RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/370168 / FA RK 25-4976
beschikking van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. E. Boskma, kantoorhoudende te Alkmaar.
1. Procedure
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
eigen plan van aanpak van 5 september 2025;
de medische verklaring van 16 september 2025;
het zorgplan van 17 september 2025;
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 25 september 2025;
een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz van 1 oktober 2025;
verklaring niet voorkomen in het curatele- en bewindregister van 1 oktober 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
20 oktober 2025, in het gebouw van de rechtbank.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[casemanager GGZ] , casemanager GGZ;
[casemanager GGZ] , casemanager GGZ.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
levensgevaar;
ernstige psychische schade;
maatschappelijke teloorgang;
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychotisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:
- het beperken van bewegingsvrijheid, telkens maximaal 3 maanden;
- opnemen in een accommodatie, telkens maximaal 3 maanden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
De advocaat van betrokkene heeft namens betrokkene aangevoerd dat de rechtbank het verzoek had moeten behandelen voor het verstrijken van de expiratiedatum van de eerder verleende zorgmachtiging. Nu dat niet is gebeurd, kan de duur van de machtiging niet langer dan voor zes maanden worden verleend. De advocaat verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar recente jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:1321).
De rechtbank verwerpt het verweer. De voorafgaande zorgmachtiging, die een duur had van zes maanden en aansloot op een voortzetting crisismaatregel, liep tot en met 4 oktober 2025.
De officier van justitie heeft op 1 oktober 2025 een verzoek ingediend tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Dit is in overeenstemming met artikel 6:6, tweede lid, van de Wvggz, waaruit volgt dat de officier van justitie tot het verstrijken van de geldigheidsduur van de eerste zorgmachtiging van (maximaal) zes maanden een verzoek tot een aansluitende zorgmachtiging kan indienen bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de zaak vervolgens behandeld en uitspraak gedaan op 20 oktober 2025. Dit is in overeenstemming met artikel 6:2, eerste lid, sub e van de Wvggz, waarin staat dat de rechter uiterlijk drie weken na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging uitspraak doet.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de zorgmachtiging voor twaalf maanden kan worden afgegeven.
Het door de advocaat aangehaalde arrest van de Hoge Raad ziet op een andere situatie, namelijk een geval waarin de rechtbank níet uiterlijk drie weken na ontvangst van het verzoekschrift uitspraak had gedaan.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 12 maanden, en geldt aldus tot en met
20 oktober 2026.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op
[geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 is vermeld, alles voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4 een kortere duur is vermeld.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 oktober 2026.