RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9737546 \ CV EXPL 22-1510
Uitspraakdatum: 22 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1], wonende te [plaats 1]
3. [eiser 3]
2. [eiser 2]wonende te [plaats 2]
4. [eiser 4] beiden wonende te [plaats 3]
5. [eiser 5]wonende te [plaats 4]
6. [eiser 6]wonende te [plaats 5]
7. [eiser 7]wonende te [plaats 6]
8. [eiser 8]wonende te [plaats 7] (Duitsland) eisers
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
United Airlines Inc. gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerdergemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers & mr. I. Terlouw (Van Traa Advocaten)
De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder stelt dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd doordat de crew vanwege een zieke passagier (en noodzakelijk uitwijken als gevolg daarvan) de verplichte rusttijd in acht moest nemen. Dit betoog van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.
1. Het procesverloop
De passagiers hebben bij dagvaarding van 20 december 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Op 24 september 2025 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben hierbij gebruikgemaakt van spreekaantekeningen. Daarnaast heeft de griffier aantekeningen gemaakt van wat partijen voor het overige ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 6 januari 2020 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Newark Liberty International Airport (Verenigde Staten), met vlucht UA71 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 4.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 januari 2020, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 732,05 dan wel € 726,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 januari 2020 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
Volgens de vervoerder stond het toestel dat de vlucht zou uitvoeren gepland om eerst vlucht UA70 van Newark naar Amsterdam uit te voeren. Tijdens de uitvoering van vlucht UA70 ontstond een medische noodsituatie, te weten een zieke passagier. Er moest daarom worden uitgeweken naar de luchthaven van Bangor (Maine, USA). Dit heeft er vervolgens toe geleid dat de passagiers vertraagd zijn aangekomen op hun eindbestemming, aldus de vervoerder.
De passagiers hebben het voorgaande niet betwist, zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt. Partijen zijn echter verdeeld over de vraag of de additionele vertraging van de vlucht als buitengewone omstandigheid kwalificeert.
De vervoerder stelt in dit verband dat de maximaal toegestane vliegtijd van de crew 9 uur bedroeg. Voor de vlucht van Amsterdam naar Newark stond 8 uur en 35 minuten gepland. Doordat het eerste deel van de rotatie met vertraging arriveerde, moest de crew een rusttijd van 4 uur en 55 minuten in acht nemen alvorens met de uitvoering van de vlucht kon worden aangevangen, aldus de vervoerder. De passagiers betwisten dit. Zij voeren namelijk onder meer aan dat de vervoerder de crew al tijdens het uitwijken had kunnen informeren over de vertraging. Er was dan slechts sprake van een vertrekvertraging van 5,5 uur, aldus de passagiers.
De kantonrechter stelt voorop dat het uit de uren lopen van de bemanning in beginsel een operationeel probleem is. Voor zover deze omstandigheid als buitengewone omstandigheid kan worden aangemerkt, ligt het op de weg van de vervoerder om dit te onderbouwen. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder hier, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, in is geslaagd. Hij had als gevolg van de geldende wet- en regelgeving en in verband met de vliegveiligheid geen andere keuze dan de crew pas om 07:45 uur (lokale tijd) te waarschuwen. Dit is een omstandigheid die, anders dan ziekte en/of overlijden van bemanningsleden, niet binnen de risicosfeer van de vervoerder valt. Een deskundigenadvies kan in het onderhavige geval dan ook achterwege blijven. De conclusie is dat het beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden slaagt. Het feit dat de vlucht onderweg nog vertraging heeft opgelopen is in dit kader van ondergeschikt belang. Na aftrek resteert namelijk een vertraging van minder dan drie uur.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder zijn uiterste best heeft gedaan om alsnog zo snel mogelijk naar de eindbestemming te vliegen. Daarom heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 1.017,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter