RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11322989 \ WM VERZ 24-1453
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 26 februari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat betrokkene normaal gesproken over een ontheffing beschikt maar dat deze wegens een fout niet is verlengd. Het betalingsverzoek voor de ontheffing is in de verkeerde mailbox terecht gekomen, waardoor deze niet op tijd is verlengd. Betrokkene was hier niet van op de hoogte. Betrokkene heeft vijf boetes opgelegd gekregen voor dezelfde gedraging. Betrokkene heeft de eerste boete niet ontvangen voordat de andere boetes werden opgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting een schouwrapport overhandigd van 6 april 2023. De vertegenwoordiger heeft daarnaast verzocht de boete in stand te laten omdat het de eerst opgelegde boete betreft.
De kantonrechter oordeelt dat de voorliggende boete in stand kan blijven. De gedraging staat vast en uit het door de officier van justitie overgelegde schouwrapport blijkt dat de bebording op de pleegdatum in orde was. De omstandigheid dat het betalingsverzoek in de verkeerde mailbox terecht is gekomen is een omstandigheid die voor rekening van betrokkene komt. De voorliggende boete is als eerst opgelegd van de reeks boetes, en kan daarom in stand blijven. Het beroep is daarom ongegrond. Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: