ECLI:NL:RBNHO:2025:14026

ECLI:NL:RBNHO:2025:14026, Rechtbank Noord-Holland, 05-12-2025, 370142

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer 370142
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Executiegeschil m.b.t. beschikking met gewijzigde zorgregeling. Geen sprake van feitelijke of juridische misslag en geen aanleiding om de uitvoerbaarheid te schorsen. Vordering van vader wordt afgewezen. Tegenvordering van moeder wordt ook afgewezen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat dit in het belang van de kinderen is.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/370142 / KG ZA 25-620

Vonnis in kort geding van 5 december 2025

in de zaak van

[de vader] ,

te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. M.B. Chylinska,

tegen

[de moeder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.H.M. de Boer.

1. De zaak in het kort

Partijen zijn in 2018 gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. Zij hebben een geschil over de zorgregeling. Vader vordert schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de beschikking van deze rechtbank van 11 september 2025 voor zover die ziet op de gewijzigde zorgregeling. Omdat geen sprake is van een feitelijke of juridische misslag, komt het aan op een belangenafweging. De rechtbank heeft in de bodemprocedure de betrokken belangen gewogen. Vader heeft in deze procedure geen argumenten aangedragen die ertoe moeten leiden dat die belangenafweging vooruitlopend op de behandeling in hoger beroep nu anders zou moeten uitvallen. Er is dan ook geen aanleiding om de uitvoerbaarheid te schorsen. De vordering van vader wordt afgewezen. Dat geldt ook voor de tegenvordering van moeder, omdat onvoldoende is onderbouwd dat wijziging van de vakantieregeling in het belang van de kinderen is.

De voorzieningenrechter benadrukt in het vonnis het belang dat niet alleen de kinderen, maar ook de ouders hulpverlening wordt geboden. Voor de kinderen is het nu vooral belangrijk dat er niet te veel druk op hen wordt uitgeoefend.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 7 producties

- de nagekomen producties 8 tot en met 12 van de kant van [de vader]

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie- de mondelinge behandeling van 21 november 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

De kinderen hebben op 14 november 2025 met de kinderrechter gesproken om hun mening kenbaar te maken. De voorzieningenrechter heeft de gesprekken niet aan partijen teruggekoppeld, omdat ze dat niet in het belang van de kinderen acht.

3. De feiten

Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] met elkaar gehuwd, welk huwelijk

op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand

van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van

23 juli 2018 (hierna: de echtscheidingsbeschikking).

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] (hierna te noemen: [de minderjarige 1] );

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] (hierna te noemen: [de minderjarige 2] ).

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] worden hierna samen ook genoemd: de kinderen.

Het gezamenlijk gezag over de kinderen is na de echtscheiding in stand gebleven.

De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] was bij de moeder en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] was bij de vader.

Partijen hebben op [datum] een echtscheidingsconvenant met een

ouderschapsplan ondertekend, waarvan een afschrift aan de echtscheidingsbeschikking is

gehecht. In het ouderschapsplan zijn partijen onder andere een verdeling van de zorg- en

opvoedingstaken overeengekomen (hierna: de zorgregeling).

Bij beschikking van deze rechtbank van 11 september 2025 (hierna: de beschikking) is de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] gewijzigd en is bepaald dat deze bij de moeder zal zijn.

Daarnaast is de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vastgesteld:

de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , verblijven:

om de week een weekend van vrijdagmiddag tot zondag 19:00 uur bij de vader, waarbij de ouder waar de minderjarigen verblijven de minderjarigen brengt naar de ouder waar zij dan gaan verblijven;

in de zomervakantie in de even jaren de eerste, tweede en vierde week bij de moeder en de derde, vijfde en zesde week bij de vader;

in de zomervakantie in de oneven jaren de eerste, tweede en vierde week bij de vader en de derde, vijfde en zesde week bij de moeder;

Ook is bij de beschikking aan de moeder vervangende toestemming verleend voor inschrijving van [de minderjarige 2] op basisschool [basisschool] in [plaats] .

4. Het geschil

in conventie

Vader vordert schorsing van de tenuitvoerlegging van de beschikking, voor wat betreft de wijziging hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] naar de moeder alsmede de wijziging van de zorg- en contactregeling alsmede de toestemming voor inschrijving van [de minderjarige 2] op basisschool [basisschool] in [plaats] , dan wel beslissingen te nemen in goede justitie en de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Vader legt aan de vordering - kort samengevat - ten grondslag dat hij jarenlang gelijkwaardig ouderschap had en door de beschikking, op basis van een kindgesprek met jongetje van acht, is gedegradeerd tot ‘weekendvader’. Hij is voornemens hoger beroep in te stellen, omdat de beschikking de belangen van de kinderen schaadt. De kinderen raken onthecht van vader en moeder doet aan ouderverstoting. De moeder maakt goed contact met de kinderen onmogelijk of belemmerd het contact door onnodige bemoeienis. Vader acht vanwege de spoedeisendheid direct(er) ingrijpen via een kort geding noodzakelijk. Volgens vader heeft hij met het overleggen van een brief van [de minderjarige 2] voldoende aannemelijk gemaakt dat de beschikking berust op een kennelijke feitelijke en/of juridische misslag. Zeker omdat de rechtbank zoveel gewicht heeft toegekend aan het eenmalige gesprek met [de minderjarige 2] , wat achteraf onjuiste informatie blijkt te zijn, aldus vader. Het belang van moeder bij de uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring weegt niet zwaarder dan het belang van de vader bij schorsing ervan. De zorgregeling van voor de beschikking heeft immers jarenlang overwegend goed gelopen, aldus vader.

Moeder voert verweer. Moeder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van vader, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van vader, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van vader in de kosten van deze procedure.

Moeder betwist vrijwel alles wat vader heeft gesteld. Hij lijkt volgens haar niet te beseffen welk invloed zijn handelen op de kinderen heeft gehad en nog altijd heeft. Zij voert aan dat vader opnieuw een brief van één van de kinderen in procedure brengt, nu van [de minderjarige 2] , terwijl [de minderjarige 2] haar heeft gezegd de brief onder druk van vader te hebben geschreven. Van een kennelijke feitelijke of juridische misslag, op grond van het kindgesprek met [de minderjarige 2] , is volgens haar geen sprake. Het gaat juist goed in de huidige leefsituatie. De kinderen zijn blij met de beslissing van de rechtbank, maar ervaren wel onrust doordat vader zich niet bij de beschikking neer kan leggen en druk uitoefent op de kinderen. Vader spreekt met de kinderen over de rechtszaak en stopt niet met negatieve uitspraken over de moeder en de rechtszitting. Vader creëert zijn eigen afstoting, aldus moeder. Moeder belemmert het contact met de kinderen niet. Op de zaterdag dat de kinderen bij haar verblijven gaat [de minderjarige 1] met vader naar judo en regelmatig belt vader met [de minderjarige 1] en stuurt hij berichten naar [de minderjarige 2] . Het is niet in het belang van de kinderen om de huidige zorgregeling weer terug te draaien naar de oude regeling, aldus moeder.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

Moeder vordert te bepalen dat de reguliere zorgregeling zoals bepaald in de beschikking zal doorlopen tijdens de vakanties van de kinderen, met uitzondering van de zomervakantie.

Moeder legt aan de vordering ten grondslag dat de kinderen haar hebben laten weten dat zij tijdens de vakanties, met uitzondering van de zomervakantie, niet meer de helft van de tijd bij hun vader willen verblijven.

Vader voert verweer. Vader concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Moeder. Hij voert primair aan dat de vordering zich niet leent voor kort geding en subsidiair dat de vordering onwenselijk is en er geen reden voor de vordering is.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in conventie

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het alleen nog gaat over de zorgregeling, omdat vader op de zitting heeft bevestigd dat hij geen schorsing meer vordert van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de wijziging van de hoofdverblijfplaats of de inschrijving van [de minderjarige 2] bij de nieuwe school. Hij heeft zijn vorderingen op dat punt ingetrokken.

Beoordelingskader

Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. Omdat het hier om een zorgregeling gaat moeten bij bedoelde belangenafweging niet alleen de belangen van vader en moeder maar ook de belangen van de kinderen worden meegewogen.

Bij de toepassing van deze maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel blijft buiten beschouwing, met dien verstande dat de voorzieningenrechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag.

De vader heeft nog geen rechtsmiddel ingesteld tegen de beschikking, zodat de vordering feitelijk prematuur is. De voorzieningenrechter gaat er, gelet op de stellingen van de vader, van uit dat hij dat nog wel van plan is. Een eventuele schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de zorgregeling zal worden uitgesproken onder de opschortende voorwaarde dat hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking en zolang op dit hoger beroep nog niet is beslist.

Geen feitelijke of juridische misslag

Vader heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beschikking berust op een feitelijke of juridische misslag. Over de zorgregeling heeft de rechtbank in de beschikking als volgt overwogen:

“De rechtbank oordeelt over de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats als volgt. Op basis van de stukken en de zitting blijkt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de huidige situatie spanning en stress ervaren en dat partijen een geheel andere beleving hebben van de wensen en belangen van de kinderen. De rechtbank vraagt zich ook af in hoeverre [de minderjarige 2] en met name [de minderjarige 1] vrij met hun beide ouders kunnen praten over hun wensen en belangen. Het feit dat de rechtbank de wensen van [de minderjarige 1] niet aan partijen mocht vertellen is daar een zorgelijk voorbeeld van. Voor de rechtbank staat vast dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een zwaar loyaliteitsconflict terecht zijn gekomen. De rechtbank acht het dan ook – met de Raad – van belang dat de kinderen hulpverlening krijgen. Tijdens de zitting hebben partijen ermee ingestemd om de kinderen aan te melden voor hulpverlening in de gemeente waarin zij (zullen) zijn ingeschreven. De rechtbank verwacht dat partijen zich hieraan zullen houden. [de minderjarige 2] heeft de rechtbank duidelijk verteld dat hij graag voor het grootste deel van de tijd bij de moeder wil verblijven. De belangrijkste reden hiervoor is dat de vader vaak boos is. De rechtbank is met de Raad van oordeel dat het belangrijk is om de wens van [de minderjarige 2] serieus te nemen en te volgen. In tegenstelling tot wat de vader tijdens de zitting heeft gesteld, komt [de minderjarige 2] mening de rechtbank wel authentiek over. De rechtbank acht [de minderjarige 2] mening ook geen momentopname, maar een weloverwogen keuze die voornamelijk voortkomt uit angst voor de boosheid van de vader. Dat [de minderjarige 2] zijn wens niet aan de vader heeft verteld of heeft durven vertellen voorafgaand aan de zitting, acht de rechtbank bovendien zorgelijk. De rechtbank hoopt daarom dat de vader hulpverlening aangaat om aan zijn boosheid te werken. De rechtbank acht het op basis van het voorgaande in belang van beide kinderen dat zij vaker dan nu bij de moeder zullen verblijven. Omdat het de wens is van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] maar ook van partijen om een gelijke zorgregeling vast te stellen voor beide kinderen zal de rechtbank dit ook doen. Een zorgregeling waarbij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] doordeweeks bij de moeder verblijven en om de week van vrijdagmiddag tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijven acht de rechtbank in het belang van de kinderen. Door deze regeling zullen zij hopelijk meer rust ervaren, wat goed is voor hun ontwikkeling.”

De beslissing over de zorgregeling berust dus op een belangenafweging, waarbij onder meer de aan de kinderrechter geuite en authentiek geachte wens van de [de minderjarige 2] een rol heeft gespeeld. Dat vader de wens van [de minderjarige 2] nu opnieuw ter discussie stelt, maakt niet dat sprake is van een feitelijke misslag. Bovendien staan de stellingen van vader en moeder over het kindgesprek met [de minderjarige 2] (wederom) lijnrecht tegenover elkaar. Moeder betwist dat [de minderjarige 2] de brief waarin hij zegt spijt te hebben van wat hij eerder aan de kinderrechter heeft gezegd, uit eigen beweging heeft geschreven. Uit de brief van [de minderjarige 2] kan niet worden afgeleid dat moeder [de minderjarige 2] voorafgaand aan het kindgesprek onder druk heeft gezet, zoals de vader stelt. Overigens acht de voorzieningenrechter het zeer schadelijk voor de kinderen dat hun mening of verklaring tijdens het eerste gesprek met de kinderrechter ter discussie wordt gesteld. Dit brengt alleen maar mee dat de kinderen steeds minder in staat zullen zijn - en zich in elk geval steeds minder vrij zullen voelen - om zich een eigen mening te vormen over de gewenste zorgregeling. Omdat ook geen andere aanwijzingen voor onjuiste feitelijke informatie zijn gesteld, is niet aannemelijk geworden dat de beschikking berust op een feitelijke of juridische misslag.

Belangenafweging

Gelet op het vorenstaande zal de voorzieningenrechter voor de beoordeling van de vordering van vader een belangenafweging moeten maken.

Vader stelt dat het in het belang van de kinderen is om terug te keren naar de regeling van vóór de beschikking (voorzieningenrechter: waarbij de kinderen van maandagochtend tot woensdagochtend bij vader waren). De kinderen zijn daaraan gewend en willen deze regeling ook. [de minderjarige 1] moet nu volgens hem ruim een uur (en soms langer) met de bus reizen wat van invloed is op haar algemeen welbevinden. Zij klaagt over vermoeidheid. De lange reistijd beperkt haar in de tijd die zij heeft voor rust, schoolwerk en sociale activiteiten. Daarnaast raken de kinderen onthecht van vader terwijl er jarenlang stabiel, gelijkwaardig contact was. De overige omstandigheden die vader aandraagt zien op gevolgen van de wijziging van het hoofdverblijf van [de minderjarige 2] en zijn overgang naar een nieuwe school. Omdat de vader zijn vordering op dat punt heeft ingetrokken, spelen die omstandigheden geen rol bij de belangenafweging.

Moeder betwist dat terugkeer naar de oude regeling in het belang van de kinderen is. Zij betwist dat de kinderen terug willen naar de oude regeling. [de minderjarige 1] hoeft volgens haar geen uur te reizen om op school te komen. Tijdens werkzaamheden kostte het haar vijftien minuten met de bus om in [plaats] te komen en dan nog zeven minuten op de fiets naar school. Op dit moment kan zij in twintig minuten met de bus op school zijn, aldus de vrouw.

De rechtbank heeft in de beschikking de belangen van de kinderen afgewogen en toen de beslissing gegeven waardoor de kinderen op weekdagen niet meer bij de vader verblijven. De voorzieningenrechter ziet in de stukken vooral dat de kinderen heel erg klem zitten tussen beide ouders. Zij hebben last van de strijd tussen de ouders. De kinderen worden belast met die strijd omdat het de ouders niet lukt om de problemen die ze onderling hebben, bij de kinderen weg te houden. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de kinderen in een loyaliteitsconflict zitten, hun mening moeilijk vrijuit kunnen bepalen en dat ze mogelijk bij de ene ouder het één zeggen en bij de andere ouder het andere. Het valt dan niet meer uit te maken wat daadwerkelijk hun wens is, nog daargelaten dat de wens of mening van de kinderen niet de enige factor van belang is bij het vaststellen van een zorgregeling. De kinderrechter heeft in de bodemprocedure de betrokken belangen gewogen. Vader heeft in deze procedure geen argumenten aangedragen die ertoe moeten leiden dat die belangenafweging vooruitlopend op de behandeling in hoger beroep nu anders zou moeten uitvallen. Er is dan ook geen aanleiding om de uitvoerbaarheid te schorsen. Wél schorsen zou het ook alleen maar onduidelijker maken voor de kinderen hangende een hoger beroep van de vader. De vordering van vader zal dus worden afgewezen.

Hulpverlening

Tijdens de zitting is met partijen besproken dat hun onderlinge strijd op dit moment de grootste belasting voor de kinderen is, en niet de vormgeving van de zorgregeling. De kinderen krijgen op dit moment hulp van het Jeugdteam, maar de voorzieningenrechter vindt het van groot belang dat ook de ouders hulpverlening wordt geboden bij de manier waarop zij communiceren en het gezamenlijk ouderschap vormgeven. Mogelijk zullen de ouders eerst individueel aan het werk moeten, waarna zij in samenspraak met de hulpverlening kunnen bezien welke gezamenlijke hulpverlening kan worden geboden. Voor de kinderen is het nu vooral belangrijk dat er niet te veel druk op hen wordt uitgeoefend, dat de ouders volwassen problematiek bij hen weghouden en geen kwaad spreken over de andere ouder waar de kinderen bij zijn. Tijdens de zitting hebben de advocaten van partijen toegezegd dat ze onderling contact zullen zoeken voor de hulpverlening aan de ouders. Zij kunnen partijen ondersteunen stappen te zetten die nodig zijn om de druk bij de kinderen weg te nemen.

in reconventie

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of moeder ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Moeder vordert een wijziging van de verdeling van de vakanties in die zin dat de kinderen met uitzondering van de zomervakantie niet meer de helft van de tijd bij de vader verblijven. De voorzieningenrechter zal de vordering in reconventie afwijzen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat dit in belang van de kinderen nodig is. De enkele stelling dat de kinderen hebben laten weten dat zij deze wijziging willen is daarvoor onvoldoende.

in conventie en in reconventie

Proceskosten

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie en in reconventie

wijst de vorderingen af,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.

1621

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?