RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg / referte
zaak-/rekestnr.: C/15/364814 / FA RK 25-2217
beschikking van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. A.R. Oosthout, kantoorhoudende te Den Haag.
1. De procedure
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 mei 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring van 25 april 2025;
het zorgplan van 25 april 2025;
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 mei 2025;
de ongetekende zorgkaart van 30 juli 2021;
verklaring niet voorkomen in het curatele en bewindregister van 2 mei 2025.
Op 10 mei 2025 is ter griffie van de rechtbank de referteverklaring van betrokkene ontvangen.
2. De beoordeling
Uit de referteverklaring van betrokkene leidt de rechtbank af dat betrokkene het verzoekschrift heeft besproken met de advocaat, dat betrokkene erkent dat aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek met de daarin opgenomen vormen van verplichte zorg wordt voldaan, dat betrokkene afziet van het recht te worden gehoord en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
In de referteverklaring is opgenomen dat betrokkene heeft begrepen dat hij niet zal worden opgenomen en dat de geneesheer-directeur slechts kan beslissen tot opname als betrokkene niet meewerkt aan de uitvoering van de vormen van verplichte zorg en er dientengevolge ernstig nadeel dreigt, dan wel er op andere wijze ernstig nadeel dreigt dat voorkomt uit de stoornis. En dat de geneesheer-directeur – alvorens tot opname te beslissen – betrokkene zal (doen) horen en de opname niet langer zal duren dan nodig is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt dat de door betrokkene voorgestane werkwijze valt binnen de gebruikelijke werkwijze binnen een zorgmachtiging, zodat aan de voorwaarden van betrokkene voor de referte is voldaan.
Gelet op de inhoud van de stukken en de referteverklaring, acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizo-affectieve stoornis waarbij middelengebruik (cannabis) luxerend lijkt te zijn.
Ook is vast komen te staan dat er als gevolg van voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
ernstig lichamelijk letsel;
maatschappelijke teloorgang;
de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychotisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:- het beperken van bewegingsvrijheid, telkens maximaal 3 maanden;
het insluiten van betrokkene, telkens maximaal 2 weken;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens maximaal 2 weken;
onderzoek aan kleding of lichaam, telkens maximaal 3 maanden;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, telkens maximaal 3 maanden;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, telkens maximaal 3 maanden;
opnemen in een accommodatie, telkens maximaal 3 maanden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van 12 maanden, en geldt dus tot en met 15 mei 2026.
3. De beslissing
De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen en duur van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.5. zijn vermeld;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 mei 2026.