RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11334888 \ WM VERZ 24-1483
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 26 februari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat de verbalisant niet heeft gevraagd naar een ontheffing. Betrokkene heeft de verbalisant uitgelegd dat het Servicepunt Parkeren geen ontheffing afgeeft voor de Noorderkade omdat dit binnen het industrieterrein ligt en een vergunning niet nodig is. Op Bijlage B is zichtbaar voor welke gebieden in Alkmaar een vergunning kan worden afgegeven. Het gebied [betrokkene] waarin het appartement van betrokkene ligt, heeft geen vergunning nodig. Op Bijlage C, verstuurd naar alle bewoners van de [betrokkene] is uitleg gegeven met de procedure voor aanvragen vergunning. Betrokkene heeft dit pas zeer recent ontvangen van de voorzitter van de [betrokkene] omdat hij nog niet in Alkmaar was ingeschreven toen de brief werd verzonden.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de gedraging kan worden vastgesteld, maar dat het verhaal van de gemachtigde voldoende aannemelijk is geworden. Het verhaal van betrokkene is duidelijk, en van meet af aan aangevoerd. De vertegen-woordiger heeft verzocht de boete te matigen tot nihil en het beroep gegrond te verklaren.
De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie. De door de gemachtigde aangevoerde omstandigheden geven reden de boete te matigen. Het boetebedrag zal worden gematigd tot nihil, en het beroep wordt gegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: