ECLI:NL:RBNHO:2025:12680

ECLI:NL:RBNHO:2025:12680, Rechtbank Noord-Holland, 22-10-2025, 11676069

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-10-2025
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer 11676069
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart; EPGV; Amsterdamse avondklok; beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden slaagt; hotelkosten toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11676069 \ CV FORM 25-2819

Uitspraakdatum: 22 oktober 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1. [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]

2. [verzoeker 2]wonende te [plaats 2]

3. [verzoeker 3]wonende te [plaats 3]

4. [verzoeker 4]wonende te [plaats 4]

5. [verzoeker 5]wonende te [plaats 5]

6. [verzoeker 6]wonende te [plaats 6] verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen (Oostenrijk)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

1. Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 21 juli 2024 moest vervoeren van Marco Polo Airport (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU4071 (hierna: de vlucht).

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 1.779,63, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 266,94 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.Daarnaast verzoeken zij de vervoerder te veroordelen tot betaling van de door hen gemaakte kosten voor een hotelovernachting (€ 279,63).

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

Omdat vast staat dat de vlucht is geannuleerd, geldt in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de voorgaande vluchten vertraagd werden uitgevoerd door besluiten van de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat deze (vertrek)vertraging ertoe heeft geleid dat de vlucht pas na het ingaan van de Amsterdamse avondklok zou arriveren. Bovendien zou de vertraging door het mobiliseren van een stand-by toestel alleen maar verder zijn opgelopen. Omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd, kon het toestel niet eerder vertrekken. Ook de avondklok is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Daarom is de annulering van de vlucht het gevolg van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden.

Bovendien oordeelt de kantonrechter dat de omboeking van de passagiers op vlucht KL1628 als redelijke maatregel kan worden aangemerkt. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. De passagiers hebben ook niets anders aangevoerd. De door de passagiers verzochte compensatie zal daarom worden afgewezen.

Omdat de vervoerder de verzochte hotelkosten niet heeft betwist, zal dit deel van het verzoek worden toegewezen.

De verzochte wettelijke rente over deze kosten is niet toewijsbaar vanaf 21 juli 2024 omdat – wat deze kosten betreft – voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling is vereist. Deze rente zal derhalve worden toegewezen vanaf 22 dagen na 29 juli 2024, nu gesteld noch gebleken is dat sprake is van een eerdere datum van het intreden van het verzuim.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de verzochte buitengerechtelijke kosten daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 50,75 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.

De passagiers worden, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 330,38, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 279,63 vanaf 20 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 204,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?