ECLI:NL:RBNHO:2025:14208

ECLI:NL:RBNHO:2025:14208, Rechtbank Noord-Holland, 12-03-2025, 11334915 WM VERZ 24-1490

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-03-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 11334915 WM VERZ 24-1490
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004581

Samenvatting

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11334915 \ WM VERZ 24-1490

CJIB-nummer : [''nummer'']

Uitspraakdatum : 12 maart 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat betrokkene meteen na het passeren van de geslotenverklaring is omgekeerd. De sanctie zou daarom moeten worden gematigd tot nihil. Betrokkene herinnert zich het moment niet. Ze was op zoek naar een parkeergarage, deze stond ergens aangegeven en toen hielden de borden opeens op. Betrokkene is door de bebording naar de pleeglocatie geleid. Betrokkene heeft niemand in gevaar gebracht of iets aangedaan.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De gedraging kan worden vastgesteld en wordt niet ontkend.

Betrokkene erkent de geslotenverklaring te hebben gepasseerd, maar stelt daarna meteen te zijn omgedraaid. Dat betrokkene na de gedraging meteen is omgekeerd doet in dit geval niet af aan de strafbaarheid van de gedraging. De kantonrechter merkt hierbij op dat, anders dan in de door de gemachtigde aangehaalde uitspraak, de genegeerde bebording een doorsnee C1-verbodsbord betreft, en dat de geslotenverklaring wordt aangekondigd met een waarschuwingsbord voordat bestuurders de geslotenverklaring naderen.

De kantonrechter oordeelt dat de bebording ter plaatse voldoende duidelijk is. Uit de door de officier van justitie overgelegde schouwrapporten blijkt dat door de verbalisant op 5 mei 2023 en 1 juni 2023 ter plaatse een schouw is gedaan en dat is vastgesteld dat het C-bord aanwezig was. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij/zij oplettend is op de aanwezige bebording. Het verweer dat betrokkene het overige verkeer niet heeft gehinderd of in gevaar heeft gebracht, treft geen doel nu dit niet afdoet aan het verboden karakter van de gedraging.

De boete is terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond;

‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.J. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?