ECLI:NL:RBNHO:2025:13529

ECLI:NL:RBNHO:2025:13529, Rechtbank Noord-Holland, 31-10-2025, C/15/370573 / JU RK 25-1416

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 31-10-2025
Datum publicatie 31-12-2025
Zaaknummer C/15/370573 / JU RK 25-1416
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing. Er is sprake van een onveilige en instabiele thuissituatie bij de moeder. Na een incident is de minderjarige bij de vader zonder geplaatst. Ondanks een positieve ontwikkeling bij de moeder, is het nog te vroeg voor een thuisplaatsing. Een extra toetsmoment is nodig om te kijken naar de situatie over drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/370573 / JU RK 25-1416

Datum uitspraak: 31 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Stichting de Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. N.H. Fridsma, kantoorhoudende te Heemskerk.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van 8 oktober 2025, ontvangen op 9 oktober 2025.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft gelijktijdig met de behandeling van het verzoek inzake C/15/370586 / JU RK 25-1417 plaatsgevonden op 31 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] verblijft sinds 26 september 2025 bij de vader.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 september 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 12 september 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de ouder zonder gezag te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter zitting heeft de GI het verzoek gewijzigd in die zin dat de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verzoekt voor de duur van drie maanden, met aanhouding van de overige drie maanden.

De GI heeft het verzoek als volgt – samengevat – onderbouwd. Op vrijdagavond 26 september 2025 heeft [de minderjarige] zelf 112 gebeld omdat de moeder onder invloed zou zijn van alcohol en cocaïne. [de minderjarige] voelde zich niet veilig thuis. Veilig Thuis heeft daarop besloten [de minderjarige] en haar zusje [zusje] tijdelijk onder te brengen bij de vader van [de minderjarige] . [de minderjarige] verblijft sindsdien bij de vader, conform haar wens. [zusje] verblijft van zondagavond tot vrijdagmiddag bij een klasgenootje en in het weekend bij de vader van [de minderjarige] , zodat de zussen elkaar blijven zien. De GI acht de moeder momenteel onvoldoende beschikbaar voor de kinderen en wil zichtbare verandering in de thuissituatie. Daarvoor is een veiligheidsplan opgesteld met voorwaarden.

Ter zitting heeft de GI naar voren gebracht dat er bij de moeder sprake is van een stijgende lijn. De GI is nu bezig om het contact tussen de moeder en de kinderen op te bouwen. Het is van belang dat [de minderjarige] wordt meegenomen in de positieve ontwikkeling van de moeder, zodat zij weer vertrouwen heeft in de moeder voordat zij terug naar huis gaat. De GI zal hiervoor hulpverlening voor [de minderjarige] en het systeem inzetten. De GI is op de hoogte van de wens van [de minderjarige] om bij de vader te blijven. De vader is echter pas recent in beeld en heeft ook hulpverlening en ondersteuning nodig bij de zorg voor [de minderjarige] , zeker gezien haar belaste verleden en het feit dat hij plotseling de (volledige) zorg voor zijn kind heeft gekregen. De GI gaat samen met de school van [de minderjarige] kijken of er leerlingenvervoer geregeld kan worden zodat [de minderjarige] naar haar huidige school kan blijven gaan. De GI wil graag met het gewijzigde verzoek een toetsmoment inlassen, zodat over drie maanden kan worden gekeken hoe de situatie dan is.

4. De standpunten

De moeder heeft naar voren gebracht dat zij [zusje] al weer een paar keer heeft gezien. Met [de minderjarige] verloopt het contact wat stroever waardoor zij nog niet heeft kunnen zien dat het nu al een maand heel goed gaat met de moeder. De moeder erkent dat zij [de minderjarige] vaker heeft beloofd dat het beter zou worden. Nu heeft de moeder echter ander soort hulp, vanuit SAFE en de Brijder. De advocaat heeft namens de moeder ingestemd met het verzoek. [de minderjarige] moet nog het vertrouwen krijgen dat het goed blijft gaan met de moeder. Daar zal de GI ook een rol in moeten spelen.

De vader heeft aangegeven achter het verzoek van de GI te staan. De vader is nu ‘ineens’ vader geworden en dat is voor hem wel wennen en schakelen. Ook vindt hij het af en toe zwaar, zeker als [zusje] in het weekend ook bij hem is. Hij vindt het wel belangrijk dat de zussen elkaar kunnen zien en zal alles doen voor [de minderjarige] . De vader staat open voor hulpverlening en kan met vragen bij de GI en bij zijn eigen moeder, de oma van [de minderjarige] , terecht.

5. De mening van [de minderjarige]

heeft verteld dat zij het heel fijn vindt bij de vader en dat zij daar nog lang wil blijven. Zij voelt zich sinds zij bij de vader is rustiger dan voorheen. [de minderjarige] vindt het fijn om [zusje] in het weekend te zien, maar vindt het doordeweeks ook wel lekker rustig. Misschien moet [de minderjarige] van school wisselen als zij bij de vader blijft, maar dat heeft ze ervoor over.

6. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. Mede vanwege de onveilige en instabiele thuissituatie waarin [de minderjarige] is opgegroeid en de persoonlijke problematiek van de moeder, waardoor zij niet altijd beschikbaar is geweest voor haar kinderen, is [de minderjarige] op 12 september 2025 onder toezicht gesteld van de GI. Recent heeft een incident plaatsgevonden en [de minderjarige] heeft op 26 september 2025 zelf de politie gebeld omdat zij zich niet veilig voelde thuis. De moeder was op dat moment onder invloed van alcohol en cocaïne. Sindsdien verblijft [de minderjarige] bij de vader.

Ter zitting is het duidelijk geworden dat het inmiddels beter gaat met de moeder. Zij ontvangt opvoedondersteuning vanuit SAFE en behandeling en medicatie voor haar alcoholverslaving vanuit de Brijder. De moeder stelt zich open voor de hulpverlening en er is een positieve verandering zichtbaar. Deze verandering is echter op dit moment nog te pril voor een thuisplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder. Daarnaast hebben [de minderjarige] en de moeder, sinds [de minderjarige] bij de vader verblijft, enkel nog telefonisch contact gehad met elkaar en wil [de minderjarige] op dit moment niet terug naar huis. Er zal, op het tempo van [de minderjarige] en onder begeleiding van de GI, gewerkt moeten worden aan contactopbouw tussen [de minderjarige] en de moeder. Hierbij is het van belang dat [de minderjarige] wordt meegenomen in de positieve ontwikkeling die de moeder laat zien, zodat zij weer vertrouwen in de moeder krijgt.

De vader is niet betrokken geweest in het vroegere leven van [de minderjarige] en zij hebben pas recent (weer) contact met elkaar. [de minderjarige] doet momenteel haar schoolwerk voornamelijk thuis, omdat het vanaf de woonplek van vader te ver is om elke dag naar haar huidige school te gaan. De kinderrechter overweegt dat, nu [de minderjarige] de komende periode ook nog bij de vader blijft, het van belang is dat er hulpverlening ingezet wordt gericht op het ondersteunen van de vader bij de opvoeding en de zorg van [de minderjarige] en dat er aandacht is voor de schoolgang van [de minderjarige] .

Omdat [de minderjarige] op dit moment niet bij de moeder kan wonen is de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat een toetsmoment nodig is zodat tussentijds gekeken kan worden of de moeder haar positieve ontwikkeling doorzet en zich aan de (veiligheids)afspraken blijft houden, hoe de hulpverlening van [de minderjarige] , de moeder en de vader verloopt en of er duidelijkheid is rond de schoolgang van [de minderjarige] . De kinderrechter verleent daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van drie maanden, met aanhouding van de resterende periode van drie maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de ouder zonder gezag met ingang van 31 oktober 2025 tot 31 januari 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting medio januari 2025, tegen welke zitting de moeder, mr. N.H. Fridsma, de vader en de GI dienen te worden opgeroepen;

bepaalt dat de GI de kinderrechter en alle belanghebbenden uiterlijk twee weken voor de zitting schriftelijk dient te informeren over de actuele stand van zaken.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 14 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.E. ten Kate als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?