ambtshalve beschikking
in het bewind en mentorschap van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: betrokkene of [betrokkene],
met als bewindvoerders, tevens mentoren,
[moeder] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: de moeder
en
[vader],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: de vader.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
.
Het verzoek is mondeling behandeld op 21 oktober 2025. Aanwezig waren [betrokkene], de vader en de moeder. [betrokkene] is voorafgaand aan de zitting gehoord door de kantonrechter in aanwezigheid van de griffier. Zij heeft rest van de zitting bijgewoond vanuit de zaal.
beoordeling
Bij beschikkingen van 5 januari 2018 is het vermogen van [betrokkene] onder bewind gesteld. Tevens is er een mentorschap ten behoeve van [betrokkene] ingesteld. De grondslag van het bewind en mentorschap is de lichamelijke of geestelijke toestand van [betrokkene]. De vader en de moeder zijn benoemd tot bewindvoerders en mentoren.
De vader heeft zich gericht tot de kantonrechter met een verzoek tot schorsing dan wel herverdeling van de taken tussen hem en de moeder omdat hij niet in staat is zijn wettelijke taken als bewindvoerder en mentor uit te voeren.
De vader heeft de moeder namelijk schriftelijk verzocht om inzage in het PGB. De moeder heeft volgens de vader hieraan geen gehoor gegeven. De kantonrechter heeft de ouders verzocht met elkaar in gesprek te gaan. Hiertoe is de moeder niet bereid gebleken. Per mail heeft zij aangegeven dat zij een gesprek met de vader niet zinvol vindt. Zij voelt zichzelf niet veilig in een 1 op 1 gesprek met de vader. De moeder heeft aangegeven bereid te zijn haar standpunt op een zitting toe te lichten.
Ook ter zitting is duidelijk geworden dat de communicatie tussen de ouders niet goed verloopt. Ze vertrouwen elkaar niet.
[betrokkene] heeft ter zitting aangegeven dat zij van mening is dat zolang beide ouders haar bewindvoerder en mentor zijn, er problemen blijven. Ze wil niet hoeven te kiezen tussen haar ouders omdat zij van beide ouders veel houdt. Bij de moeder zijn er dingen die zij minder leuk vindt, maar dat is bij haar vader ook het geval.
Een bewindvoerder en mentor van buiten lijkt haar ook geen goed idee. Maar zelf beslissingen nemen kan zij ook niet.
Nu is het zo geregeld dat [betrokkene] bij de moeder woont en zij ook veel bij haar [vriend] verblijft. De moeder regelt de dagelijkse geldzaken, zij is degene die de zorg voor [betrokkene] inkoopt en ook deels zelf verzorgt en zij legt verantwoording af aan het zorgkantoor over het PGB.
De vader controleert de uitgaven en denkt mee over de zorg die [betrokkene] nodig heeft.
De vader is gefrustreerd over het feit dat hij niet op detailniveau mee kan kijken en mee kan denken over de invulling van het PGB. De verantwoording gebeurt grotendeels digitaal met gebruikmaking van de Digid van de moeder en de gesprekken met het zorgkantoor doet moeder. Huisbezoeken vinden bij de moeder thuis plaats. Hierdoor wil hij de rekening en verantwoording die ten overstaan van de rechtbank moet worden ingeleverd niet ondertekenen. Hij heeft geen zicht op wat er gebeurt en of dat wel klopt.
Ter zitting heeft de kantonrechter geconcludeerd dat er naast problemen met betrekking tot de verslaglegging naar de rechtbank toe, ook verschillende ideeën bestaan over hoeveel zorg nodig is en waar en door wie die zorg geleverd moet worden. De vader maakt zich er zorgen over dat [betrokkene] veel bij haar vriend verblijft en daar ook redelijk zelfstandig opereert – zij gaat zelfstandig met haar vriend naar [een pretpark] gaat- terwijl zij een zware indicatie voor zorg heeft. De moeder voelt er niets voor om een deel van de zorg voor [betrokkene] uit te laten voeren door een nichtje van [betrokkene]. Weliswaar heeft dat nichtje de juiste papieren, maar als er dingen niet goed lopen, is dat niet alleen een zakelijk, maar ook een familiaal probleem, aldus de moeder.
De wet bepaalt dat iemand twee bewindvoerders en twee mentoren kan hebben. In de praktijk werkt dat alleen als er sprake is van een goede samenwerking en overeenstemming over welke uitgaven gedaan moeten worden en welke zorg nodig is. Dat is nu niet het geval.
De kantonrechter kan nu beide bewindvoerders en mentoren ontslaan en een professional benoemen of een van de mentoren/bewindvoerders ontslaan. Formeel is er nog een mogelijkheid een taakverdeling vast te stellen, maar de kantonrechter heeft geen werkbaar voorstel ter beoordeling voorgelegd gekregen.
Het is voor de kantonrechter geen optie de huidige situatie te laten voortbestaan. [betrokkene] heeft het gevoel klem te zitten tussen haar ouders en ook de ouders zijn niet tevreden met de situatie zoals die nu is.
Omdat niemand er iets in ziet om een professionele mentor en bewindvoerder te benoemen, kiest de kantonrechter er voor om de moeder te belasten met het bewind en het mentorschap. De kantonrechter sluit hierbij aan bij de dagelijkse praktijk. Er zal voor [betrokkene] niets veranderen.
De kantonrechter spreekt de hoop uit dat deze beslissing wat rust zal brengen.
Doordat de vader niet meer mee hoeft te tekenen bij de rekening en verantwoording, is hier ook niet meer aansprakelijk voor.
De moeder zal als budgethouder van het PGB beslissen welke zorg ingekocht wordt en is in eerste instantie verantwoording hierover verschuldigd aan het zorgkantoor.
Hoewel de vader en de moeder in de nieuwe situatie niet meer samen bewindvoerder en mentor zijn, blijven zij wel samen de ouders van [betrokkene], zoals zij dat ook van hun andere kinderen zijn.
Gelet op de inhoud van de stukken en de behandeling ter zitting zal de kantonrechter de vader ontslaan als bewindvoerder en mentor.
beslissing
De kantonrechter:
- ontslaat met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking als bewindvoerder en mentor [vader], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], [adres];
- verklaard deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.