RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./repnr.: 11363030 \ EJ VERZ 24-40
Uitspraakdatum: 17 juni 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [plaats 1],
verzoekster tevens verweerster in het zelfstandig tegenverzoek,
verder te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: mr. M.E.M. Vermeij, die zich na de zitting heeft onttrokken,
tegen
de vereniging van eigenaars
VVE [verweerster 1],
gevestigd te [plaats 2],
verweerster,
verder te noemen: de VvE,
en
[verweerster 2],
wonende te [plaats 2],
verweerster, tevens verzoekster in het zelfstandige tegenverzoek,
verder te noemen: [verweerster 2],
gemachtigde: mr. P. Vis.
1. Het procesverloop
[verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend, ingekomen op 19 juli 2024 ter griffie van de Rechtbank Amsterdam. Bij beschikking van 16 oktober 2024 heeft de kantonrechter te Amsterdam de behandeling van de zaak verwezen naar de Rechtbank Noord-Holland.
[verzoekster] heeft op 9 februari 2025 haar verzoekschrift aangevuld. [verweerster 2] heeft op 1 mei 2025 een verweerschrift en een zelfstandig tegenverzoek ingediend. [verzoekster] heeft op 12 mei 2025 schriftelijk op het tegenverzoek gereageerd.
Op 13 mei 2025 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [verweerster 2] heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd.
[verweerster 2] is vervolgens nog in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de reactie van [verzoekster] op het tegenverzoek. Dat heeft zij gedaan op 20 mei 2025.
2. Feiten
Bij akte van splitsing van 8 februari 1977 is het gebouw aan de [adres] gesplitst in twee appartementen ([nummer] zwart en [nummer] rood). Daarbij is de VvE opgericht. In de splitsingsakte is het Modelreglement 1973 (hierna: het modelreglement) van toepassing verklaard, met de daarop in de splitsingsakte vermelde van toepassing zijnde wijzigingen.
[verzoekster] is eigenaar van het appartement aan de [adres] zwart. Dit is een bedrijfsruimte. Zij woont zelf in [plaats 1].
[verweerster 2] is eigenaar van het appartement aan de [adres] rood. Dit is een woning die door [verweerster 2] wordt bewoond.
De twee appartementseigenaren vormen samen, ieder voor gelijke delen, de VvE.
[verweerster 2] is in de algemene ledenvergadering van 7 januari 2015 benoemd tot voorzitter van de vergadering. In de vergadering van 24 april 2023 is dit opnieuw vastgesteld. [verweerster 2] is ook administrateur van de VvE.
Op 18 juni 2024 heeft een vergadering van de VvE plaatsgevonden. Op die vergadering was [verweerster 2] als voorzitter aanwezig. Ook de partner van [verweerster 2], [betrokkene] (hierna: [betrokkene]), was op de vergadering aanwezig. Hij trad op als schriftelijk gevolmachtigde van [verweerster 2]. [verzoekster] heeft hiertegen op de vergadering bezwaar gemaakt. Op de vergadering zijn geen besluiten genomen.
In artikel 32 van het modelreglement staat:
5. Door de vergadering wordt uit de eigenaars of hun echtgenoten een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter benoemd. Voor de eerste maal kan de benoeming van de voorzitter bij de akte geschieden. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden voor onbepaalde tijd benoemd met dien verstande, dat zij als zodanig van rechtswege defungeren zodra zij ophouden eigenaars te zijn. Zij kunnen te allen tijde door de vergadering worden ontslagen.
6. De voorzitter, casu quo de plaatsvervangend voorzitter, is belast met de leiding van de vergadering; bij hun afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van ten minste acht vrije dagen en wordt verzonden naar de werkelijke of, in overeenstemming met artikel 15 Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, gekozen woonplaats van de eigenaars; zij bevat de opgave van de punten der agenda alsmede de plaats van de vergadering.
7. De plaatsvervangend voorzitter treedt op ingeval van ontstentenis of belet van de voorzitter.
8. De aanwezigheid ter vergadering blijkt uit de vóór de aanvang van de vergadering ondertekende presentielijst.
In artikel 35 van het modelreglement staat:
Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gevolmachtigde, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen, behoudens het bepaalde in artikel 875 q van het Burgerlijk Wetboek.
De splitsingsakte bepaalt dat in plaats van artikel 36 van het modelreglement het volgende geldt:
1. Alle besluiten ook die waarvoor in dit reglement een afwijkende regeling is voorgeschreven, worden eenstemmig genomen.
2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht zijn aangenomen als een onzijdig persoon zich hiervoor verklaart. Deze onzijdige persoon wordt benoemd indien een der eigenaars staande de vergadering de wens daartoe te kennen geeft. De benoeming geschiedt staande de vergadering of bij gebreke van overeenstemming door de Kantonrechter te Haarlem op verzoek van een der eigenaars.
3. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel, waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben betuigd.
4. In een vergadering waarin niet alle eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn kan geen geldig besluit worden genomen. In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan acht vrije dagen en niet later dan zes weken na de eerste.
In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht het aantal stemmen dat ter vergadering worden uitgebracht.
In een brief van [verweerster 2] in hoedanigheid van administrateur/voorzitter van de VvE aan [verzoekster] van 25 januari 2025 staat:
(…) Als vereniging van Eigenaars (VvE) zijn we verplicht minstens één keer per jaar een ledenvergadering te organiseren. Op de agenda staan dan in ieder geval de jaarrekening van het afgelopen jaar en de begroting voor dit jaar. Kunt u aangeven op welke data en tijdstippen voor de maanden februari, maart of april 2025 wat u betreft deze vergadering kan plaatsvinden? Graag uw reactie uiterlijk 7 februari 2025. Vervolgens zal de Vergadering van Eigenaars worden gepland met inachtneming van de door u vermelde data en tijdstippen. De agenda en de stukken voor de vergadering ontvangt u uiterlijk acht dagen van tevoren. Als u agendapunten voor de vergadering wil aandragen, dan kan dat met een schriftelijke kennisgeving of per e-mail tot uiterlijk acht dagen voor de vergadering. (…)
3. Het verzoek
[verzoekster] verzoekt in het verzoekschrift de kantonrechter om een vervangende machtiging om de vergaderingen van de VvE te doen houden overeenkomstig artikel 32 lid 8 en artikel 35 van de splitsingsakte. Indien dit niet mogelijk is, verzoekt [verzoekster] de kantonrechter om te fungeren als “onzijdig persoon”, danwel een onzijdig persoon aan te stellen. Verder wil [verzoekster] dat [verweerster 2] wordt opgelegd zich te houden aan de correcte uitleg van artikel 32, lid 6 van de Statuten, in die zin dat ook binnen de termijn van acht dagen voor de vergadering nog agendapunten mogen worden ingediend. Ten slotte verzoekt [verzoekster] de in strijd met de Statuten gehouden VvE-vergaderingen rechtsongeldig te verklaren.
De (nadien ingeschakelde) gemachtigde van [verzoekster] heeft op de zitting toegelicht dat het verzoek van [verzoekster] in de kern erop neerkomt dat de kantonrechter bepaalt dat de eerdere besluiten van de vergadering van de VvE nietig zijn omdat deze zijn genomen in strijd met de splitsingsakte en het modelreglement. Op de vergaderingen waren immers zowel [verweerster 2] als [betrokkene] aanwezig, terwijl uit artikel 35 van de splitsingsakte uitsluit dat een eigenaar zowel in persoon als bij schriftelijk gevolmachtigde de vergadering bijwoont.
[verweerster 2] heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Op het verweer van [verweerster 2] wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. Het tegenverzoek
[verweerster 2] heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend. Zij verzoekt de kantonrechter om:
vervangende machtiging te verlenen voor het goedkeuren van de jaarrekeningen van 2023 en 2024 en het verlenen van decharge voor beide jaren, het goedkeuren van de begroting van 2025 en daarmee ook het vaststellen van de VvE-bijdrage (onveranderd) en het vaststellen van het voorgestelde huishoudelijk regelement;
voor recht te verklaren dat:
- een volmacht geen privatief karakter heeft en [betrokkene] alsdan rechtsgeldig als gevolmachtigde heeft opgetreden namens [verweerster 2] op de VvE-vergaderingen in 2023 en 2024 en dat ook op toekomstige vergaderingen op dezelfde wijze mag doen;
- [verweerster 2] bevoegd was om op de VvE-vergaderingen van 7 januari 2015 tot op heden als voorzitter van de vergadering op te treden en dat ook mag blijven doen, tot de vergadering anders beslist;
- voor recht te verklaren dat [verweerster 2] de (jaarlijkse) VvE-vergaderingen correct heeft opgeroepen, onder meer door te stellen dat agendapunten voor de vergadering tot uiterlijk acht dagen voor de vergadering kunnen worden aangedragen, en dat [verweerster 2] dit ook voor toekomstige vergaderingen op dezelfde wijze mag doen;
- voor recht te verklaren dat [verweerster 2], vanuit haar rol als bestuurslid en voorzitter, bevoegd is om de notulen op te stellen en te ondertekenen.
[verweerster 2] legt aan het eerste verzoek ten grondslag dat de VvE door het handelen van [verzoekster] op de vergaderingen in 2023 en 2024 een aantal noodzakelijke besluiten nog niet heeft kunnen nemen. Aan de verzochte verklaringen voor recht legt [verweerster 2] (samengevat) ten grondslag dat de wijze waarop de vergaderingen en de oproeping daarvoor steeds plaatsvindt, anders dan [verzoekster] meent, in overeenstemming is met de splitsingsakte en het modelreglement.
[verzoekster] heeft verweer gevoerd tegen het tegenverzoek. Op het verweer van [verzoekster] zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.
5. De beoordeling
Vooraf
De positie van de VvE
De kantonrechter stelt vast dat ter zitting de VvE niet is vertegenwoordigd zodat de VvE dus ook geen verweer heeft gevoerd. Ook het tegenverzoek is uitsluitend door [verweerster 2] en niet door de VvE ingediend.
De positie van [betrokkene]
[verzoekster] merkt in haar verzoekschrift [betrokkene] als belanghebbende aan. Het verweerschrift en het zelfstandig tegenverzoek zijn vervolgens ook mede uit naam van [betrokkene] ingediend. In de akte hebben [verweerster 2] en [betrokkene] erkend dat [betrokkene] geen formele procespartij is en dat het zelfstandig tegenverzoek uitsluitend namens [verweerster 2] is ingediend.
Vast staat dat [betrokkene] geen eigenaar is van het appartementsrecht [adres] rood en geen lid van de VvE. Dat betekent dat hij niet als verweerder of belanghebbende in deze procedure kan worden aangemerkt. Evenmin kan [betrokkene] als verzoeker in het tegenverzoek optreden. Dat betekent dat [verzoekster] niet ontvankelijk is in haar verzoek voor zover dat tegen [betrokkene] is gericht en dat [betrokkene] in het tegenverzoek, voor zover dat namens hem zou zijn ingediend, ook niet ontvankelijk is. het verzoekVervangende machtiging
De kantonrechter stelt voorop dat het verzoek van [verzoekster] niet uitblinkt in helderheid en niet of nauwelijks aansluit op de beperkte wettelijke mogelijkheden die de kantonrechter bij een niet functionerende VvE (waarvan hier sprake is) heeft. Zo kan de kantonrechter op grond van artikel 5:121 BW een vervangende machtiging geven als het gaat om een bepaalde handeling waarvoor een appartementseigenaar medewerking of toestemming nodig heeft van een of meer andere appartementseigenaars, de vereniging van eigenaars of haar organen. Die vervangende machtiging kan ook worden afgegeven als de vereniging of haar organen medewerking of toestemming nodig hebben van een of meer appartementseigenaars.
Artikel 5:121 BW biedt de kantonrechter echter niet de mogelijkheid om een vervangende machtiging te geven voor het doen houden van de vergaderingen van de VvE overeenkomstig artikel 32 lid 8 en artikel 35 van de splitsingsakte c.q. modelreglement, zoals [verzoekster] heeft verzocht. De wet biedt de kantonrechter ook niet de mogelijkheid om in strijd met de statuten gehouden vergaderingen van de VvE rechtsongeldig te verklaren, zoals [verzoekster] ook heeft verzocht. Dat had de kantonrechter te Amsterdam in het vonnis van 14 juni 2024 in de procedure tussen de VvE en [verzoekster] overigens ook al duidelijk gemaakt. Nietig verklaren van besluiten
Indien en voor zover [verzoekster] heeft bedoeld dat de besluiten die op die vergaderingen zijn genomen, nietig worden verklaard wegens strijd met de splitsingsakte, daarbij kennelijk refererend aan hetgeen in artikel 5:130 BW is bepaald, kan het verzoek ook niet worden toegewezen. In de eerste plaats moet een dergelijk verzoek waarbij het gaat om nietigheid wegens strijd met de splitsingsakte (in beginsel) in een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank worden ingediend. In de tweede plaats is niet duidelijk op welke besluiten het verzoek precies betrekking heeft. In de derde plaats kan ook niet worden vastgesteld wanneer de betreffende besluiten zijn genomen en of [verzoekster] haar verzoek vervolgens tijdig heeft ingediend.
Aanstellen onzijdig persoon
Het verzoek om te fungeren als “onzijdig persoon” of om een onzijdig persoon aan te stellen, kan ook niet worden toegewezen. Kennelijk beoogt [verzoekster] hiermee een beroep te doen op de splitsingsakte waarin is bepaald dat wanneer in de vergadering de stemmen staken, het voorstel geacht wordt genomen te zijn als een onzijdig persoon zich hiervoor verklaart. Die onzijdige persoon wordt benoemd als een der eigenaars op de vergadering daartoe de wens te kennen geeft. Daaruit volgt dat benoeming van een onzijdig persoon pas aan de orde kan zijn als een specifiek voorstel op de vergadering is besproken, de eigenaars het daarover niet eens zijn geworden en een eigenaar heeft aangegeven dat zij benoeming van een onzijdig persoon wenst. De kantonrechter kan dus niet “zomaar” een onzijdig persoon zonder specifieke opdracht benoemen. Aan geen van de hiervoor genoemde eisen is voldaan, zodat van benoeming van een onzijdig persoon thans geen sprake kan zijn. De kantonrechter kan hoe dan ook zichzelf niet als onzijdig persoon benoemen.
[verweerster 2] opleggen zich te houden aan artikel 32 lid 6 van het modelreglement
De kantonrechter kan [verweerster 2] niet opleggen zich te houden aan artikel 32 lid 6 van het modelreglement. Daar leent deze procedure zich niet voor. Overigens is niet gebleken dat [verweerster 2] zich niet houdt aan de betreffende bepaling. [verweerster 2] erkent dat het mogelijk is om een onderwerp binnen de termijn van acht dagen of zelfs ter vergadering toe te voegen aan de agenda en dat daarover een besluit te nemen. Zij voert echter terecht aan dat moet worden voorkomen dat de andere eigenaar de mogelijkheid wordt ontnomen om een-en-ander zorgvuldig te bestuderen en zich daarover (zo nodig) te laten adviseren, aangezien dat ertoe zou kunnen leiden dat het besluit wordt vernietigd wegens strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid. Uit de enkele mededeling onderaan de brief van [verweerster 2] van 25 januari 2025 (r.o. 2.10) volgt dan ook niet (zonder meer) dat [verweerster 2] [verzoekster] de mogelijkheid ontzegt om agendapunten op een later moment in te dienen. Van deze mogelijkheid heeft [verzoekster] volgens [verweerster 2] echter nimmer gebruik gemaakt, wat door [verzoekster] niet is weersproken. Het is dus ook onduidelijk welk belang [verzoekster] bij dit verzoek heeft.
Conclusie
De conclusie is dat de kantonrechter de verzoeken van [verzoekster] zal afwijzen.
het tegenverzoek
Vervangende machtiging
[verweerster 2] verzoekt de kantonrechter om vervangende machtiging te verlenen voor het goedkeuren van de jaarrekeningen van 2023 en 2024 en het verlenen van decharge voor beide jaren, het goedkeuren van de begroting van 2025 en daarmee ook het vaststellen van de VvE-bijdrage en het vaststellen van het voorgestelde huishoudelijk regelement;
Vast staat dat het verzoek alleen door [verweerster 2] (als appartementseigenaar) is gedaan en niet door de VvE. Voor de betreffende onderwerpen zou echter alleen aan de VvE (onder omstandigheden) een vervangende machtiging kunnen worden verleend. Het is immers niet [verweerster 2] als eigenaar die goedkeuring behoeft voor de jaarrekeningen van 2023 en 2024 en de begroting van 2025, maar het is de VvE die de betreffende goedkeuring behoeft. Dat [verweerster 2] de jaarrekeningen en begroting heeft opgesteld, maakt dit niet anders omdat zij geacht wordt dit te hebben gedaan als vertegenwoordiger van de VvE. Daar komt dan nog bij dat in ieder geval de jaarrekening over 2024 en de begroting voor 2025 nog niet op de vergadering zijn behandeld en daarover dus ook nog geen besluit is genomen. Dan kan van een vervangende machtiging geen sprake zijn. Dit verzoek moet daarom worden afgewezen.
Verklaringen voor recht in een verzoekschriftprocedure
Ten aanzien van de gevorderde verklaringen voor recht heeft [verzoekster] betoogd dat de kantonrechter daarover in de onderhavige verzoekschriftprocedure niet mag oordelen, gelet op het bepaalde in artikel 3:302 BW. Daaruit volgt dat verklaringen voor recht gevorderd moeten worden zodat daarvoor alleen de dagvaardingsprocedure geldt. [verweerster 2] heeft in reactie daarop aangevoerd dat artikel 3:302 BW niet uitsluit dat in een verzoekschriftprocedure een verklaring voor recht wordt gegeven als deze blijft binnen de grenzen van de wetsbepaling die in het geding is en zich beperkt tot vaststelling van de rechtsverhouding in geschil tussen de verzoeker en de verweerder. In dit licht acht de kantonrechter zich bevoegd om de verzochte verklaringen voor recht, die in feite betrekking hebben op de vergaderorde van de VvE, in deze procedure te behandelen, te meer omdat in hetgeen [verzoekster] ter onderbouwing van haar verzoek heeft aangevoerd, ook punten die zien op de vergaderorde heeft aangevoerd en daarover een uitspraak wil. Volmacht en aanwezigheid op de vergadering
De verzochte verklaring voor recht dat een volmacht geen privatief karakter heeft en dat [betrokkene] rechtsgeldig als gevolmachtigde heeft opgetreden namens [verweerster 2] in de vergaderingen van 2023 en 2024 is toewijsbaar. Dat een volmacht geen privatief karakter heeft is vaste rechtspraak. [betrokkene] mocht als gevolmachtigde van [verweerster 2] optreden, terwijl [verweerster 2] zelf niet de bevoegdheid verloor om die rechtshandelingen te verrichten waartoe zij volmacht had gegeven. Het conflict dat partijen verdeeld houdt, draait echter om de vraag of zowel [verweerster 2] als [betrokkene] op de vergadering mogen verschijnen. Het antwoord op die vraag volgt uit artikel 35 van het modelreglement waarin staat dat de eigenaar bevoegd is hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijk gevolmachtigde de vergadering bij te wonen. Hoewel het gelet op de (negatieve) houding die [verzoekster] steeds heeft gehad, begrijpelijk is dat [verweerster 2] haar partner ook de vergaderingen heeft laten bijwonen, moet zij op grond van het modelreglement een keuze maken: of zij komt zelf of zij stuurt haar partner met een schriftelijke volmacht. Dat [verweerster 2] die keuze eerder niet heeft gemaakt, maakt eerdere vergaderingen overigens niet “ongeldig” maar alleen dat [verzoekster], als zijzelf op een vergadering aanwezig is, terecht kan verlangen dat ofwel [verweerster 2] ofwel een door haar gevolmachtigde aanwezig is. Gelet op het voorgaande zal een deel van de verzochte verklaring voor recht (te weten: dat [betrokkene] dit in de toekomst op dezelfde wijze mag doen) worden afgewezen. [verweerster 2] als voorzitter
De verklaring voor recht dat [verweerster 2] bevoegd was om op de VvE vergadering van 7 januari 2015 tot heden als voorzitter van de vergadering op te treden en dat ook mag blijven doen tot de vergadering anders beslist, is ook toewijsbaar. De besluiten hiertoe zijn rechtsgeldig genomen in de vergaderingen van 7 januari 2015 en 24 april 2023. Als [verzoekster] een andere voorzitter wil, zal zij dat in de vergadering aan de orde moeten stellen, waarna daarover kan worden gestemd. Ten aanzien van de aanwezigheid van zowel [verweerster 2] als [betrokkene] op de vergadering verwijst de kantonrechter naar hetgeen hiervoor onder 5.13 is overwogen.
Oproeping voor de vergadering
[verweerster 2] heeft ook verzocht te verklaren voor recht zij de (jaarlijkse) VvE-vergaderingen correct heeft opgeroepen, onder meer door te stellen dat agendapunten voor de vergadering tot uiterlijk acht dagen voor de vergadering kunnen worden aangedragen, en dat [verweerster 2] dit ook voor toekomstige vergaderingen op dezelfde wijze mag doen. Ook dit verzoek is toewijsbaar. De kantonrechter verwijst in dit verband naar hetgeen in 5.8. is overwogen. Opstellen notulen
Ten slotte heeft [verweerster 2] verzocht om te verklaren voor recht dat zij, vanuit haar rol als bestuurslid en voorzitter, bevoegd is om de notulen op te stellen en te ondertekenen. Ook dit verzoek is toewijsbaar. In artikel 39 lid 1 van het modelreglement is alleen bepaald dat van de vergaderingen notulen worden gemaakt die door de voorzitter en administrateur worden ondertekend. Wie die notulen opstelt, is niet geregeld. Het ligt echter voor de hand dat de notulen worden opgesteld door iemand die bij de vergadering aanwezig is geweest en aangezien [verweerster 2] er altijd is en [verzoekster] vaak niet, ligt het ook voor de hand dat [verweerster 2] de notulen maakt. Als [verzoekster] dat anders wil, zal zij daarover in de vergadering een besluit over moeten uitlokken.
De conclusie is dat de kantonrechter de verklaringen voor recht (grotendeels) zal toewijzen.
het verzoek en het tegenverzoek
Ten overvloede
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting valt af te leiden dat daar waar [verweerster 2] heeft geprobeerd om de VvE leven in te blazen en tot gezamenlijke besluitvorming te komen over zaken die de VvE en het pand betreffen, [verzoekster] niet thuis geeft of steeds weer met nieuwe bezwaren komt tegen de gang van zaken. Het gevolg is dat enige besluitvorming onmogelijk is en van een werkbare verhouding geen sprake meer lijkt te zijn. Zoals de kantonrechter ter zitting al heeft aangegeven, is de benoeming van een professionele administrateur een mogelijkheid om uit deze impasse te komen. Het voorleggen van kwesties ter zake de VvE aan de kantonrechter heeft alleen zin als eerst de normale procedure binnen de VvE is gevolgd en de verzoeken passen binnen het wettelijk kader en de bevoegdheden van de kantonrechter. Proceskosten
Omdat [verzoekster] grotendeels in het ongelijk is gesteld, moet zij de kosten van de procedure (zowel ten aanzien van het verzoek als ten aanzien van het tegenverzoek) dragen. De kantonrechter begroot deze kosten op € 677,50 aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punt x € 271,00) en € 135,00 aan nakosten.
6. De beslissing
De kantonrechter:
het verzoek
verklaart [verzoekster] niet ontvankelijk in haar verzoek voor zover dat tegen [betrokkene] is gericht;
wijst het verzoek voor het overige af;
het tegenverzoek
verklaart [betrokkene] niet ontvankelijk in het tegenverzoek;
verklaart voor recht dat een volmacht geen privatief karakter heeft en [betrokkene] alsdan rechtsgeldig als gevolmachtigde heeft opgetreden namens [verweerster 2] op de VvE-vergaderingen in 2023 en 2024 en dat ook op toekomstige vergaderingen mag doen;
verklaart voor recht dat [verweerster 2] bevoegd was om op de VvE-vergaderingen van 7 januari 2015 tot op heden als voorzitter van de vergadering op te treden en dat ook mag blijven doen, tot de vergadering anders beslist;
verklaart voor recht dat [verweerster 2] de (jaarlijkse) VvE-vergaderingen correct heeft opgeroepen, onder meer door te stellen dat agendapunten voor de vergadering tot uiterlijk acht dagen voor de vergadering kunnen worden aangedragen, en dat [verweerster 2] dit ook voor toekomstige vergaderingen op dezelfde wijze mag doen;
verklaart voor recht dat [verweerster 2], vanuit haar rol als bestuurslid en voorzitter, bevoegd is om de notulen op te stellen en te ondertekenen.
wijst het verzoek voor het overige af;
het verzoek en het tegenverzoek
veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten die aan de zijde van [verweerster 2] worden begroot op € 812,50 (inclusief nakosten).
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.