RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11578005 \ CV EXPL 25-949
Uitspraakdatum: 3 december 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De verdere procedure
Bij tussenvonnis van 16 juli 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in het tussenvonnis voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden van de eisende partij. De eisende partij heeft ter uitvoering van het tussenvonnis een akte genomen.
2. De verdere beoordeling
De eisende partij refereert zich in de akte aan het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding uit artikel 9 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen aanleiding om terug te komen op dit oordeel. Het beding uit artikel 9 van de algemene voorwaarden zal worden vernietigd, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Ook voor het overige blijft de kantonrechter bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
Wat is toewijsbaar?
Gelet op het voorgaande en hetgeen in het tussenvonnis is overwogen, is een bedrag van € 473,20 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 1.093,00 x 0.4).
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen gelet op het voorgaande worden afgewezen.
Conclusie en proceskosten
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 473,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 februari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 340,00;
salaris gemachtigde € 82,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter