RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11697883 \ CV EXPL 25-1343
Uitspraakdatum: 6 november 2025
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Psycholoog Nederland B.V.
te Hilversum
de eisende partij
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2. De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 397,97 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
De geneeskundige behandelingsovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen de eisende partij als handelaar en de gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
Informatieplichten
Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelingsovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.
Het prijsbeding
Het prijsbeding moet wel ambtshalve getoetst worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Op grond van artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.
In de toepasselijke algemene voorwaarden van de eisende partij (hierna: de algemene voorwaarden) staat dat de kosten van de behandeling(en) door de eisende partij worden berekend overeenkomstig de geldende tarievenlijst, zoals deze door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is vastgesteld en gepubliceerd. De kantonrechter oordeelt dat dit prijsbeding transparant is, omdat in de algemene voorwaarden een link naar de door de NZa vastgestelde tarieven is opgenomen. Het prijsbeding wordt dus in stand gelaten.
De algemene voorwaarden
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Op de overeenkomst(en) zijn zowel de algemene voorwaarden van de eisende partij (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing verklaard, als de ‘Algemene Voorwaarden 2022 Geestelijke Gezondheidszorg’ (hierna: de GGZ-voorwaarden).
Onder ‘Declaratie en factuur’ van de algemene voorwaarden staat een rente- en incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:
‘De factuur dien je binnen 14 dagen te betalen. Bij niet-betaling binnen 14 dagen ontvang je op grond van de wet een kosteloze aanmaning om alsnog te betalen. Na het verstrijken van de wettelijke termijn van de kosteloze aanmaning worden wettelijke buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente in rekening gebracht. (…)’
Uit de formulering van dit beding volgt dat dit beding suggereert dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd (ná het intreden van verzuim) als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Hiervan mag niet worden afgeweken. De kantonrechter is daarom voornemens het beding op dit punt te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.
Voor wat betreft de wettelijke rente is het beding door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
De eisende partij heeft de GGZ-voorwaarden niet bij de dagvaarding gevoegd. Bij gebreke van (de juiste versie van) de GGZ-voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak niet uitvoeren. Daarom wordt de eisende partij eveneens in de gelegenheid gesteld om de GGZ-voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van de eventuele bedingen uit de GGZ-voorwaarden die op de vordering van toepassing zijn.
Conclusie
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding, de GGZ-voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van de eventuele bedingen uit de GGZ-voorwaarden die op de vordering van toepassing zijn.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 27 november 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter