ECLI:NL:RBNHO:2025:14307

ECLI:NL:RBNHO:2025:14307, Rechtbank Noord-Holland, 25-02-2025, AWB - 25 _ 675

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 25-02-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer AWB - 25 _ 675
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001941

Samenvatting

Sluiting woning - hennepkwekerij - verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Meijer),

en

de burgemeester van de gemeente Zaanstad (de burgemeester)

(gemachtigde: mr. S.E.H. van Thoor).

Inleiding

Met het bestreden besluit van 23 januari 2025 heeft de burgemeester besloten de woning aan de [adres] te [plaats] gedurende zes maanden te sluiten, ingaande 31 januari 2025.

Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft de sluiting van de woning opgeschort tot een dag na de uitspraak van de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker, vergezeld van [bewindvoerder] (bewindvoerder van verzoeker), en de gemachtigde van de burgemeester, vergezeld van [naam] .

Totstandkoming van het besluit

2. Op 13 december 2024 heeft de politie in de woning van verzoeker een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld. Aangetroffen werden 100 gedroogde hennepplanten, 140 stekken, 127 hennepplanten in groeifase, 688 gram henneptoppen en 2,8 kilogram hasj. Daarnaast is allerlei apparatuur aangetroffen, zoals lampen en ventilatoren. Geconstateerd is verder dat sprake was van diefstal van stroom en water.

3. Op 30 december 2024 heeft de burgemeester verzoeker bericht dat hij voornemens is de woning te sluiten. Verzoeker heeft op 16 januari 2025 mondeling zijn zienswijze gegeven. Hij heeft daarbij verklaard dat hij (met zijn vriendin) in de schuldsanering zit. Ongeveer een jaar geleden kwam iemand op zijn pad en hoorde daarvan en dat er kamers in het huis leeg stonden. Hij is heel naïef ingegaan op het aanbod. De deuren waren op slot, hij wist niet wat er gaande was. Hij voelt zich niet meer veilig in zijn woning. Degene van wie de plantage was, is wel op de hoogte van de ontmanteling en hij heeft daar ook goed mee afgesloten.

4. Vervolgens heeft de burgemeester het besluit van 23 januari 2025 genomen. Daarin is (samengevat) de volgende motivering gegeven voor de sluiting van de woning voor een periode van zes maanden. Gelet op de hoeveelheid aangetroffen softdrugs, in combinatie met verzwarende omstandigheden (beroeps- bedrijfsmatigheid, gevaarzetting en risico’s voor de omgeving, overlast rondom de locatie, overige feiten / omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel) levert dat volgens de handhavingsmatrix een sluiting van zes maanden op. Tevens mag worden aangenomen dat contacten zijn gelegd in het criminele circuit en dat de woning hierdoor een schakel vormt in de keten van handel in drugs.

Met een minder ingrijpend middel heeft de burgemeester niet kunnen volstaan omdat sprake is van een ernstig geval en van verzwarende omstandigheden. Dit komt ook doordat anderen de beschikking over de woning hebben gekregen. Hierdoor zijn openbare orde en veiligheid in het gedrang gekomen. De burgemeester kan dat alleen herstellen door een zichtbaar signaal, zoals een sluiting van de woning, te bevelen. De woning is bovendien gelegen in een voor (drugs)criminaliteit kwetsbare wijk, te weten Assendelft – Noord.

De burgemeester acht de sluiting ook evenredig. Weliswaar is sluiting van de woning en het tijdelijk elders moeten verblijven een verre van ideale situatie, maar dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. Ondanks dat verzoeker verminderd contact heeft met zijn ouders is niet gebleken dat hij nergens terecht kan. Daarnaast is verzoeker erop gewezen dat hij contact met het sociaal wijkteam kan opnemen. Verder is er geen sprake van het ontbreken van iedere vorm van verwijtbaarheid.

Met de sluiting van de woning wil de burgemeester een einde maken aan de ernstige overtreding van de Opiumwet en een herhaling van de overtreding voorkomen en de openbare orde en veiligheid rondom de woning duurzaam herstellen. Door de sluiting beoogt de burgemeester de bekendheid van de woning in het criminele circuit weg te nemen en daarmee de woning duurzaam aan het drugscircuit te onttrekken. Een zichtbare sluiting maakt ook duidelijk voor derden dat door de burgemeester strikt wordt opgetreden tegen het vervaardigen aanwezig hebben en verhandelen van verdovende middelen, maar ook dat de burgemeester staat voor de bescherming en handhaving van de openbare orde en het woon- en leefklimaat.

Standpunt verzoeker

5. Verzoeker wijst erop dat met de inval van de politie een eind is gekomen aan de situatie door het in beslag nemen van de softdrugs. Voor verzoeker is dan ook onbegrijpelijk dat bijna twee maanden later nog geoordeeld kan worden dat er sprake is van een verstoring van de openbare orde waartegen opgetreden moet worden. Er is immers geen nieuwe informatie in het geding gebracht waaruit blijkt dat thans nog moet worden gevreesd voor verstoring van die openbare orde. Daarnaast heeft verzoeker aangeboden om akkoord te gaan met onaangekondigde periodieke huisbezoeken zodat beoordeeld kan worden of er nog steeds sprake is van handel in drugs. Reeds op die manier wordt herhaling voorkomen maar wordt ook tegelijkertijd rekening gehouden met de persoonlijke belangen van verzoeker. De belangenafweging dient in het voordeel van verzoeker uit te vallen.

Van een ‘loop’ naar de woning was geen sprake, er zijn ook geen meldingen vanuit de buurt over verkoop en overlast vanuit de woning. Daarom is de noodzaak tot sluiting gelet op het beoogde herstellende karakter minder groot.

Het gevolg van de sluiting zal zijn dat verzoeker met zijn hond op straat zal belanden, omdat hij niet over alternatieve woonruimte beschikt en niemand hem van onderdak wil voorzien. Ook is het zo dat het een huurwoning betreft. Het contract kan door de verhuurder op grond van een eventueel besluit van de burgemeester worden ontbonden. Dit vormt op zichzelf al een bijzondere omstandigheid.

Verzoeker stelt verder dat de burgemeester in redelijkheid niet tot sluiting kan overgaan vanwege de omstandigheden in onderlinge samenhang bezien. Verzoeker noemt als relevante omstandigheden dat er geen handel dan wel verkoop van drugs vanuit de woning plaatsvond, zijn beperkte verwijtbaarheid voor de aanwezigheid van drugs en het gevolg dat verzoeker op straat zal komen te staan en hoogstwaarschijnlijk niet in de woning kan terugkeren na de sluiting. Zowel de noodzaak als de verwijtbaarheid zijn gering en de consequenties voor verzoeker zijn groot. Te meer gelet op zijn gezondheid, waarbij hij wijst op zijn mentale gesteldheid en dat hij diabetespatiënt is..

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Spoedeisend belang

7. De sluiting van een woning houdt een ernstige inbreuk op het recht op privéleven in. Het spoedeisend belang is daarmee in beginsel gegeven.

Toetsingskader

8. Uitgangspunt bij de beoordeling is artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet dat als volgt luidt:

“1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.”

9. Het specifieke toetsingskader voor woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912 en in de daarop voortbordurende uitspraak van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1911.

Bevoegdheid

10. Voor de beoordeling van de bevoegdheid van de burgemeester geldt dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs of meer dan 5 gram softdrugs in een woning, het in beginsel aannemelijk is dat de aangetroffen drugs deels of geheel bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362).

11. In dit geval overschrijden de in de woning van verzoeker aangetroffen hoeveelheden softdrugs ruim de hoeveelheid van het criterium voor eigen gebruik. Het tegendeel is niet aannemelijk gemaakt. De burgemeester was dan ook bevoegd de woning te sluiten.

12. De vraag is vervolgens of de burgemeester in redelijkheid heeft kunnen besluiten de woning voor zes maanden te sluiten. Op grond van het “Beleid artikel 13b Opiumwet gemeente Zaanstad 2021” wordt een woning gesloten voor drie maanden bij een aanwezigheid van meer dan 30 gram softdrugs of meer dan 20 hennepplanten. De burgemeester heeft in dit geval, zo blijkt uit het bestreden besluit, verzwarende omstandigheden aanwezig geacht, op grond waarvan besloten is tot sluiting van de woning voor de duur van zes maanden.

Noodzaak

13. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een pand noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij het pand en het herstel van de openbare orde.

14. Uit de stukken blijkt dat de hennepkwekerij was gevestigd in 2 slaapkamers en op de zolderverdieping. Daarnaast is hasj gevonden in de schuur behorend bij de woning. Uit de rapportage van de politie komt naar voren dat er sprake was van een professionele kwekerij, gelet op de aangetroffen apparatuur en hoeveelheden drugs. Er werd stroom afgetapt en de watermeter was afgeschakeld. Dit alles levert aanzienlijke risico’s op, niet alleen voor verzoeker en zijn huisgenoten, maar ook voor de omgeving (brand, watervervuiling). Doordat verzoeker zijn woning deels aan anderen heeft afgestaan om daar zo’n professionele kwekerij in op te bouwen is aannemelijk dat de woning op die manier onderdeel van het criminele drugscircuit is geworden. De burgemeester heeft ter onderbouwing van het standpunt dat de woning in een kwetsbare wijk ligt gewezen op een aantal sluitingen van woningen op grond van de Opiumwet in de nabijheid van de woning van verzoeker. Daarmee acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk staat. Dat alles leidt de voorzieningenrechter vooralsnog tot het oordeel dat de burgemeester de woningsluiting noodzakelijk mocht vinden.

Evenwichtigheid

15. Als de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van het pand noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. In de overzichtsuitspraak, hiervoor genoemd onder 9., is overwogen dat bij de beoordeling van de evenwichtigheid verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met de woning, de mogelijkheid om weer in de woning terug te keren, of de overtreder door sluiting van de woning op een zwarte lijst komt te staan bij een woningbouwcorporatie als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio en of er minderjarige kinderen in de woning wonen. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden.

16. Verzoeker heeft als bijzondere omstandigheden naar voren gebracht dat hij dakloos zal raken, omdat hij niet in zijn netwerk kan verblijven en hij niet zonder zijn hond ondergebracht wil worden. Verder heeft hij medische omstandigheden genoemd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter maken deze omstandigheden, ook tezamen, niet dat de nadelige gevolgen voor verzoeker zodanig zwaar wegen dat de sluiting van de woning achterwege moet blijven. Verzoeker heeft zijn medische situatie niet verder toegelicht, zodat niet kan worden geconcludeerd dat deze in de weg staat aan de mogelijkheid om ergens anders te verblijven. De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat verweerder erop gewezen heeft dat het sociaal wijkteam verzoeker behulpzaam kan zijn bij het vinden van tijdelijk onderdak.

Conclusie en gevolgen

17. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester het besluit om de woning te sluiten mag uitvoeren. Verzoeker krijgt zijn geen griffierecht niet terug en ook heeft hij geen recht op vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.H. Bosveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?