RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10804610 \ CV FORM 23-7553
Uitspraakdatum: 8 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Air France
gevestigd te Roissy (Frankrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 27 november 2021 moest vervoeren van Bangkok International Airport (Thailand) via Charles de Gaulle Airport (Parijs, Frankrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie AF165 en KL1246.
De vervoerder heeft vlucht AF165 van Bangkok naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
In het formulier A hebben de passagiers aangegeven een mondelinge behandeling te verlangen, als de vervoerder reageert met stukken ter staving van zijn stellingen. De kantonrechter zal dit verzoek echter weigeren omdat zij, gezien de omstandigheden van de zaak, van oordeel is dat een eerlijke rechtspleging in deze zaak geen mondelinge behandeling vergt.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder stelt in dit verband dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door de verlate binnenkomst van de voorgaande vlucht met hetzelfde toestel (1 uur en 44 minuten). Het toestel dat de vlucht zou uitvoeren stond gepland om eerst vlucht AF166 van Parijs naar Bangkok uit te voeren. Voor deze vlucht moesten alle passagiers een hard copy negatief testresultaat van een COVID test bij zich hebben. Tijdens het boarden werd echter duidelijk dat velen van hen niet de juiste reisbescheiden konden tonen, zodat hun bagage van boord gehaald moest worden. De passagiers zijn uiteindelijk met een vertraging van 1 uur en 19 minuten in Parijs aangekomen, aldus de vervoerder.
De kantonrechter overweegt dat de Europese Commissie heeft aangegeven dat de maatregelen die overheden nemen om de COVID-19-pandemie in te perken naar hun aard en oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen en dat de coronacrisis daarom valt aan te merken als een buitengewone omstandigheid. Hoewel de kantonrechter niet gehouden is aan de richtsnoeren, nu dit geen geldend recht is, kunnen deze wel richtinggevend zijn.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Hij had namelijk vanwege de in Thailand geldende maatregelen geen andere keuze dan passagiers (feitelijk) de instap te weigeren. Bovendien leidt het van boord moeten halen van ingecheckte bagage tot een vliegveiligheids- dan wel beveiligingsprobleem. Deze omstandigheden zijn niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Dit betekent dat de vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg is van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat de omboeking van de passagiers op vlucht KL1224 als redelijke maatregel kan worden aangemerkt. De vervoerder stelt namelijk dat sneller vervoer niet mogelijk was. Daarom kon er in de gegeven omstandigheden niet meer van de vervoerder worden verwacht. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
De passagiers worden, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 204,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open