ECLI:NL:RBNHO:2025:13514

ECLI:NL:RBNHO:2025:13514, Rechtbank Noord-Holland, 20-11-2025, 11760128 \ CV EXPL 25-1854

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-11-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer 11760128 \ CV EXPL 25-1854
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Tussenvonnis. Gelegenheid eisende partij om toe te lichten hoe zij heeft voldaan aan (pre)contractuele informatieplichten. Incasskostenbeding getoetst en vooralsnog oneerlijk bevonden. Gelegenheid eisende partij om zich hierover uit te laten.

Uitspraak

2. De beoordeling

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 286,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten

De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft namelijk nagelaten een concrete toelichting te geven hoe zij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt.

Weliswaar heeft de eisende partij producties bij de dagvaarding overgelegd, maar zonder toe te lichten welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt. Producties kunnen stellingen enkel ondersteunen en niet vervangen. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. Dat betekent dat de eisende partij expliciet en op een duidelijke manier moet aangeven op welke schermafbeelding welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v lid 3 BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante onderdelen in de producties te onderstrepen of te arceren). De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat in eventuele vervolgzaken het ontbreken van een dergelijke onderbouwing kan leiden tot afwijzing van de vordering.

In dit geval en bij wijze van uitzondering zal de eisende partij echter in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de wijze waarop zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: ‘Algemene Voorwaarden Tijdelijke Douche’ (hierna: de algemene voorwaarden).

Artikel 8 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:

‘De huur/aansluitkosten alsmede eventuele op grond van de huurovereenkomst voor rekening van de gebruiker komende kosten, dienen vóór de datum aangegeven op de factuur te worden betaald. Indien de huurder niet op tijd betaald, is hij van rechtswege in verzuim. Indien de huurder ook na sommatie in gebreke blijft het verschuldigde te betalen, is hij alsmede gehouden tot vergoeding van incassokosten. Onder incassokosten worden verstaan alle kosten die de Doucheservice in en buiten rechte maakt voor de invordering van het verschuldigde bedrag.’

In voornoemd beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De tekst van het beding biedt de eisende partij namelijk de mogelijkheid om na elke sommatie zonder verdere termijn al incassokosten in rekening te brengen, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd zijn. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de richtlijn.

Daarbij is de bedongen vergoeding als bedoeld in voornoemd artikel niet begrensd in omvang en daarmee mogelijk hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat artikel 8 van de algemene voorwaarden daardoor aanzienlijk ten nadele van consumenten afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Daarom is de kantonrechter voornemens om dit beding te vernietigen en de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen.

Conclusie

De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld bij akte de onder 2.5 bedoelde toelichting te geven en zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.

Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rol van 18 december 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen bij akte de onder 2.5 bedoelde toelichting te geven en zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.S.J. Thijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?