RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11926236 \ KG EXPL 25-141 TB
Vonnis in kort geding van 6 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
CELMAR ONROEREND GOED B.V.,
te Hoogkarspel, gemeente Drechterland,
eisende partij,
hierna te noemen: Celmar Onroerend Goed,
gemachtigde: A. Bartlema,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 oktober 2025- de mondelinge behandeling van 30 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de verstekverlening tegen de niet verschenen [gedaagde] .
2. De beoordeling
Celmar Onroerend Goed vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 6.015,80 ter zake achterstallige huur en verschuldigde boetes per 1 juni 2025, tot doorbetaling van de maandelijkse huur van € 1.203,95 tot de dag van de ontruiming en tot betaling van € 675,79 wegens gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert Celmar Onroerend Goed ontruiming van de gehuurde bedrijfsruimte binnen drie dagen na betekening van het vonnis en een dwangsom van € 5.000,00 voor het geval [gedaagde] met tijdige ontruiming in gebreke blijft.
Celmar Onroerend Goed legt aan de vorderingen ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] van Celmar Onroerend Goed de kantoorruimte gelegen te Zwaag aan de [adres] huurt en dat er een huurachterstand van vier maanden is ontstaan. Verder is [gedaagde] op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden boetes en kosten verschuldigd. Celmar Onroerend Goed stelt verder nog dat het vermoeden bestaat dat [gedaagde] de kantoorruimte als woonruimte gebruikt. Het gehuurde is uitsluitend bestemd als kantoorruimte – overeenkomstig de bestemming – en ander gebruik ervan is in strijd met de bepalingen van de huurovereenkomst (artikel 1.2), alsmede de wet.
De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen, nu deze naar haar aard spoedeisend zijn en niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, behoudens het navolgende.
Celmar Onroerend Goed heeft op grond van haar algemene voorwaarden boetes gevorderd. De gevorderde boetes over de openstaande huurpenningen vanaf november 2025 zullen worden afgewezen. Het betreft een toekomstige vordering en die is nu nog niet opeisbaar.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Celmar Onroerend Goed worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,73
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.344,73
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te Zwaag te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Celmar Onroerend Goed zijn, en de sleutels af te geven aan Celmar Onroerend Goed, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt, voor het geval [gedaagde] met de tijdige ontruiming in gebreke blijft,
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Celmar Onroerend Goed:
a. a) € 6.015,80 aan achterstallige huur en boetes tot en met 30 oktober 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
b) € 1.203,95 per maand vanaf 1 november 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
veroordeelt [gedaagde] om aan Celmar Onroerend Goed te betalen een bedrag van € 675,79 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.344,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.