ECLI:NL:RBNHO:2025:14039

ECLI:NL:RBNHO:2025:14039, Rechtbank Noord-Holland, 25-09-2025, 11408574 \ CV EXPL 24-3108

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 25-09-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer 11408574 \ CV EXPL 24-3108
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zaanstad
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0031432

Samenvatting

onbetaald gelaten facturen, facturen en betalingsverplichting niet betwist

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zaanstad

Zaaknummer: 11408574 \ CV EXPL 24-3108 TB

Vonnis van 25 september 2025

in de zaak van

[eiser]

,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: N. Sekercan,

tegen

[gedaagde] voorheen handelend onder de naam [naam],

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 november 2024

- de conclusie van antwoord van 3 februari 2025

- het tussenvonnis van 3 april 2025

- de mondelinge behandeling van 27 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] heeft in 2018 aan [gedaagde] diverse soorten drank verkocht en geleverd.

[eiser] heeft op 3 mei 2018 aan [gedaagde] een factuur gestuurd van € 9.436,84 en op 4 oktober 2018 een factuur van € 3.156,00.

Bij brieven van 26 oktober 2020, 19 februari 2021, 8 april 2022, 28 september 2022, 25 oktober 2022 en 1 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] gesommeerd om over te gaan tot betaling van het openstaande bedrag, vermeerderd met rente en kosten.

Partijen zijn gedurende voornoemde periode meerdere malen een betalingsregeling overeengekomen, waarbij [gedaagde] diverse deelbetalingen heeft gedaan van in totaal € 6.220,00.

3. Het geschil

[eiser] vordert - samengevat en na vermindering van eis - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 14.084,85, vermeerderd met rente en kosten.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst omdat betaling van de facturen is uitgebleven. [eiser] heeft recht op betaling van de factuurbedragen, vermeerderd met rente en kosten.

[gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de facturen niet weersproken. Hij heeft een beroep gedaan op zijn financiële omstandigheden. [gedaagde] voert verweer tegen de hoogte van de gevorderde wettelijke handelsrente.

4. De beoordeling

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] de overgelegde facturen en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting niet betwist, zodat deze vast staan.

[eiser] vordert bij dagvaarding totaal € 9.311,08 aan wettelijke handelsrente tot en met 31 oktober 2024 van [gedaagde] . [gedaagde] heeft hier verweer tegen gevoerd. Gelet op wat op de zitting is besproken heeft [eiser] haar vordering op de zitting verminderd met € 2.500,00, zodat [gedaagde] aan wettelijke handelsrente nog € 6.811,08 aan [eiser] moet betalen. [gedaagde] heeft zijn verweer tegen de wettelijke handelsrente verder niet gehandhaafd.

[eiser] maakt verder nog aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 900,93 is in overeenstemming met de in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten gehanteerde tarieven en zal om die reden worden toegewezen.

De vordering van [eiser] bedraagt in totaal € 20.304,85 (€ 9.436,84 + 3.156,00 + € 6.811,08 + € 900,93) minus de door [gedaagde] verrichtte deelbetalingen van in totaal € 6.220,00, zodat resteert € 14.084,85. De kantonrechter zal dit bedrag toewijzen.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

113,54

- griffierecht

1.409,00

- salaris gemachtigde

812,00

(2 punten × € 406,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.469,54

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 14.084,85, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 12.594,85, met ingang van 1 november 2024, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.469,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?