RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11334896 \ WM VERZ 24-1485
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 12 maart 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde].
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kanton-rechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat de beschikking in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De bestuurder heeft namelijk een boete gekregen, net als de passagier omdat zij beide geen helm zouden dragen. De beschikking van de passagier is identiek qua feit-code en geldbedrag en deze is vernietigd en die van betrokkene niet. Ook de pleegdatum en het tijdstip zijn hetzelfde.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting aanvullende stukken overge-legd. Hieruit blijkt dat de identiteit van de passagier middels een OV-chipkaart is vastgesteld, waar de gemachtigde in die zaak gronden tegen heeft aangevoerd. Ondanks een verzoek daartoe is er in die zaak geen aanvullend proces-verbaal meer ontvangen, waardoor de beschikking is vernietigd. In voorliggende zaak is de identiteit middels het rijbewijs vastgesteld, en speelt dit probleem niet. De vertegenwoordiger heeft verzocht de boete in stand te laten en het beroep ongegrond te verklaren, maar de boete wel te matigen met 25% wegens schending van de redelijke termijn.De vertegenwoordiger heeft de kantonrechter verzocht om het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
De kantonrechter oordeelt dat, gelet op de door de vertegenwoordiger van de officier van justitie overgelegde stukken, sprake is van een andere situatie dan in de zaak waar namens betrokkene naar is verwezen. De boete is terecht opgelegd, en het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet.
De kantonrechter stelt vast dat de redelijke termijn van berechting is overschreden. Betrokkene moet voor deze schending worden gecompenseerd. Onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zal de kantonrechter het bedrag van de boete matigen met 25%. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gedeeltelijk gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift bij de kantonrechter, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00). De in administratief beroep gemaakte proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 75,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: