RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11334911 \ WM VERZ 24-1489
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 26 februari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat betrokkene normaal gesproken over een ontheffing beschikt maar dat deze wegens een fout niet is verlengd. Het betalingsverzoek voor de ontheffing is in de verkeerde mailbox terecht gekomen, waardoor deze niet op tijd is verlengd. Betrokkene was hier niet van op de hoogte. Betrokkene heeft vijf boetes opgelegd gekregen voor dezelfde gedraging. Betrokkene heeft de eerste boete niet ontvangen voordat de andere boetes werden opgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat betrokkene de eerste boete nog niet had ontvangen toen de voorliggende boete werd opgelegd. De vertegen-woordiger van de officier van justitie heeft in de onderhavige zaak verzocht het beroep - in lijn met het arrest van het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, d.d. 24 februari 2023, ECLI:NL: GHARL:2023:1663 - gegrond te verklaren omdat betrokkene op het moment waarop deze boete aan hem werd opgelegd nog niet op de hoogte was van de eerste aan hem opgelegde boete.
De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. De gemachtigde van betrokkene heeft beroep ingesteld in vijf zaken, welke door de kantonrechter als samenhangende zaken worden beschouwd. Onderhavige zaak is immers gelijktijdig met de zaken met kenmerk 11322989 WM VERZ 24-1453, 11334916 WM VERZ 24-1491, 11380996 WM VERZ 24-1657 en 11303380 WM VERZ 24-1363 behandeld, waarin rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek zijn. Deze vijf zaken worden op grond artikel 3 lid 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht beschouwd als één zaak. Dat betekent dat de wegingsfactor voor samenhangende zaken wordt toegepast, in dit geval 1,5.
Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen de kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 1.684,00. Daarbij is voor de procedure bij de kantonrechter een proceskosten-vergoeding bepaald van €1.360,50 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5 gewicht zaak, wegingsfactor 1,5 samenhangende zaken, waarde per punt € 907,00). Voor de procedure bij de officier van justitie is een proceskostenvergoeding bepaald van € 323,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5 gewicht zaak, waarde per punt € 647,00).
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en vernietigt die beschikking;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.684,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: