RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11660222 \ CV FORM 25-2536
Uitspraakdatum: 8 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker] wonende te [plaats] (Frankrijk)
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Société Air France
gevestigd te Roissy (Frankrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)De zaak in het kortDe passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan, namelijk orkaan Tammy. Dit beroep wordt gehonoreerd. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. Dit betekent dat het verzoek van de passagier wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
2. De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar moest vervoeren van Princess Juliana International Airport (Sint-Maarten) naar Charles de Gaulle Airport (Frankrijk), hierna te noemen ‘de vlucht’, en van Parijs naar Amsterdam-Schiphol Airport op 23 en 24 oktober 2023, met de vluchtcombinatie AF499 en KL1230.
Er heeft een schemawijziging plaatsgevonden. De passagier is op 24 en 25 oktober 2023 met de vluchten AF499 en KL1228 naar haar eindbestemming vervoerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de schemawijziging dan wel annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt voorop dat een geschil over een reisovereenkomst binnen het toepassingsgebied van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening) valt, ook wanneer de contractpartijen, te weten de consument en zijn wederpartij, beiden woonplaats hebben in dezelfde lidstaat maar de bestemming van de reis in het buitenland is gelegen. De kantonrechter stelt daarom vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De kantonrechter overweegt dat de passagier in het formulier A heeft gesteld dat de vlucht is geannuleerd. Ter onderbouwing heeft zij verschillende e-mails van de vervoerder overgelegd. De vervoerder heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vlucht voor de passagier als geannuleerd moet worden beschouwd.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. Daarom moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.Dergelijke omstandigheden kunnen zich onder meer voordoen in geval van slechte weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat er omstreeks de geplande vertrekdatum van de vlucht sprake was van dusdanig gevaarlijke weersomstandigheden dat hij genoodzaakt was zijn schema te wijzigen. Deze omstandigheden zijn niet inherent aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Bovendien mag het niet zo zijn dat luchtvaartmaatschappijen ertoe worden gebracht om voorrang te geven aan de handhaving en punctualiteit van hun vluchten boven de nagestreefde veiligheid van passagiers. Daarom slaagt het beroep op buitengewone omstandigheden.
Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vertraging is namelijk zo beperkt mogelijk gebleven. Er kon in de gegeven omstandigheden niet meer van de vervoerder worden verwacht. De passagier heeft daar ook niets concreets over aangevoerd. Het verzoek van de passagier zal daarom worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open