ECLI:NL:RBNHO:2025:14011

ECLI:NL:RBNHO:2025:14011, Rechtbank Noord-Holland, 11-06-2025, 11680027

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 11-06-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer 11680027
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Verstek
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Huur. Verstek. Ambtshalve toetsing Huurreglement voor woonruimte d.d. januari 1989. Stichting Ymere

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11680027 \ CV EXPL 25-2871

Uitspraakdatum: 11 juni 2025

Verstekvonnis in de zaak van:

de stichting, Stichting Ymere

te Amsterdam

verhuurder

de eisende partij, hierna: de verhuurder

gemachtigden: mr. J.J.L. Boudewijn en mr. R.G. Matti

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

huurder

de gedaagde partij, hierna: de huurder

niet verschenen

1. De procedure

De verhuurder heeft de huurder gedagvaard. Tegen de huurder is verstek verleend.

2. De vordering

De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de aan de huurder verhuurde woonruimte, ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de huurder tot betaling van de huurachterstand inclusief servicekosten tot en met april 2025, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.

De verhuurder legt aan de vordering ten grondslag dat de huurder tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.

3. De beoordeling

Ambtshalve toetsing van: de Huurovereenkomst en het Huurreglement voor woonruimte januari 1989 (hierna: de algemene voorwaarden)

Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.

Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.

Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp.

Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding en het servicekostenbeding getoetst en deze zijn niet oneerlijk.

Buitengerechtelijke incassokosten

Het beding inzake buitengerechtelijke kosten in de huurovereenkomst leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de verhuurder en de huurder omdat er geen maximum bedrag aan kosten is opgenomen en de kosten zonder ingebrekestelling verschuldigd zijn. Gelet hierop wordt ten nadele van de consument-huurder afgeweken van artikel 6:96 BW en het Rapport Voorwerk II. Daarom is het beding oneerlijk en wordt het vernietigd. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Proceskosten

Het beding in de huurovereenkomst ziet ook op de proceskosten. Voor zover de verhuurder op grond hiervan aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk. Dit heeft echter geen gevolg voor de proceskostenveroordeling in deze procedure, omdat de (kanton)rechter op grond van de artikelen 237 en 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten moet veroordelen en deze proceskosten niet lager mogen worden vastgesteld dan het liquidatietarief.

Ontbinding, ontruiming, huurachterstand, gebruiksvergoeding en rente

De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Daarbij is van belang dat de huurachterstand meer dan drie maanden bedraagt. De gevorderde huurachterstand bedraagt € 3.672,18 (€ 4.284,21 –

€ 612,03 aan deelbetalingen).

Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de huurder wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Conclusie en proceskosten

De vordering van de verhuurder wordt grotendeels toegewezen.

De huurder wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de huurder ook veroordeeld tot betaling van € 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de verhuurder worden gemaakt.

De gevorderde dagvaardingskosten voor het raadplegen van het beslagregister worden afgewezen nu deze slechts toewijsbaar zijn indien het enkel een geldvordering betreft.

4. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst;

veroordeelt de huurder om het perceel aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken – voor zover deze laatste niet het eigendom van de verhuurder zijn – en onder overgave der sleutels ter vrije beschikking van de verhuurder te stellen;

veroordeelt de huurder om aan de verhuurder te betalen een bedrag van € 3.672,18 ‬, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2025 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt de huurder om aan de verhuurder te betalen een bedrag van € 612,03 per maand, voor iedere maand dat de huurder het gehuurde vanaf 1 mei 2025 in gebruik houdt;

veroordeelt de huurder in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de verhuurder begroot op:

€ 145,47 wegens dagvaardingskosten,

€ 514,00 wegens griffierecht en

€ 238,00 wegens salaris gemachtigde;

veroordeelt de huurder tot betaling van € 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de verhuurder worden gemaakt;

verklaart deze veroordeling(en) tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Dijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?