ECLI:NL:RBNHO:2025:14126

ECLI:NL:RBNHO:2025:14126, Rechtbank Noord-Holland, 10-09-2025, 15/038220-25

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 10-09-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer 15/038220-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Meervoudige kamerjeugdstrafzaken. Meerdere diefstallen met geweld. Straf: jeugddetentie, werkstraf en leerstraf.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie & Jeugd

Locatie Haarlem

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/038220-25

Uitspraakdatum: 10 september 2025

Tegenspraak

Vonnis (P)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 27 augustus 2025 in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres ( [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

[de OvJ] en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. C. Peters, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.

Ook waren aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en [vertegenwoordiger van de jeugdreclassering] namens de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam (hierna: de jeugdreclassering).

Verder was aanwezig de moeder van de verdachte, bijgestaan door een tolk Somalisch.

Namens de benadeelde partij [benadeelde partij 1] waren zijn ouders aanwezig. Tot slot waren aanwezig de IFA-coach en de begeleider van [de zorginstelling] .

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 3 februari 2025 te Purmerend, op de openbare weg, te weten [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon ( [merk] ) en/of een [merk] bankpas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door:- aan het touw van de telefoon van die [benadeelde partij 2] te trekken en/of- het touw van de telefoon over het hoofd van die [benadeelde partij 2] te tillen en/of- tegen die [benadeelde partij 2] te zeggen: Geef je toegangscode, anders gooi ik je telefoon in het water;

Feit 2:

hij op of omstreeks 28 januari 2025 te Purmerend, op de openbare weg, te weten [adres] , een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door tegen die [benadeelde partij 3] te zeggen ‘Als ik nu niet je fiets krijg. Krijgen jullie klappen’ en/of ‘Geef mij nu je fiets’;

Feit 3:

hij op of omstreeks 3 december 2024 op het schoolplein van [adres] te Purmerend, een fatbike ( [merk] ), toebehorende aan [benadeelde partij 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe teeigenen;

Feit 4:

hij op of omstreeks 11 november 2024 te Purmerend, op de openbare weg, te weten het [adres] , tien euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door(eerst) de telefoon van die [benadeelde partij 1] af te pakken en/of(vervolgens) zijn arm om de nek van die [benadeelde partij 1] te leggen en/ofnaar achteren te trekken en/ofdaarbij te roepen ‘Geef me dat geld of ik ga andere dingen met je doen, althans woorden van gelijk aard en/of strekking;

Feit 5:

hij op of omstreeks 12 mei 2025 te Purmerend, op de openbare weg, te weten [adres] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 5] (geboren in [geboortejaar] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 5] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tegen die [benadeelde partij 5] heeft gezegd ‘stoppen stoppen stoppen, ik ga je fatbike pakken’, ‘Geef me die kanker fatbike! Ik heb een mes en ik ga je steken’ en/of een handvat van de fatbike heeft getrokken en/of weggenomen en/of weggegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 6:

hij op of omstreeks 10 juni 2025 te Purmerend, op de openbare weg (in of nabij [adres] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, airpods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 6] , in elk gevalaan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- een mes, althans scherp voorwerp, te trekken en/of deze voor die [benadeelde partij 6] te houden en daarbij de woorden toe te voegen: “ Jij gaat nu met mij meelopen”;

Feit 7:

hij op of omstreeks 10 juni 2025 te Purmerend, op de openbare weg (in of nabij [adres] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 6] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn riem en/of schoenen en/of een vest (merk: [merk] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde partij 6] en/of een derde toebehoorde(n) door:- een mes, althans scherp voorwerp, te trekken en/of deze voor die [benadeelde partij 6] te houden en daarbij de woorden toe te voegen: ‘ Jij gaat nu met mij meelopen”.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat geen sprake is van medeplegen gelet op het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte [de medeverdachte 1] .

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde stelt de verdediging dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat sprake is van onvoldoende wettig bewijs voor diefstal met geweld aangezien de ten laste gelegde bedreigingen niet gericht zijn op de aangever.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de verdediging primair vrijspraak bepleit omdat het oogmerk op wederrechtelijke toe-eigening van de fatbike ontbreekt gelet op de verklaring van de verdachte dat hij de fatbike heeft weggenomen in opdracht van de broer van het slachtoffer. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft de verdediging vrijspraak bepleit gelet op de ontbrekende herkenning van de verdachte op de beelden en de ontkenning van de verdachte.

Tot slot heeft de verdediging ten aanzien van het onder 6 en 7 ten laste gelegde bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken gelet op de verklaring van de verdachte dat hij ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig was in zijn woning vanwege zijn avondklok en de onduidelijke herkenning van de verdachte op beelden.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 3

Hoewel vaststaat dat de verdachte de fatbike heeft meegenomen, kan – op basis van het dossier en het behandelde ter zitting – niet worden vastgesteld dat de verdachte het oogmerk had op het wederrechtelijk toe-eigenen van de fatbike. De verdachte heeft namelijk direct bij de politie alsook ter zitting aangegeven dat hij de fatbike heeft meegenomen in opdracht van de broer van het slachtoffer. Deze verklaring is niet geverifieerd terwijl dit wel mogelijk was.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder 3 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot het onder 6 en 7 ten laste gelegde sprake is van een voortgezette handeling als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De bewezenverklaarde gedragingen volgen elkaar namelijk op in tijd en hangen zo nauw met elkaar samen dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt.

Bewijsmotivering feit 1

Uit de bewijsmiddelen – in het bijzonder de aangifte en de getuigenverklaring van [de getuige] – is gebleken dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte ten aanzien van de diefstal vergezeld van geweld gelet op de volgende omstandigheden.

Uit de aangifte is gebleken dat het slachtoffer [benadeelde partij 2] is benaderd door de verdachte en medeverdachte [de medeverdachte 1] , waarna zij zijn telefoon en bankpas, met geweld, hebben weggenomen, door onder andere aan het touw van de telefoon te trekken. Vervolgens is de code van zijn telefoon gevraagd. Op grond van de aangifte en de getuigenverklaring van [de getuige] blijkt dat de verdachten uiteindelijk ook samen zijn gevlucht. Deze verklaringen vinden steun in de verklaring van de medeverdachte [de medeverdachte 1] , die heeft verklaard dat hij degene is geweest die de telefoon heeft weggenomen en dat de verdachte degene is geweest die de code van de telefoon aan de aangever heeft gevraagd, waarna zij samen weg zijn gegaan. De verdachte heeft ter zitting ook bevestigd dat hij tegen het slachtoffer heeft gezegd dat hij de code van de telefoon moest geven. De medeverdachte heeft tevens verklaard dat de verdachte op voorhand wist dat hij de telefoon zou wegnemen en dat de verdachte degene is geweest die daarna door de telefoon van de aangever is gegaan. De verdachte heeft dus een bijdrage geleverd aan de diefstal met geweld door – terwijl hij op voorhand wist dat de telefoon gestolen zou worden – aanwezig te zijn bij de diefstal, de code van de telefoon te vragen, samen met de medeverdachte te vluchten en vervolgens door de telefoon van de aangever te gaan.

Gelet op deze omstandigheden dan wel gedragingen van zowel de verdachte als de medeverdachte voor, tijdens en na het ten laste gelegde, in samenhang bezien, acht de rechtbank dan ook voldoende wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van medeplegen van diefstal vergezeld van geweld.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij op 3 februari 2025 te Purmerend, op de openbare weg, te weten [adres] , tezamen en in vereniging met een ander, een telefoon ( [merk] ) en een [merk] bankpas, die toebehoorden aan [benadeelde partij 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen [benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door:- aan het touw van de telefoon van die [benadeelde partij 2] te trekken en - het touw van de telefoon over het hoofd van die [benadeelde partij 2] te tillen.

Feit 2:

hij op 28 januari 2025 te Purmerend, op de openbare weg, te weten [adres] , een fatbike, die aan [benadeelde partij 3] toebehoorde heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door tegen die [benadeelde partij 3] te zeggen ‘Als ik nu niet je fiets krijg. Krijgen jullie klappen’ en ‘Geef mij nu je fiets’;

Feit 4:

hij op 11 november 2024 te Purmerend, op de openbare weg, te weten het [adres] , tien euro, die aan [benadeelde partij 1] toebehoorde heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door- eerst de telefoon van die [benadeelde partij 1] af te pakken en- vervolgens zijn arm om de nek van die [benadeelde partij 1] te leggen en- naar achteren te trekken en- daarbij te roepen ‘Geef me dat geld of ik ga andere dingen met je doen’;

Feit 5:

hij op 12 mei 2025 te Purmerend, op de openbare weg, te weten [adres] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een fatbike, die aan [benadeelde partij 5] (geboren in [geboortejaar] ) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en vergezellen van bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 5] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door tegen die [benadeelde partij 5] te zeggen: ‘stoppen stoppen stoppen, ik ga je fatbike pakken’, ‘Geef me die kanker fatbike! Ik heb een mes en ik ga je steken’ en een handvat van de fatbike heeft getrokken en weggegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 6:

hij op 10 juni 2025 te Purmerend, op de openbare weg (in of nabij [adres] ) tezamen en in vereniging met een ander, airpods, die aan [benadeelde partij 6] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door:- een mes te trekken en deze voor die [benadeelde partij 6] te houden en daarbij de woorden toe te voegen: “ Jij gaat nu met mij meelopen”;

Feit 7:

hij op 10 juni 2025 te Purmerend, op de openbare weg (in of nabij [adres] ) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 6] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn riem, schoenen en een vest (merk: [merk] ), die aan die [benadeelde partij 6] toebehoorden door:- een mes te trekken en deze voor die [benadeelde partij 6] te houden en daarbij de woorden toe te voegen: ‘Jij gaat nu met mij meelopen”.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;

Feit 4: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;

Feit 5: poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;

de voortgezette handeling van:

Feit 6: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen

en

Feit 7: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sancties

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 138 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een leerstraf voor de duur van 40 uren, te weten So-Cool regulier.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair gepleit om het advies van de Raad te volgen, te weten oplegging van de leerstraf So-Cool, alsmede een voorwaardelijke werkstraf met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad, behoudens het contactverbod met de medeverdachten.

Uit het advies van de Raad is gebleken dat een geheel voorwaardelijke jeugddetentie niet passend is gelet op de kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van de verdachte. De periode die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht heeft ook veel impact op de verdachte gemaakt en was, mede vanwege de personen waarmee hij hier verbleef, onveilig voor hem. Er is inmiddels sprake van een prille positieve ontwikkeling, die niet doorbroken moet worden door detentie. Een strak kader is echter nodig, zodat hij positieve dagbesteding heeft en zijn vaardigheden (verder) kan versterken. Als de rechtbank jeugddetentie oplegt, dan moet die straf gelijk zijn aan het voorarrest zodat hij niet komt vast te zitten.

De verdediging is het eens met de vordering van de officier van justitie om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Oordeel van de rechtbank

Inleiding

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

In het bijzonder overweegt de rechtbank dat de verdachte zich in een periode van ongeveer zeven maanden schuldig heeft gemaakt aan meerdere straatroven. De verdachte heeft alleen en samen met anderen door middel van geweld en dreiging met geweld diverse jongeren beroofd van hun goederen, waaronder fatbikes, geld, kleding en een telefoon. Opvallend is de geraffineerde wijze waarop de verdachte, al dan niet samen met de medeverdachten, te werk is gegaan. Gebleken is dat hij op klaarlichte dag op openbare plekken, waaronder het schoolplein en winkelcentrum – voornamelijk zeer jonge – slachtoffers heeft achtervolgd en/of heeft benaderd en vrijwel direct heeft gedreigd met geweld en/of daadwerkelijk geweld heeft toegepast. Een van de feiten is zelfs gefilmd en verspreid. De verdachte heeft zijn persoonlijke gewin vooropgesteld en heeft op geen enkel moment stilgestaan bij de gevolgen van zijn gedrag voor de slachtoffers en de ernst van de feiten. Dit blijkt onder andere uit het feit dat hij tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis is doorgegaan met het plegen van straatroven en hiertoe tweemaal opnieuw is aangehouden.

Door zo te handelen heeft de verdachte ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit en levenssfeer van de (zeer jonge) slachtoffers, waarbij hij de slachtoffers grote angst heeft toegebracht. Dit blijkt onder andere uit diverse aangiftes en getuigenverklaringen waarin wordt beschreven dat enkele slachtoffers zichtbaar emotioneel waren. De ervaring leert dat de slachtoffers van dergelijke misdrijven nog lange tijd de nadelige gevolgen daarvan moeten ondervinden. Uit de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] blijkt ook dat hij sinds het voorval niet meer naar buiten durft, ook niet samen met zijn moeder. Daarnaast tasten dit soort misdrijven ook het gevoel van veiligheid in de samenleving aan.

Persoonlijke omstandigheden

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, van 29 juli 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 19 augustus 2025 van [raadsonderzoeker] raadsonderzoeker bij de Raad.

De Raad heeft daarin geadviseerd tot oplegging van een leerstraf, te weten So-Cool, en een geheel voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte dagbesteding heeft, meewerkt aan een coach, inzicht geeft in zijn sociale contacten/sociaal netwerk, zich houdt aan een locatiegebod op zijn woonadres van 18.00 uur - 07.00 uur en contactverboden heeft met de slachtoffers en de medeverdachten.

Volgens de Raad geeft de verdachte onvoldoende openheid over zijn sociale contacten en laat hij zich makkelijk beïnvloeden. Er is dan ook sprake van een aanmerkelijk risico op herhaling wanneer de verdachte niet de juiste begeleiding krijgt en motivatie heeft om zich te richten op zijn eigen ontwikkeling en het verstevigen van zijn vaardigheden. Middels de leerstraf So-Cool alsmede de IFA-coach kan er gewerkt worden aan zijn kwetsbaarheid en weerbaarheid in sociale situaties. Daarnaast is toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering noodzakelijk omdat hij gebaat is bij structuur en grenzen, met duidelijke kaders.

De Raad heeft het strafadvies ter terechtzitting gehandhaafd en gespecificeerd dat de leerstraf So-Cool regulier wordt geadviseerd. Daarnaast heeft de Raad desgevraagd toegelicht dat er nog een beschermingsonderzoek loopt, waardoor er mogelijk nog een civiele maatregel (zoals een ondertoezichtstelling) volgt.

De jeugdreclassering heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het advies van de Raad.

Conclusie

In zijn algemeenheid geldt dat bij ernstige strafbare feiten als deze, te weten meerdere diefstallen met geweld/afpersing, een vrijheidsbenemende straf passend en geboden is. Bij oplegging van de straf houdt de rechtbank in het voordeel van de verdachte rekening met zijn jonge leeftijd, dat hij een first-offender is en met het feit dat hij – volgens de berekening van de rechtbank – 50 dagen in voorarrest heeft gezeten. In het nadeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij zich meermaals niet aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Daarnaast houdt de rechtbank zowel ten voordele als ten nadele rekening met het advies van de Raad waarin de zorgen enerzijds en de beschermende factoren anderzijds zijn beschreven. Daarbij heeft de Raad ook gewezen op de prille positieve ontwikkeling die de verdachte doormaakt.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie opgelegd moet worden gelijk aan de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zodat de verdachte niet meer in detentie hoeft. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er daarbij niet een voorwaardelijke jeugddetentie, maar een geheel voorwaardelijke werkstraf opgelegd dient te worden voor de duur van 180 uur. Gelet op de adviezen van de Raad en de jeugdreclassering, de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij een first-offender is, bezien in het licht van het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht, acht de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie niet passend.

De rechtbank zal aan de voorwaardelijke werkstraf een proeftijd verbinden van twee jaren en daarbij bepalen dat de verdachte zich gedurende de proeftijd moet houden aan de algemene voorwaarde en de volgende bijzondere voorwaarden: volgen van dagbesteding in de vorm van zorgsportschool, locatiegebod van 18.00 uur - 07.00 uur op het woonadres van de verdachte, meewerken aan hulpverlening van de IFA-coach, inzicht geven in zijn sociale contacten en contactverboden met de slachtoffers en de medeverdachten.

De rechtbank zal bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht

dadelijk uitvoerbaar zijn. De verdachte heeft zich namelijk schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen, en gevaar veroorzaakt voor, de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, te weten diefstallen met geweld dan wel bedreiging met geweld. De rechtbank is, mede gelet op wat de Raad ter terechtzitting over de kans op herhaling heeft gezegd en het feit dat de verdachte meerdere strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis, van oordeel dat zonder de voorwaarden er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan.

Tot slot zal de rechtbank de leerstraf So-Cool regulier opleggen, zodat de verdachte kan werken aan zijn kwetsbaarheid en weerbaarheid in sociale situaties en de kans op recidive afneemt.

7. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Namens de benadeelde partij [benadeelde partij 6] is een vordering tot schadevergoeding van € 1.383,00 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 7 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit [merk] schoenen (€ 888,00) en een [merk] riem (€ 495,00).

Daarnaast is een bedrag van € 17.500,00 gevorderd bestaande uit affectieschade die hij als gevolg van de onder 6 en 7 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gevorderde materiële schade bestaande uit de [merk] schoenen (€ 888,00) en niet-ontvankelijk verklaring van de overige materiële schade en de gevorderde affectieschade.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de materiële schade bestaande uit de [merk] riem niet-ontvankelijk te verklaren wegens onvoldoende onderbouwing. Ten aanzien van de materiële schade bestaande uit de [merk] schoenen heeft de advocaat primair verzocht om niet-ontvankelijk verklaring en subsidiair om matiging, gelet op het feit dat de nieuwwaarde van de schoenen is gevorderd.

Tot slot heeft de verdediging verzocht de gevorderde affectieschade niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het gestelde geen onderbouwing vormt van enige vorm van affectieschade.

Oordeel rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade betreffende de [merk] schoenen rechtstreeks voortvloeit uit het onder 7 bewezen verklaarde feit. Nu de kosten voor de schoenen enkel zijn onderbouwd met de nieuwwaarde ervan en gebleken is dat de schoenen bijna een jaar oud zijn, zal de rechtbank – conform het subsidiaire betoog van de verdediging – de materiële schade matigen tot een bedrag van € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de resterende materiële schade betreffende de schoenen afwijzen.

De overige gevorderde materiële schade bestaande uit de [merk] riem (€ 495,00) zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren wegens gebrek aan voldoende onderbouwing.

Tot slot zal de rechtbank de vordering tot vergoeding van de affectieschade niet-ontvankelijk verklaren. Op grond van artikel 51f, tweede lid, Sv en artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek is het vorderen van vergoeding voor affectieschade mogelijk voor naasten van het door een misdrijf overleden slachtoffer. De bewezenverklaarde feiten onder 6 en 7 [kort gezegd: diefstal met dreiging van geweld en afpersing] zijn dan ook geen feiten die voor vergoeding van affectieschade in aanmerking komen. Voor zover de benadeelde partij bedoeld heeft immateriële schade te vorderen, overweegt de rechtbank dat de vordering ook dan niet-ontvankelijk is, wegens onvoldoende onderbouwing.

Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: afpersing] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 45, 56, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de hiervoor onder 3.4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde

strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van vijftig (50) dagen.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten 50 dagen, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van honderdtachtig (180) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door negentig (90) dagen jeugddetentie, met bevel dat dit geheel, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

Geeft opdracht aan de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd aan de [adres] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Van rechtswege gelden voorts de voorwaarden dat de veroordeelde:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan zal bieden:

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling, zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Beveelt dat de op grond van artikel 77z gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een leerstraf voor de duur van veertig (40) uren, te weten het leertraject So-Cool regulier, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door twintig (20) dagen jeugddetentie.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 6] geleden materiële schade tot een bedrag van € 600,00, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening aan [benadeelde partij 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor zover het de affectieschade en de overige materiële schade ( [merk] riem (€ 495,00)), betreft niet-ontvankelijk in de vordering en wijst de vordering betreffende de resterende materiële schade af.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot

betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting

tot betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. Ok, voorzitter,

mr. J. van Beek en mr. R.M. Verberne, allen (kinder)rechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.D. Warmerdam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2025.

Mr. R.M. Verberne is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Ok

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?