RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/371203 / FA RK 25-5542
beschikking van de enkelvoudige kamer van 17 november 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in [accommodatie] locatie [locatie] te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. S. Wieberdink, kantoorhoudende te Haarlem, waargenomen door
mr. M. de Klerk.
1. Procedure
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging na voortzetting van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene.
Bij het verzoekschrift zijn onder meer de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring van 20 oktober 2025;
het zorgplan van 15 oktober 2025;
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 19 oktober 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
17 november 2025, in voornoemde accommodatie.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[psychiater] , psychiater.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten: psychotische decompensatie met adhd, autisme spectrum stoornis en stoornis in het gebruik van amfetamine-achtig middel.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
levensgevaar;
ernstig lichamelijk letsel;
ernstige psychische schade;
maatschappelijke teloorgang;
Betrokkene heeft zorg nodig om:
- ernstig nadeel af te wenden;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene diens autonomie zoveel mogelijk herwint.
Door en namens betrokkene is ter zitting aangevoerd dat een zorgmachtiging niet nodig is omdat mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Daartoe voert betrokkene aan dat hij tot de opname met een crisismaatregel altijd heeft samengewerkt met het FACT-team. Betrokkene is altijd in beeld geweest bij het FACT-team en is bereid de nodige medicatie in te nemen. Ook is betrokkene bereid vrijwillig op de afdeling te blijven zo lang de behandelaren dat nodig vinden. Namens betrokkene is verzocht het verzoek af te wijzen, aangezien betrokkene de behandeling vrijwillig kan voortzetten.
Desgevraagd heeft de psychiater aangegeven dat de samenwerking beter gaat, maar een zorgmachtiging wel noodzakelijk is. Zij heeft hiertoe ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene fors manisch ontregeld was op het moment van de opname. Met een zorgmachtiging kan voorkomen worden dat betrokkene weer psychotisch ontregelt. Daarnaast is een zorgmachtiging van belang, omdat ernstige zorgen zijn voor de lange termijn, namelijk dat betrokkene maatschappelijke teloor gaat. Er zijn grote financiële zorgen en het huis van betrokkene is door het FACT-team onbewoonbaar verklaard.
De rechtbank is met betrokkene en diens advocaat van oordeel dat niet wordt voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz, omdat voldoende mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft voor zijn opname sinds 2022 op vrijwillige basis zorg gehad, hij is zich ervan bewust dat hij behandeling nodig heeft en was daarom goed in beeld bij de hulpverlening. Ook nu is hij bereid om samen te werken met het FACT-team. Betrokkene heeft ter zitting bevestigd wederom op vrijwillige basis de nodige medicatie in te nemen en zijn opname voort te zetten, zolang de behandelaren dat nodig achten. Betrokkene lijkt psychotisch ontregeld te zijn geraakt vanwege het afbouwen van zijn medicatie, wat in overleg met zijn FACT-team lijkt te zijn gebeurd. Gelet op het voornoemde, heeft de rechtbank er vertrouwen in dat betrokkene de benodigde behandeling – net als voor de crisismaatregel –vrijwillig zal voortzetten. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
3. Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.