ECLI:NL:RBNHO:2025:14308

ECLI:NL:RBNHO:2025:14308, Rechtbank Noord-Holland, 04-03-2025, AWB - 24 _ 3501

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 04-03-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer AWB - 24 _ 3501
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0035362

Samenvatting

Wmo 2015 - pgb - ingangsdatum - uurtarief

Uitspraak

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort, verweerder

(gemachtigden: mr. T.F. Baars en G. Nijland).

Inleiding

Verweerder heeft met het besluit van 29 augustus 2023 eiseres op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aanvullende ondersteuning (360 minuten per week) in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend. Het pgb is beschikbaar vanaf 31 maart 2023.

Met het bestreden besluit van 7 mei 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld van [naam] en de gemachtigden van verweerder.

Totstandkoming van het besluit / wat vooraf ging

2. Eiseres kampt met verschillende lichamelijke en psychische klachten. Vanaf september 2017 zijn aan haar maatwerkvoorzieningen toegekend in de vorm van een pgb.

3. Verweerder heeft de maatwerkvoorzieningen van eiseres met het besluit van 8 juli 2022 beëindigd met ingang van 11 juli 2022. Feitelijk is het pgb doorbetaald tot 1 januari 2023.

4. Eiseres heeft zich op 27 januari 2023 tot verweerder gewend met het verzoek haar weer een pgb te verlenen. Verweerder heeft daarop een onderzoek ingesteld, onder meer bestaand uit een huisbezoek. Vervolgens heeft verweerder besloten zoals weergegeven onder de inleiding.

Beoordeling door de rechtbank

Ingangsdatum indicatie / pgb

5. Eiseres voert aan dat haar aanvraag voor een pgb van 27 januari 2023 is gedaan als een verzoek om herindicatie. Zij wijst erop dat de omstandigheden ongewijzigd zijn gebleven. Uit de toelichting ter zitting kan worden afgeleid dat eiseres in feite bedoelt een vorm van voortzetting van het pgb per 1 januari 2023. De ingangsdatum moet daarom volgens eiseres 1 januari 2023 in plaats van 31 maart 2023 zijn. Eiseres wijst er daarbij op dat de beëindiging niet is uitgevoerd, nu het pgb tot en met 31 december 2022 gewoon is uitbetaald.

6. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat hij de vaste gedragslijn hanteert dat de ingangsdatum van een pgb de datum van het besluit is. Uit coulance heeft verweerder in dit geval gekozen voor de datum van de afronding van het onderzoek. Volgens verweerder is er geen aanleiding het pgb met ingang van 1 januari 2023 toe te kennen. Verweerder betrekt daarbij het besluit van 8 juli 2022, waarmee de maatwerkvoorziening van eiseres werd beëindigd, omdat eiseres niet wilde meewerken aan een huisbezoek. Dit huisbezoek was volgens verweerder wel noodzakelijk omdat [naam] en eiseres op hetzelfde adres wonen en het vermoeden bestond dat er sprake was een gezamenlijke huishouding. Gedurende het onderzoek dat is uitgevoerd naar aanleiding van de melding op 27 januari 2023 is verweerder tot de conclusie gekomen dat er onvoldoende grond is voor de conclusie dat eiseres en [naam] een gezamenlijke huishouding voeren. Verweerder heeft echter niet kunnen vaststellen hoe de woonsituatie voorafgaand aan dit onderzoek was. Bovendien is de maatwerkvoorziening beëindigd met ingang van 11 juli 2022. Eiseres heeft tot en met 27 januari 2023 gewacht met het doen van een nieuwe melding.

7. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 8 juli 2022 de maatwerkvoorziening, en daarmee het pgb van eiseres, per 11 juli 2022 heeft beëindigd en dat daartegen niet (tijdig) bezwaar is gemaakt. Dat betekent dat dit besluit vaststaat.

8. Per 11 juli 22 had eiseres dus geen indicatie meer en ook geen recht meer op het pgb. De betalingen zijn echter wel doorgegaan, tot en met 31 december 2022. Voor zover eiseres heeft willen betogen dat zij daardoor het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gekregen dat zij doorlopend recht had op het pgb slaagt dat niet. De doorbetaling van het pgb is in strijd met wat in het besluit van 8 juli 2022 staat. Eiseres kende dat besluit en was er ook van op de hoogte dat zij daartegen bezwaar kon maken. Zij heeft dat niet (tijdig) gedaan. De hoogste rechter vraagt meer dan de enkele doorbetaling om vast te stellen dat iemand gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat – in dit geval – het besluit van 8 juli 2022 niet zou gelden. Er moet sprake zijn van een duidelijke toezegging. Verweerder heeft geen enkele toezegging aan eiseres gedaan dat de indicatie en het pgb zouden doorlopen. Het enkele doorbetalen van het pgb, in strijd met het besluit van 8 juli 2022, is dus onvoldoende om erop te mogen vertrouwen dat de indicatie en het recht op pgb is blijven bestaan.

9. Het voorgaande leidt ertoe dat verweerder het verzoek van eiseres van 27 januari 2023 als een nieuwe melding heeft kunnen aanmerken. Onderdeel daarvan was het verrichten van onderzoek, waaronder een huisbezoek zoals eiseres ook al in 2022 was voorgehouden, maar waaraan zij toen niet wilde meewerken. De Wmo 2015 bevat geen regels over de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening. Verweerder hanteert de vaste gedragsregel dat de ingangsdatum de datum is waarop op de aanvraag voor ondersteuning is beslist. In dit geval is verweerder afgeweken van deze vaste gedragslijn door de ingangsdatum ten gunste van eiseres te zetten op de datum waarop het onderzoek was afgerond, in plaats van op de besluitdatum. De rechtbank ziet onvoldoende redenen om te concluderen dat de ingangsdatum naar een eerdere datum zou moeten worden verplaatst. De rechtbank weegt hierbij mee dat eiseres pas in februari 2023 heeft willen meewerken aan een huisbezoek. Daarbij merkt de rechtbank op dat het verweerder bij dit huisbezoek niet zozeer te doen was om vast te stellen of eiseres nog ondersteuning nodig had, maar om de woonsituatie vast te stellen. Die woonsituatie is in het kader van de Wmo 2015 van belang, nu van bijvoorbeeld gezinsleden, huisgenoten mag worden verwacht dat zij bepaalde (huishoudelijke, ondersteunende) taken overnemen. Verweerder is in een dergelijk geval ook bevoegd om medewerking aan een huisbezoek te verlangen.

Uurtarief pgb

10. De stelling van eiseres dat verweerder een betalingsachterstand heeft is, zo heeft zij op de zitting bevestigd, gebaseerd op het standpunt dat verweerder niet het juiste tarief hanteert. Volgens eiseres zou het tarief hoger moeten zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet. In haar uitspraak van 10 februari 2022 (in de zaak met nummer 20/3774) heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voor de begeleiding door [naam] het informele tarief heeft kunnen hanteren. Tegen deze uitspraak heeft eiseres geen hoger beroep aangetekend. Daarom staat het oordeel van de rechtbank vast en staat daarmee ook vast dat verweerder het (lagere) informele tarief mag gebruiken voor de hoogte van het pgb. De rechtbank merkt overigens nog op dat verweerder niet gebonden is aan de arbeidsovereenkomst die eiseres met [naam] heeft gesloten. Die overeenkomst bindt namelijk alleen eiseres en [naam] .

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij krijgt haar griffierecht daarom niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. de Vries

Griffier

  • mr. J.H. Bosveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?