RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
gezagswijziging
zaak-/rekestnr.: C/15/357759 / FA RK 24-5192
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 4 december 2025
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende te [plaats] ,
hierna mede te noemen: de vader,
advocaat: mr. J.M. Kers, kantoorhoudende te Haarlem,
--tegen--
[de moeder] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna mede te noemen: de moeder,
advocaat: mr. A.L. Witteveen, kantoorhoudende te Rotterdam.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vader van 8 oktober 2024, ingekomen op 9 oktober 2024;
- het F9-formulier, de stand van zaken, van de advocaat van de vader van 8 september2025, ingekomen op 8 september 2025;
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2025 in aanwezigheid van partijen, de vader bijgestaan door mr. J.M. Kers en de moeder bijgestaan door mr. A.L. Witteveen. Verder was aanwezig [vertegenwoordiger van de GI] , namens de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna te noemen: de GI).
De zaak over de verlenging van de ondertoezichtstelling (C/15/370382 / JU RK 25-1397) is tijdens de zitting gelijktijdig behandeld.
De minderjarige [de minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft op 17 november 2025 met de kinderrechter gesproken. Op de zitting is een korte samenvatting van het gesprek gegeven.
2. Feiten en omstandigheden
Partijen hebben tot januari 2013 een affectieve relatie gehad.
Uit deze relatie is geboren de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De vader heeft de minderjarige erkend. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige is bij de vader.
Bij beschikking van deze rechtbank van 6 december 2016 is de minderjarige onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is nadien steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 4 december 2025 tot 6 juni 2026.
Bij beschikking van 20 december 2017 heeft de rechtbank een regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vastgesteld met betrekking tot de minderjarige. Er zijn opeenvolgend beschikkingen van deze rechtbank geweest over de zorgregeling op 1 februari 2019, bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam bij beschikking van 3 september 2019, 14 augustus 2019 en op 20 juli 2021, bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam op 28 juni 2022. Bij deze laatste beschikking is het volgende bepaald:
[de minderjarige] en de moeder hebben één keer in de week begeleide omgang met elkaar vanaf 14:30 uur tot 16:30 uur, de begeleide omgang vindt plaats op een vaste dag in de week die in onderling overleg en op aanwijzing van de GI wordt bepaald;
in de zomervakantie, herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie en meivakantie wordt de begeleide omgang tussen [de minderjarige] en de moeder met één uur uitgebreid;
indien het op de dag van de begeleide omgang een feestdag is of er die dag belangrijke gebeurtenissen voor [de minderjarige] zijn zal de begeleide omgang in onderling overleg voor zover mogelijk op een andere dag diezelfde week plaatsvinden vanaf 14:30 uur tot 16:30 uur;
tijdens de vakanties van [de minderjarige] met de vader komen de begeleide contacten van de moeder met [de minderjarige] te vervallen;
verdere uitbreiding van de omgang tussen de moeder en [de minderjarige] wordt in onderling overleg en op aanwijzing van de GI bepaald.
3. Verzoek
Het verzoek van de vader strekt tot wijziging van het gezag over voornoemde minderjarige in die zin dat het gezag over de minderjarige voortaan alleen aan hem toekomt.
De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek aangevoerd dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat [de minderjarige] klem of verloren raakt tussen de ouders en dat het niet langer in het belang van de minderjarige is dat het gezamenlijk gezag blijft voortduren. De ouders hebben al jaren geen (constructief) contact met elkaar. De ouders zijn niet in staat om op constructieve wijze te overleggen over [de minderjarige] en [de minderjarige] ondervindt daar last van. Sinds het uiteengaan van partijen bestaan er grote zorgen over de (psychische) gesteldheid van de moeder, haar emotieregulatie-problematiek en de impact daarvan op [de minderjarige] . Er hebben incidenten in 2021 en 2023 plaatsgevonden die deze zorgen hebben doen toenemen. De moeder heeft in het verleden diverse doodsbedreigingen geuit naar de vader en betrokken hulpverleners en heeft de vader meermaals onterecht beschuldigd van seksueel misbruik. Jarenlang is op diverse manieren en met behulp van hulpverlening geprobeerd het contact tussen de ouders en de moeder en [de minderjarige] te verbeteren. Dit is niet haalbaar gebleken en de strijd tussen partijen heeft geresulteerd in diverse gerechtelijke procedures.
De vader acht het ook anderszins in het belang van [de minderjarige] dat hij belast wordt met het eenhoofdig gezag. [de minderjarige] is in het dagelijks leven voortdurend bij de vader en de betrokkenheid van de moeder beperkt zich tot het wekelijks begeleide omgangsmoment van twee uur. De zeer beperkte communicatie tussen de ouders verloopt via de GI. Het belang van [de minderjarige] is dan ook niet gediend bij een moeder die wel gezagsbeslissingen over [de minderjarige] kan nemen, maar die niet in staat is beslissingen in het belang van [de minderjarige] te nemen en die ook niet weet wat er speelt in het leven van [de minderjarige] . De vader handelt feitelijk al jaren alsof hij alleen het gezag heeft. De vader wenst de juridische werkelijkheid in overeenstemming te brengen met de feitelijke werkelijkheid. Daarnaast is het toekomstperspectief van [de minderjarige] een belangrijke grondslag voor de indiening van het verzoek tot eenhoofdig gezag. Door de ziekte van de vader, multiple sclerose (MS), is het nodig dat het duidelijk is wie voor [de minderjarige] kan zorgen als de vader hiertoe niet meer in staat is. Dit perspectief ligt niet bij de moeder, maar bij goede vrienden van de vader, [goede vriend 1] en [goede vriend 2] . Als het gezamenlijk ouderlijk gezag blijft bestaan, ligt de verantwoordelijkheid voor de opvoeding na het wegvallen van de vader bij de moeder. Deze verantwoordelijkheid kan en mag niet bij de moeder worden belegd. Tot slot leidt toewijzing van het verzoek ertoe dat kan worden overgegaan tot het beëindigen van de jeugdbeschermingsmaatregel van [de minderjarige] . De GI treedt uitsluitend nog op als buffer tussen de ouders. De vader begrijpt dat de GI zich kan vinden in zijn verzoek tot eenhoofdig gezag. Verder heeft de vader op de zitting aangegeven dat hij het perspectief van de moeder zal blijven meenemen in beslissingen over [de minderjarige] .
4. Verweer
De moeder heeft het verzoek op de zitting gemotiveerd bestreden. De moeder is het niet eens met het verzoek van de vader en geeft aan dat [de minderjarige] niet klem of verloren is geraakt. Er zijn beslissingen genomen over [de minderjarige] en die kunnen ook worden genomen. Het blijkt nergens uit dat [de minderjarige] last heeft van de huidige situatie. Het is onvoldoende om alleen vanwege slechte communicatie over te gaan op eenhoofdig gezag. Voor wat betreft het toekomstperspectief van [de minderjarige] wordt door en namens de moeder aangegeven dat het maar de vraag is of de vader echt de zorg niet meer op zich kan nemen. De vader heeft het idee dat hij voor [de minderjarige] kan blijven zorgen tot haar achttiende. De moeder is niet betrokken bij het plan dat de vader heeft gemaakt met zijn netwerk. Het is niet nodig om voor het veiligstellen van het opvoedperspectief van [de minderjarige] over te gaan op de gezagsbeëindiging van de moeder. Er kan bijvoorbeeld ook een borgingsplan opgesteld worden en dan vervolgens om een machtiging tot uithuisplaatsing worden verzocht, mocht dat nodig zijn. Dat is minder ingrijpend dan het onderhavige verzoek. De moeder staat ervoor open om deel te nemen aan de systeemtherapie van Parlan en wil de communicatie ook verbeteren.
5. De standpunten van de minderjarige en de GI
[de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat zij het prima vindt als haar vader de beslissingen neemt, maar dat zij het wel heel belangrijk vindt dat ze omgang met haar moeder heeft. Zij wil niet dat de omgang korter wordt en ervaart angst bij de gedachte dat haar vader de omgang zal minderen. Ze vindt het bij haar vader fijn en de omgang met haar moeder vindt ze ook fijn. Ze vindt het prettig als de begeleider van de GI en de omgangsbegeleider betrokken blijven in haar leven. Verder vindt ze het heel fijn bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] .
De GI heeft op de zitting aangegeven dat zij achter het verzoek van de vader staat. De communicatie tussen de ouders is verstoord. De moeder uit veel beschuldigingen richting de vader over fysiek geweld en seksueel misbruik bij [de minderjarige] . De moeder kan ook lastig doen met het verlenen van toestemming over beslissingen die [de minderjarige] aangaan. De GI vervult nu de rol van een neutrale partij die informatie over [de minderjarige] deelt met beide ouders. De GI ziet niet wat er nog ingezet kan worden om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. Daarnaast is het toekomstperspectief van [de minderjarige] heel belangrijk. Het is nodig dat het plan dat de vader op papier heeft gezet, mocht hij uitvallen, uitgevoerd kan worden. Er wordt bij de moeder veel emotie gezien als het gaat over de personen waar [de minderjarige] na het uitvallen van de vader naartoe zou gaan. De omgang met de moeder moet wel doorgang blijven vinden.
6. Beoordeling
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Allereerst zal de rechtbank beoordelen of er sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 1:253n, eerste lid, BW. Vaststaat dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 1:253n, eerste lid, BW. De ouders zijn uit elkaar gegaan, waarna diverse juridische procedures zijn gevolgd. Inmiddels is het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij de vader vastgesteld en heeft [de minderjarige] beperkt (begeleid) contact met de moeder.
Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Hierin is bepaald dat de rechter het gezamenlijk gezag kan beëindigen en één van beide ouders met het gezag over een kind kan belasten, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders, en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt of indien dit anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg ter zake en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Zij dienen in staat te zijn afspraken te maken over situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen, zodanig dat de minderjarige niet klem of verloren raakt tussen de ouders.
De rechtbank is van oordeel dat de onderlinge strijd tussen de ouders voor dusdanige verstoorde oudercommunicatie heeft gezorgd dat [de minderjarige] hierin klem of verloren is geraakt. Er kunnen geen gezamenlijke beslissingen in het belang van [de minderjarige] worden genomen. De al bijna tien jaar durende ondertoezichtstelling van [de minderjarige] is hiervan een tekenend voorbeeld. Daarnaast blijft een punt van strijd het toekomstperspectief van [de minderjarige] , in het geval dat de vader (tijdelijk) zou wegvallen. De vader, het netwerk van de vader, de GI en [de minderjarige] zelf zien het bestendige perspectief van [de minderjarige] in de opvoedsituatie bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] thuis en niet bij de moeder. De moeder is het hier pertinent mee oneens. De moeder wil dat [de minderjarige] bij haar komt wonen. De GI heeft eveneens aangegeven dat zij op dit moment de rol van een neutrale partij tussen de ouders in vervult en dat zij niet inziet wat er nog ingezet kan worden, na jaren van hulpverleningstrajecten waarin is geprobeerd om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. De rechtbank stelt vast dat de ouders niet in staat zijn tot overleg en het maken van gezamenlijke afspraken in het belang van [de minderjarige] . De vader is de hoofdopvoeder van [de minderjarige] en de moeder heeft slechts beperkte begeleide omgang. De moeder weet ook minder wat er speelt in het leven van [de minderjarige] . Hierdoor en door de persoonlijke problematiek van de moeder, waaronder de emotieregulatie-problematiek voortkomend uit PTSS, is het voor de moeder (te) moeilijk om te weten welke beslissingen in het belang van [de minderjarige] zijn. Zelfs wanneer de moeder gaat deelnemen aan de ingezette systeemtherapie van Parlan, onder regie van de GI, zal dit niet binnen afzienbare tijd tot de benodigde verbeteringen in de oudercommunicatie leiden.
Op grond van voorgaande overwegingen zal de rechtbank de vader overeenkomstig het verzoek belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] .
7. Brief aan de minderjarige
De kinderrechter heeft [de minderjarige] een brief geschreven om te laten weten wat er is gebeurd na het gesprek dat zij hadden. De inhoud van de brief staat hieronder, zodat beide ouders daarvan op de hoogte zijn.
Beste [de minderjarige] ,
Ik schrijf je deze brief, omdat ik met jou heb afgesproken dat je van mij gaat horen wat ik besloten heb. Ik moet over twee zaken beslissen: of je vader alleen het gezag over je krijgt en of de ondertoezichtstelling verlengd moet worden.
Ik heb je uitgelegd dat gezag betekent dat je vader dan alleen, zonder overleg met je moeder, bijvoorbeeld mag beslissen naar welke school je gaat of welke tandarts je hebt. Dit vond jij eigenlijk wel prima, maar met één uitzondering, de omgang met je moeder. Je bent er bang voor dat je je moeder korter of helemaal niet meer ziet als je vader alleen beslissingen over jou mag nemen. Je vader is heel lang boos op je moeder geweest en kan dat nog steeds zijn. Ik snap dat je je daar zorgen over maakt. Dat je vader gezag over je krijgt, betekent niet dat je dan geen omgang meer met je moeder mag hebben. Dat blijft zoals het al was. Omgang met je moeder staat los van het gezag.
Om te beslissen of je vader alleen gezag heeft, kijk ik naar wat de wet hierover zegt en wat in jouw situatie nodig is. Ik vind het belangrijk dat je vader alleen het gezag krijgt en dus alleen de beslissingen over jou mag nemen. Dat is in jouw belang. Je vader en je moeder praten niet goed genoeg met elkaar om samen beslissingen over jouw leven te kunnen nemen. Het is belangrijk dat die beslissingen zo snel mogelijk genomen kunnen worden en daarom vind ik het nodig dat je vader dat alleen kan doen. Dat hij hiervoor dus niet met je moeder hoeft te overleggen. Je vader is degene bij wie jij woont en die voor je zorgt. Dat is ook de reden dat ik vind dat je vader over jou mag beslissen in plaats van je moeder. Je moeder heeft zelf psychiatrische problematiek en haar problematiek is de reden dat zij ook niet in jouw belang kan beslissen.
Daarnaast is je vader helaas ziek. Hoewel ik hoop dat hij nog heel lang bij je zal zijn en dat je dus bij hem kan blijven wonen, is er een kans dat hij komt te overlijden. Voor jou moet het dan duidelijk zijn bij wie je komt te wonen en wie er dan over jou gaat beslissen. Je vader wil graag dat je dan bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] , de ouders van jouw vriendin [vriendin] , gaat wonen. Iedereen vindt dit een goed idee, je vader, [goede vriend 1] , [goede vriend 2] en jijzelf ook. Jij hebt het naar je zin bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] . Je moeder is het er niet mee eens, zij wil graag dat je bij haar komt wonen. Dat snap ik ook. Maar ik vind het in jouw belang dat je na het overlijden van je vader bij [goede vriend 1] en [goede vriend 2] gaat wonen.
Een verlenging van jouw ondertoezichtstelling betekent dat de jeugdbeschermer, [jeugdbeschermer] , je langer gaat helpen met wat jij nodig hebt. Ik heb ook besloten dat [jeugdbeschermer] jou nog zes maanden langer gaat helpen. [jeugdbeschermer] voert regie. Dat betekent dat [jeugdbeschermer] kijkt naar wat jij nodig hebt om veilig op te groeien en je goed te blijven ontwikkelen. [jeugdbeschermer] zoekt dan uit welke hulpverlening bij jou past. In jouw geval gaat het er bijvoorbeeld om dat de omgang met je moeder begeleid wordt. Daar heb je [naam] nu voor. Dat vind je zelf ook fijn en dat gaat goed. Je hebt eerder ook meegewerkt aan een hulpverleningstraject van KOPP. Toen kon je praten met andere kinderen die in dezelfde situatie als jij zitten. Je wilt graag nog zo’n traject hebben. [jeugdbeschermer] kan dit dan voor jou regelen. Komende tijd ga je in ieder geval aan de slag bij Parlan. Je hebt mij verteld dat je daar al een gesprek hebt gehad. [jeugdbeschermer] gaat kijken hoe het bij Parlan gaat en hoe lang je met je vader en je oma bij Parlan zal komen. Misschien dat je moeder ook mee gaat doen aan dit traject. Dat weet ik nu nog niet. [naam] gaat je vader, je oma en jou komende tijd ook helpen in hoe jullie met elkaar omgaan. Het kan ook zijn dat nog iemand anders gaat helpen. [jeugdbeschermer] zal dat bepalen. Hopelijk worden de ruzies dan wat minder fel en kunnen jullie met elkaar in gesprek en een discussie voeren in plaats van bijvoorbeeld met spullen gooien of duwen en slaan.
Omdat je vader en je moeder nu een nieuwe situatie in gaan, namelijk dat je vader alleen beslissingen mag nemen over jou, vind ik het ook belangrijk dat [jeugdbeschermer] kijkt hoe dat gaat de komende zes maanden. Zodat jouw zorgen over dat je je moeder misschien minder gaat zien er niet meer zijn. Jij houdt natuurlijk zowel van je vader als je moeder. En zowel je vader als je moeder moeten daar gewoon goed mee om gaan. Dat kunnen ze helaas niet altijd, omdat ze zo boos zijn op elkaar en elkaar niet vertrouwen. Ze houden allebei wel veel van jou. [jeugdbeschermer] moet gaan kijken hoe je ouders de komende tijd met elkaar praten, zodat jij je zowel bij je vader als je moeder fijn voelt.
Je was gespannen voor het gesprek met mij. Aan het einde van het gesprek viel het je mee. Ik heb zelf het idee dat je goed je mening hebt kunnen geven en kunnen zeggen wat jij belangrijk vindt. Ik heb in mijn beslissingen rekening gehouden met jouw mening. Ik hoop dat het voor jou zo in ieder geval duidelijk is wat ik heb besloten en waarom ik dit heb besloten.
Groeten,
De kinderrechter, mevrouw. R.V. Loeve
8. Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , wordt beëindigd en dat de vader alleen het gezag over voornoemde minderjarige toekomt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.V. Loeve, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Verhoeven als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.