RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11334899 \ WM VERZ 24-1486
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 12 maart 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde].
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden op het standpunt gesteld dat hij de gedraging ontkent en om een foto van de gedraging verzocht. De streep tussen de linker- en rechterbaan is geen doorgetrokken streep omdat het verkeer hier moet ritsen naar de rechterrijbaan. Aangezien het verkeer van links naar rechts mag mocht betrokkene er vanuit gaan dat hij met zijn voertuig van rechts naar links mocht.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft een uitdraai van Google Street View meegenomen ter illustratie van de pleeglocatie en de aanwezigheid van de doorgetrokken streep. De vertegenwoordiger heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter constateert dat namens betrokkene is erkend dat hij de streep heeft gepasseerd. De gemachtigde heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een doorgetrokken streep omdat het verkeer ter plaatse van links naar rechts moet ritsen. Betrokkene mocht er volgens de gemachtigde daarom vanuit gaan dat hij ook van rechts naar links mocht.
De kantonrechter constateert dat er op de Hoofdgracht inderdaad op enig moment van links naar rechts moet worden geritst, waarbij de doorgetrokken streep moet worden gepasseerd. Het ritsen van links naar rechts is echter maar op één stuk van de weg toegestaan. Het wegdeel waar de doorgetrokken streep mag worden gepasseerd om te ritsen wordt aangekondigd met de borden ‘ritsen na 100m’ en ‘vanaf hier ritsen’, en geldt alleen voor het ritsen van de linker- naar de rechterrijbaan. De bebording geeft dus aan vanaf wanneer de doorgetrokken streep mag worden gepasseerd om van links naar rechts te ritsen.
Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat betrokkene de doorgetrokken streep heeft gepasseerd op ruim 50 meter voorafgaand aan het wegdeel waar ritsen is toegestaan. Bovendien heeft betrokkene de doorgetrokken streep gepasseerd om van de rechter- naar de linkerrijbaan te verplaatsen, wat over de gehele weg niet is toegestaan.
Betrokkene heeft verzocht om bewijs van de gedraging in de vorm van een foto. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging visueel is geconstateerd. Het is niet noodzakelijk dat een gedraging door middel van fotoapparatuur wordt vastgelegd. De verklaring van een verbalisant op ambtseed of belofte biedt voldoende grondslag voor de vaststelling van het plegen van de gedraging door betrokkene.
De boete is terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: