RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11937623 \ VV EXPL 25-158
Vonnis in kort geding van 28 november 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. E. Doornbos,
tegen
1. [gedaagde 1],
te [plaats 1],2. [gedaagde 2],
te [plaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] in enkelvoud,
gemachtigde: mr. R.H. Bouwman.
De zaak in het kort
In deze procedure vordert [eiser] ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente. [gedaagden] heeft de vordering erkend. In de gegeven omstandigheden kan met een grote mate van zekerheid worden aangenomen dat de kantonrechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden. De kantonrechter wijst de gevorderde ontruiming daarom toe. Ook de gevorderde huurachterstand, rente en buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 november 2025, met 6 producties; - de mondelinge behandeling van 24 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2. De feiten
[gedaagden] huurt met ingang van 1 januari 2025 van [eiser] de gemeubileerde woning gelegen aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats 1] (hierna: het gehuurde). Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
[gedaagden] heeft een huurachterstand laten ontstaan. De huurachterstand bedraagt per 6 november 2025 € 16.800,00.
3. Het geschil
[eiser] vordert ontruiming van het gehuurde en hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de huurachterstand, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagden] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door de huur vanaf maart 2025 niet te betalen. Er is sprake van ernstige wanprestatie die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt en daarop vooruitlopend, de ontruiming van het gehuurde in kort geding.
[gedaagden] erkent de huurachterstand. Verder licht zij toe dat zij het gehuurde over twee weken vrijwillig zal ontruimen.
4. De beoordeling
De zaak leent zich voor kort geding
De vordering tot ontruiming in kort geding kan alleen worden toegewezen als [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval, omdat sprake is van een aanzienlijke huurachterstand die steeds verder oploopt, hetgeen [gedaagden] niet heeft betwist. Het spoedeisend belang wordt ook aangenomen ten aanzien van de geldvorderingen, nu deze nauw samenhangen met de vordering tot ontruiming en de geldvordering onbetwist is.
Geen ambtshalve toetsing
Aangezien [eiser] geen handelaar in de zin van het Europees en Nederlands consumentenrecht (in het bijzonder Richtlijn 93/13 EG) is, hoeft ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden niet plaats te vinden.
[gedaagden] moet het gehuurde ontruimen
Het (op tijd) betalen van huur, dat wil zeggen maandelijks en bij vooruitbetaling, is één van de essentiële verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. [gedaagden] is hierin ernstig tekortgeschoten. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand namelijk 8 maanden. Gelet hierop kan met een grote mate van zekerheid worden aangenomen dat de kantonrechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden. De gevorderde ontruiming wordt daarom toegewezen. De ontruimingstermijn wordt bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.
[gedaagden] moet de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en de rente betalen
[eiser] heeft verder de achterstallige huur van € 16.800,00 gevorderd. [gedaagden] heeft deze vordering niet betwist, zodat dit bedrag toewijsbaar is. De gevorderde rente is eveneens toewijsbaar.
De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn hoger dan het bedrag dat [eiser] in de verzonden aanmaning heeft vermeld. Gelet op artikel 6:96 lid 6 BW zijn die kosten slechts toewijsbaar tot het in die aanmaning genoemde lagere bedrag, te weten € 756,26.
Proceskosten
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,40
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.054,40
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagden] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning gelegen aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats 1] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser],
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om te betalen aan [eiser]:
a. a) € 17.599,41 aan huur, buitengerechtelijke incassokosten en rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 16.800,00 vanaf 21 mei 2025 tot de dag van voldoening,
b) € 2.500,00 per maand vanaf 1 november 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.054,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op
28 november 2025.