RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/370382 / JU RK 25-1397
Datum uitspraak: 4 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. A.L. Witteveen.
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. J.M. Kers.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 oktober 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [vertegenwoordiger van de GI] , een vertegenwoordiger van de GI.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter op 17 november 2025. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2. De feiten
[de minderjarige] woont bij haar vader.
De ouders waren belast met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] . De vader heeft een verzoek tot eenhoofdig gezag bij deze rechtbank ingediend, welk verzoekschrift gezamenlijk met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is behandeld. De rechtbank heeft bij beschikking van 4 december 2025 bepaald dat het gezamenlijk gezag van de ouders over [de minderjarige] wordt beëindigd en dat de vader alleen met het gezag over haar wordt belast.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 december 2016 [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling steeds is verlengd, voor het laatst tot 6 december 2025.
3. Het verzoek
De GI verzoekt, als de rechtbank het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag over [de minderjarige] afwijst, de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Wanneer de vader belast wordt met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] , verzoekt de GI de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden te verlengen.
De GI onderbouwt haar verzoek als volgt. De grootste zorgen over [de minderjarige] blijven de communicatie tussen de ouders van [de minderjarige] , de omgang tussen [de minderjarige] en haar moeder, het perspectief van [de minderjarige] als zij niet meer bij haar vader kan wonen wegens zijn ziekte MS en de emotionele veiligheid van [de minderjarige] . Het is de ouders in de afgelopen jaren niet gelukt met elkaar in contact te komen. De moeder ervaart nog veel boosheid richting de vader. De moeder uit beschuldigingen van fysiek geweld en seksueel misbruik bij [de minderjarige] door de vader. Dat roept veel emoties over en weer op. De GI vervult nu de rol van een neutrale partij die informatie over [de minderjarige] deelt met beide ouders. De GI ziet niet wat er nog ingezet kan worden om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. Op dit moment is de systeemtherapie van Parlan net gestart, waarbij de focus ligt op de vader en [de minderjarige] . De oma van [de minderjarige] (moeder vaderszijde) wordt ook in de therapie betrokken. Het is een optie dat de moeder deelneemt, afhankelijk van het verloop van het traject en de eigen inzet van de moeder. De systeemtherapie is voor [de minderjarige] ook helpend voor het omgaan met de problematiek van haar ouders. De GI heeft verder ingezet op het doel dat [de minderjarige] op een voor haar fijne manier contact heeft met haar moeder en zich veilig voelt. [de minderjarige] ziet haar moeder één keer in de week twee uur lang onder begeleiding. In de vakantie is er ruimte voor drie uur omgang. De omgang is in de periode van december 2024 tot mei 2025 goed gegaan. Hierbij heeft de omgangsbegeleider wel opgemerkt dat [de minderjarige] zich echt anders gedraagt tijdens de omgang dan op andere momenten. De moeder is in mei 2025 verhuisd naar [plaats] , waarna de moeder een gedragsverandering heeft laten zien. Zij komt erg vlak over. Voor wat betreft het perspectief van [de minderjarige] , namelijk dat [de minderjarige] weet waar zij kan opgroeien op het moment dat dit niet meer bij de vader kan, is de GI in afwachting van de beslissing van de rechtbank op het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag. De vader heeft goede vrienden, [goede vriend 1] en [goede vriend 2] , die de zorg voor [de minderjarige] willen en kunnen dragen als de vader dit niet meer (volledig) kan. De moeder staat niet achter dit plan. De vader, zijn netwerk, de GI en [de minderjarige] zelf zien dit als het bestendige perspectief voor [de minderjarige] .
Op de zitting heeft de GI verklaard dat er confrontaties zijn geweest tussen de vader en [de minderjarige] , waarbij [de minderjarige] een corrigerende tik van de vader heeft gekregen. Ook zijn er confrontaties geweest tussen de oma en [de minderjarige] , waarbij [de minderjarige] haar oma pijn heeft gedaan. De vader is hierover richting de GI aanvankelijk niet eerlijk geweest. De ambulante coach die bij [de minderjarige] betrokken is, gaat nu opvoedondersteuning bij de vader thuis en bij de oma geven. Verder is er ingezet op ontlasting van de vader, waardoor [de minderjarige] binnenkort één keer per maand een weekend bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] thuis zal verblijven. Als de vader goed meewerkt aan de opvoedondersteuning, kan de hulpverlening na zes maanden worden overgedragen naar het vrijwillig kader.
4. De standpunten van de ouders en de mening van de minderjarige
[de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat zij het prima vindt als haar vader de beslissingen neemt, maar dat zij het wel heel belangrijk vindt dat ze omgang met haar moeder heeft. Zij wil niet dat de omgang korter wordt en ervaart angst bij de gedachte dat haar vader de omgang zal minderen. Ze vindt het bij haar vader fijn en de omgang met haar moeder vindt ze ook fijn. Ze vindt het prettig als de begeleider van de GI en de omgangsbegeleider betrokken blijven in haar leven. Ze vraagt zich af waarom haar moeder de laatste tijd zo sloom is. Voor haar vader heeft [de minderjarige] de boodschap dat hij haar niet uit negativiteit met haar moeder moet vergelijken. Verder vindt ze het heel fijn bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] .
Beide ouders zijn het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Namens en door de moeder is op de zitting aangegeven dat systeemtherapie behulpzaam kan zijn in de communicatie tussen de ouders onderling. De moeder wordt op dit moment niet betrokken bij het nemen van beslissingen. De angst van de moeder is dat zij zonder het ouderlijk gezag niet op de hoogte blijft van het leven van [de minderjarige] , dat er geen relevante informatie met haar gedeeld wordt en dat haar perspectief niet betrokken wordt bij de te nemen beslissingen.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreigingen betreffen de verstoorde communicatie tussen de ouders en het effect daarvan op [de minderjarige] , het onzekere toekomstperspectief van [de minderjarige] , de persoonlijke problematiek van de moeder, bestaande uit onder andere emotieregulatie-problematiek voortkomend uit PTSS, de omgang tussen [de minderjarige] en haar moeder, de (emotionele) veiligheid van [de minderjarige] en de opvoedsituatie bij de vader thuis. De communicatie van de ouders is dusdanig verstoord dat [de minderjarige] hierin klem of verloren is geraakt. De persoonlijke problematiek van de moeder heeft zijn doorwerking in de onderlinge oudercommunicatie. De moeder uit veel beschuldigingen richting de vader en zij is niet altijd meewerkend in het nemen van beslissingen over en het verlenen van toestemming voor [de minderjarige] . Er kunnen daardoor geen beslissingen in het belang van [de minderjarige] worden genomen, waaronder over het perspectief van [de minderjarige] . Een punt van strijd tussen de ouders is waar zij gaat wonen als de vader (tijdelijk) wegvalt. Nu de rechtbank heeft besloten de vader te belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] , is het van belang dat de GI de komende tijd aandacht gaat besteden aan de gewijzigde gezagsverhouding en hoe beide ouders zich daartoe verhouden. Hierbij dient oog te zijn voor het belang en recht van de moeder om betrokken te blijven bij het leven van [de minderjarige] en hoe de vader zijn rol hierin zal vervullen. Naast een omgangsregeling met de moeder dient er ook sprake te zijn van een informatie- en consultatieregeling. Het is de plicht van de vader hieraan te voldoen. Het vastleggen van een dergelijke regeling kan hierin helpend zijn.De boosheid van de moeder sijpelt niet alleen in de communicatie richting de vader door, maar kan ook zijn weg vinden in de omgangsmomenten met [de minderjarige] . Hoewel de omgang de afgelopen periode overwegend goed is gegaan, dient er blijvende aandacht te zijn voor de emotionele veiligheid van [de minderjarige] tijdens de contactmomenten met haar moeder. De omgang is begeleid en door de begeleider wordt gezien dat [de minderjarige] zich wezenlijk anders opstelt tijdens de omgangsmomenten. De ingezette systeemtherapie van Parlan is een vervolg op eerder door [de minderjarige] doorlopen trajecten waarin aandacht is besteed aan hoe [de minderjarige] goed kan omgaan met de problematiek van haar ouders. Hierin kan niet alleen bekeken worden naar hoe [de minderjarige] zich uit tijdens deze omgangsmomenten, maar kan er ook aandacht worden besteed aan de oplopende confrontaties tussen [de minderjarige] en haar vader en [de minderjarige] en haar oma. Tevens kan, afhankelijk van het verloop van het traject en de eigen inzet van de moeder, de moeder in deze therapie worden meegenomen. Daarnaast zal er de komende tijd aandacht worden besteed aan de opvoedvaardigheden bij de vader thuis en is er ook opvoedondersteuning en -begeleiding ingezet gezien voornoemde confrontaties.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ouders communiceren niet met elkaar en het is in de afgelopen jaren ook niet gelukt om met elkaar in contact te komen. Door het uitblijven van oudercommunicatie was vrijwillige hulpverlening geen optie. De verwachting is dat door de wijziging van het gezamenlijk gezag naar het eenhoofdig gezag berustend bij de vader op den duur de vrijwillige hulpverlening wel afdoende zal zijn om de ontwikkelingsbedreigingen van [de minderjarige] weg te nemen. De komende periode dient de GI de regie te voeren zodat de aanwezige hulpverlening gecontinueerd wordt. Ook zullen de recente ontwikkelingen omtrent de oplopende confrontaties binnen het gezin en de daarop ingezette hulpverlening gemonitord dienen te worden. Verder zal bezien moeten worden hoe de gewijzigde gezagsverhouding zijn doorwerking heeft in de communicatie tussen de ouders en op [de minderjarige] . Een overdracht naar het vrijwillig kader is op dit moment te vroeg.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van zes maanden. Deze termijn acht de kinderrechter in ieder geval nodig om naar een vrijwillig kader toe te werken.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. Brief aan de minderjarige
De kinderrechter heeft [de minderjarige] een brief geschreven om te laten weten wat er is gebeurd na het gesprek dat zij hadden. De inhoud van de brief staat hieronder, zodat beide ouders daarvan op de hoogte zijn.
Beste [de minderjarige] ,
Ik schrijf je deze brief, omdat ik met jou heb afgesproken dat je van mij gaat horen wat ik besloten heb. Ik moet over twee zaken beslissen: of je vader alleen het gezag over je krijgt en of de ondertoezichtstelling verlengd moet worden.
Ik heb je uitgelegd dat gezag betekent dat je vader dan alleen, zonder overleg met je moeder, bijvoorbeeld mag beslissen naar welke school je gaat of welke tandarts je hebt. Dit vond jij eigenlijk wel prima, maar met één uitzondering, de omgang met je moeder. Je bent er bang voor dat je je moeder korter of helemaal niet meer ziet als je vader alleen beslissingen over jou mag nemen. Je vader is heel lang boos op je moeder geweest en kan dat nog steeds zijn. Ik snap dat je je daar zorgen over maakt. Dat je vader gezag over je krijgt, betekent niet dat je dan geen omgang meer met je moeder mag hebben. Dat blijft zoals het al was. Omgang met je moeder staat los van het gezag.
Om te beslissen of je vader alleen gezag heeft, kijk ik naar wat de wet hierover zegt en wat in jouw situatie nodig is. Ik vind het belangrijk dat je vader alleen het gezag krijgt en dus alleen de beslissingen over jou mag nemen. Dat is in jouw belang. Je vader en je moeder praten niet goed genoeg met elkaar om samen beslissingen over jouw leven te kunnen nemen. Het is belangrijk dat die beslissingen zo snel mogelijk genomen kunnen worden en daarom vind ik het nodig dat je vader dat alleen kan doen. Dat hij hiervoor dus niet met je moeder hoeft te overleggen. Je vader is degene bij wie jij woont en die voor je zorgt. Dat is ook de reden dat ik vind dat je vader over jou mag beslissen in plaats van je moeder. Je moeder heeft zelf psychiatrische problematiek en haar problematiek is de reden dat zij ook niet in jouw belang kan beslissen.
Daarnaast is je vader helaas ziek. Hoewel ik hoop dat hij nog heel lang bij je zal zijn en dat je dus bij hem kan blijven wonen, is er een kans dat hij komt te overlijden. Voor jou moet het dan duidelijk zijn bij wie je komt te wonen en wie er dan over jou gaat beslissen. Je vader wil graag dat je dan bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] , de ouders van jouw vriendin [vriendin] , gaat wonen. Iedereen vindt dit een goed idee, je vader, [goede vriend 1] , [goede vriend 2] en jijzelf ook. Jij hebt het naar je zin bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] . Je moeder is het er niet mee eens, zij wil graag dat je bij haar komt wonen. Dat snap ik ook. Maar ik vind het in jouw belang dat je na het overlijden van je vader bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] gaat wonen.
Een verlenging van jouw ondertoezichtstelling betekent dat de jeugdbeschermer, [jeugdbeschermer] , je langer gaat helpen met wat jij nodig hebt. Ik heb ook besloten dat [jeugdbeschermer] jou nog zes maanden langer gaat helpen. [jeugdbeschermer] voert regie. Dat betekent dat [jeugdbeschermer] kijkt naar wat jij nodig hebt om veilig op te groeien en je goed te blijven ontwikkelen. [jeugdbeschermer] zoekt dan uit welke hulpverlening bij jou past. In jouw geval gaat het er bijvoorbeeld om dat de omgang met je moeder begeleid wordt. Daar heb je [naam] nu voor. Dat vind je zelf ook fijn en dat gaat goed. Je hebt eerder ook meegewerkt aan een hulpverleningstraject van KOPP. Toen kon je praten met andere kinderen die in dezelfde situatie als jij zitten. Je wilt graag nog zo’n traject hebben. [jeugdbeschermer] kan dit dan voor jou regelen. Komende tijd ga je in ieder geval aan de slag bij Parlan. Je hebt mij verteld dat je daar al een gesprek hebt gehad. [jeugdbeschermer] gaat kijken hoe het bij Parlan gaat en hoe lang je met je vader en je oma bij Parlan zal komen. Misschien dat je moeder ook mee gaat doen aan dit traject. Dat weet ik nu nog niet. [naam] gaat je vader, je oma en jou komende tijd ook helpen in hoe jullie met elkaar omgaan. Het kan ook zijn dat nog iemand anders gaat helpen. [jeugdbeschermer] zal dat bepalen. Hopelijk worden de ruzies dan wat minder fel en kunnen jullie met elkaar in gesprek en een discussie voeren in plaats van bijvoorbeeld met spullen gooien of duwen en slaan.
Omdat je vader en je moeder nu een nieuwe situatie in gaan, namelijk dat je vader alleen beslissingen mag nemen over jou, vind ik het ook belangrijk dat [jeugdbeschermer] kijkt hoe dat gaat de komende zes maanden. Zodat jouw zorgen over dat je je moeder misschien minder gaat zien er niet meer zijn. Jij houdt natuurlijk zowel van je vader als je moeder. En zowel je vader als je moeder moeten daar gewoon goed mee om gaan. Dat kunnen ze helaas niet altijd, omdat ze zo boos zijn op elkaar en elkaar niet vertrouwen. Ze houden allebei wel veel van jou. [jeugdbeschermer] moet gaan kijken hoe je ouders de komende tijd met elkaar praten, zodat jij je zowel bij je vader als je moeder fijn voelt.
Je was gespannen voor het gesprek met mij. Aan het einde van het gesprek viel het je mee. Ik heb zelf het idee dat je goed je mening hebt kunnen geven en kunnen zeggen wat jij belangrijk vindt. Ik heb in mijn beslissingen rekening gehouden met jouw mening. Ik hoop dat het voor jou zo in ieder geval duidelijk is wat ik heb besloten en waarom ik dit heb besloten.
Groeten,
De kinderrechter, mevrouw. R.V. Loeve
7. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , tot 6 juni 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.V. Loeve, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025, in aanwezigheid van mr. S. Verhoeven als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.