RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11698056 \ CV EXPL 25-1346 (SJ)
Vonnis van 6 november 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
MKBRECHT.NL RECHTSHULP B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: MKBrecht,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A.J. Engelsma.
De zaak in het kort
In deze zaak zijn partijen, zonder afbericht, niet op de zitting verschenen. Uit het niet verschijnen heeft de kantonrechter afgeleid dat eiser, op wie de stelplicht en de bewijslast ligt, het verweer van gedaagde dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, niet (meer) betwist. Ook overigens heeft eiser niet aangetoond dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten. De vordering is afgewezen wegens een gebrek aan onderbouwing.
1. De procedure
MKBrecht heeft bij dagvaarding van 23 april 2025 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
In het tussenvonnis van 31 juli 2025 is bepaald dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 30 oktober 2025.
Op 30 oktober 2025 zijn beide partijen, zonder afbericht, niet verschenen op de zitting.
2. De feiten
MKBrecht is een onderneming die juridische diensten aanbiedt, zoals het opstellen van overeenkomsten en voorwaarden.
[gedaagde] stelt taxi’s ter beschikking ten behoeve van chauffeurs.
Op 15 oktober 2024 heeft MKBrecht aan [gedaagde] een factuur van € 736,29 inclusief btw gestuurd in verband met het opstellen van algemene voorwaarden in concept en het raadplegen van bedrijfsgegevens in de KvK.
3. Het geschil
MKBrecht vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 736,29, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 oktober 2024 tot de dag van algehele betaling, en € 110,44 aan buitengerechtelijke kosten. MKBrecht vordert ook dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld. MKBrecht wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
MKBrecht stelt dat zij op basis van een overeenkomst van opdracht van 15 oktober 2024 werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht. Verder stelt MKBrecht dat zij [gedaagde] herhaaldelijk heeft verzocht om te betalen, dat Savic de vordering toen niet heeft betwist, maar dat hij desondanks de factuur onbetaald laat.
[gedaagde] voert aan dat MKBrecht spontaan haar diensten heeft aangeboden en in zoverre is er contact geweest tussen partijen. [gedaagde] betwist echter dat hij MKBrecht een opdracht heeft gegeven. De opdrachtbevestiging is hem niet bekend. Verder ontkent [gedaagde] dat MKBrecht werkzaamheden voor hem heeft uitgevoerd.
4. De beoordeling
MKBrecht, [gedaagde] en zijn gemachtigde zijn, ondanks dat zij daarvoor op de juiste wijze zijn uitgenodigd, niet ter zitting verschenen.
Uit het niet verschijnen ter zitting kan de kantonrechter op grond van artikel 88, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de gevolgtrekkingen maken die zij geraden acht.
De kantonrechter leidt uit het niet verschijnen door MKBrecht af dat MKBrecht, op wie in dit geval de stelplicht en de bewijslast ligt, het verweer van [gedaagde] dat hij MKBrecht geen opdracht heeft gegeven en er dus geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, niet (meer) betwist. Ook overigens heeft MKBrecht niet aangetoond dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten. De door MKBrecht overgelegde opdrachtbevestiging acht de kantonrechter daartoe op zichzelf niet toereikend, gelet op de betwisting door [gedaagde] dat een overeenkomst is gesloten. [gedaagde] heeft de ontvangst van de opdrachtbevestiging bovendien gemotiveerd weersproken en MKBrecht heeft daar verder niets tegenin gebracht. De vordering zal worden afgewezen wegens een gebrek aan onderbouwing.
MKBrecht is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
135,00
(1 punt × € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
202,50
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af;
veroordeelt MKBrecht in de proceskosten van € 202,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als MKBrecht niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Jong, kantonrechter, in samenwerking met mr. S.C. Jacobs, juridisch adviseur/griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.
de griffier de rechter