Amsterdam zou schenden. Airhelp heeft hiertegen aangevoerd dat Schiphol geen harde nachtsluiting kent. Ter onderbouwing hiervan heeft Airhelp verwezen naar een schema waaruit blijkt dat er meerdere toestellen na het ingaan van de nachtsluiting op Schiphol zijn geland.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, tegenover het gemotiveerde verweer van Airhelp, onvoldoende heeft onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Dit volgt ook niet uit de door hem overgelegde schermafbeelding van de website van de ILT. Uit deze schermafbeelding blijkt slechts dat het voor vluchten zonder nachtslot niet is toegestaan ’s nachts te landen en dat bij overtreding boetes kunnen volgen. Daaruit volgt echter niet dat het voor de vervoerder onmogelijk is om een nachtslot aan te vragen. Ook heeft de vervoerder niet toegelicht waarom een eventuele aanvraag volgens hem zou worden afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de vertraging. Dit betekent dat deze niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
De conclusie is dat de vordering van Airhelp wordt toegewezen.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2023 tot de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 164,00
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter