[verzoeker] , zonder vaste woon- of verblijfplaats, verzoeker
gemachtigde: mr. J. Sprakel, advocaat te Haarlem,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar
gemachtigden: mr. R.L.A. Cremers, ambtenaar in dienst van de gemeente.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om maatschappelijke opvang in de zin van de Wet maatschappelijke opvang (Wmo). Het college heeft de aanvraag met het besluit van 25 november 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, [naam 1] (mentor van verzoeker) en de gemachtigde van het college, vergezeld door [naam 2] (ook als ambtenaar werkzaam in dienst van de gemeente Alkmaar).
3. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de voorlopige voorziening als volgt toe;
- schorst het besluit van 25 november 2025 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- treft de voorlopige voorziening inhoudende dat het college zorgt dat verzoeker met onmiddellijke ingang tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar toegang heeft tot (daklozen-)opvang in Alkmaar of elders, of, als dat eerder is, tot een andere toereikende huisvesting voor verzoeker is gerealiseerd;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Vast staat dat verzoeker dakloos is. De voorzieningenrechter gaat er onder meer vanwege de gestelde indicatie in het kader van de toepassing van de Wet langdurige zorg (Wlz), zoals ook blijkt uit de lopende zorgmachtiging, van uit dat de psychische problematiek van verzoeker zodanig ernstig is, dat er van uit moet worden gegaan dat verzoeker niet zelfredzaam is als bedoeld in de zin van de Wmo en dat verzoeker daarom zijn huisvestingsprobleem niet op eigen kracht kan wegnemen als bedoeld in artikel 2.3.5, vierde lid, Wmo.
Het college heeft de aanvraag om opvang desondanks geweigerd onder de overweging dat verzoeker geen binding zou hebben met de gemeente Alkmaar en de uitkomst van een veiligheidscheck negatief zou zijn.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de Wmo voor wat betreft een aanvraag om opvang als thans aan de orde niet als eis stelt dat er sprake is van binding met de gemeente waar de aanvraag is gedaan. Deze weigeringsgrond kan daarom niet dienen als grondslag voor de weigering. Dat de gemeenten in VNG-verband hebben afgesproken bij de beoordeling van aanvragen wel te kijken naar eventuele regiobinding en een betrokkene in voorkomend geval voor opvang over te dragen aan een andere gemeente maakt dit niet anders.
De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat in het bestreden besluit wel wordt gesproken over de negatieve uitkomst van een veiligheidscheck, maar dat nergens uit blijkt dat die check heeft plaatsgevonden, hoe en door wie die check is uitgevoerd en op grond waarvan tot een voor opvang negatieve uitkomst is gekomen. Bovendien blijkt uit het bestreden besluit ook niet op grond van welke wettelijke bepaling de negatieve uitkomst van een veiligheidscheck kan leiden tot weigering van de aanvraag. Desgevraagd konden de gemachtigden van het college hierover op zitting ook geen duidelijkheid verschaffen.
7. De voorzieningenrechter ziet gelet op het grote belang verzoeker bij onderdak op korte termijn daarom aanleiding het verzoek als hiervoor omschreven toe te wijzen.
Conclusie en gevolgen
De voorzieningenrechter wijst het verzoek als hiervoor omschreven toe voor de duur van de bezwaarprocedure en zoals gebruikelijk tot zes weken nadien. Ter voorkoming van misverstand schorst de voorzieningenrechter het besluit van 25 november 2025. Het college moet verzoeker toegang geven tot (daklozen-)opvang in Alkmaar of dergelijke opvang elders realiseren. Die opvang hoeft niet langer te duren als eerder een andere, (nog) beter passende huisvesting voor verzoeker wordt gerealiseerd.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoeker vergoeden en krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en de zitting bijgewoond. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt daarom in totaal €1814,-.
9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025 door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: