RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10818822 \ CV EXPL 23-5135
Uitspraakdatum: 26 november 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. Het verdere procesverloop
Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de tarievenregelingen van de jaren 2022 tot en met 2025 te overleggen en zich uit te laten over eventueel in die regelingen opgenomen oneerlijke bedingen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.
2. De verdere beoordeling
Zoals al in het tussenvonnis is overwogen staat in de algemene voorwaarden een incassobeding waarin wordt verwezen naar de tarievenregeling. Omdat de gedaagde partij een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is. Daarbij geldt dat de bedingen moeten worden getoetst aan de hand van de wet- en regelgeving die gold op het moment waarop de overeenkomst is gesloten.
Uit de tarievenregeling volgt dat de eisende partij na een eerste kosteloze aanmaning een herinnering stuurt waarbij € 17,50 aanmaningskosten in rekening worden gebracht. Als betaling uitblijft, wordt vervolgens een tweede aanmaning verstuurd waarbij € 22,50 aan incassokosten in rekening worden gebracht. De kantonrechter oordeelt dat in de tarievenregeling in het voordeel van de consument wordt afgeweken van de wettelijke regeling, zoals die gold op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Op basis van de wettelijke regeling was een consument na een kosteloze aanmaning immers direct een minimumbedrag van € 40,00 aan incassokosten verschuldigd. De kantonrechter vindt de tarievenregeling daarom niet oneerlijk.
De kantonrechter wijst de eisende partij er wel op dat per 1 oktober 2024 artikel 6:96 lid 8 BW in werking is getreden. Deze bepaling beperkt de stapeling van incassokosten voor termijnbetalingen van maximaal € 266,67. Op basis van het artikel en artikel 2a van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bedragen de maximale incassokosten die bij een consument in rekening mogen worden gebracht voor de eerste onbetaald gelaten termijn € 40,00 en voor de volgende onbetaald gelaten termijnen binnen een periode van zes maanden € 20,00. In de tarievenregeling wordt ten nadele van de consument afgeweken van deze nieuwe regeling, aangezien de tarievenregeling de mogelijkheid biedt om voor iedere onbetaald gelaten termijn aanmanings- en incassokosten in rekening te brengen tot maximaal € 40,00 per termijn. Hierdoor kan het totaal aan buitengerechtelijke kosten hoger worden dan nu wettelijk is toegestaan. Dit maakt dat voor overeenkomsten die zijn gesloten na 1 oktober 2024 de tarievenregeling wel oneerlijk is.
Conclusie en proceskosten
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 265,37;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84
griffierecht € 128,00
salaris gemachtigde € 82,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter