RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11264810 \ WM VERZ 24-1203
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 27 maart 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van betrokkene heeft gesteld dat opeenstapeling van boetes niet is toegestaan.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat aan betrokkene meerdere boetes in korte tijd zijn opgelegd. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat met ingang van 18 april 2023 het Beleidskader is vervangen door het Beoordelingskader Parket CVOM voor digitale handhaving bij geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beoordelingskader). De redelijkheid wordt getoetst op basis van het nieuwe Beoordelingskader. Weggebruikers zijn te allen tijde verplicht gevolg te geven aan de voor hen geldende verkeerstekens en niet slechts na daartoe eerst te zijn gewaarschuwd. De gedragingen kunnen worden vastgesteld op basis van de foto van de gedraging en de schouwrapporten. Betrokkene had in alle gevallen als bestuurder moeten letten op de bebording. De betrokkene heeft iedere keer opnieuw de keuze om de geslotenverklaring wel of niet te passeren. Er zijn geen andere omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven de boete te matigen, zodat het beroep in alle zaken ongegrond is, aldus de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het handelen in strijd met gesloten verklaring, te weten op 9 (deze zaak), 10, 11 en 12 mei 2023. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant, een foto van de gedraging en schouwrapporten waarop de C1-bebording zichtbaar is. Daaruit blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan en dat de C1 bebording duidelijk zichtbaar aanwezig was. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat deze oplettend is op de aanwezige bebording.
De kantonrechter volgt het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Uit de rechtspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgt dat de grondslag voor matiging moet worden gevonden in artikel 9 lid 2 WAHV, en dat bij de beoordeling daarvan de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden of de omstandigheden waarin betrokkene verkeert, bepalend moeten zijn. De kantonrechter moet daarbij in het concrete geval de opgelegde boete(s) toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. Nu het Beleidskader na 18 april 2023 niet meer geldt, past bij gebrek aan grondslag hiervoor niet (meer) een matiging die in feite standaard wordt toegepast. Het is aan betrokkene om een beroep op matiging voldoende aannemelijk te maken. Dat is in dit geval niet gebeurd.
Gelet hierop zal de kantonrechter het beroep ongegrond verklaren.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: