RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/372274 / FA RK 25-6111
beschikking van de kinderrechtervan 3 december 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende
in het [accommodatie] , locatie [locatie] ,
afdeling [afdeling] , te [adres] .
hierna: betrokkene,
advocaat mr. M.J. van Rooij, kantoorhoudende te Purmerend.
1. Procedure
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 december 2025, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van de gemeente Beverwijk op
29 november 2025 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
de medische verklaring van 29 november 2025;
een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz van 1 december 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
3 december 2025, in voornoemde accommodatie.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [psychiater] , psychiater;
- [moeder van betrokkene] , moeder van betrokkene;
- [schoonzus van betrokkene] , schoonzus van betrokkene.
De psychiater is gehoord via een tweezijdige beeld- en geluidsverbinding.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
levensgevaar;
ernstig lichamelijk letsel;
ernstige psychische schade;
maatschappelijke teloorgang;
de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een bedreigde ontwikkeling van de persoonlijkheid, bij een persoon bekend met een post traumatische stress stoornis en een angststoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Naar de behandelend psychiater op de zitting heeft verklaard, was de psychotische stoornis die in de medische verklaring nog werd genoemd, het gevolg van een hoge inname van amfetamines. Deze klachten zijn nu weg. Op dit moment staat de bedreigde ontwikkeling van de persoonlijkheid op de voorgrond.
De psychiater heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat voortzetting van de crisismaatregel niet doelmatig is en zelfs schadelijk kan zijn. Zij heeft ter toelichting het volgende naar voren gebracht:
Er is overleg geweest met het ambulante team. Gekozen is voor autonomie bevorderend beleid. Dit houdt onder meer in dat betrokkene wordt aangesproken op haar eigen keuzes. Het maken van goede keuzes is de enige weg naar een goede mentale gezondheid. Het opleggen van beperkingen aan betrokkene heeft een averechts effect. Zij wordt dan alleen maar zieker. Dat betekent niet dat betrokkene geen langdurige behandeling nodig heeft, maar het heeft de voorkeur dat dit gebeurt op vrijwillige basis. Betrokkene kan niet voor altijd worden opgesloten. Verplichte zorg creëert schijnveiligheid; op korte termijn creëer je veiligheid, op lange termijn onveiligheid, omdat het gedrag er alleen maar erger door wordt. De voortzetting van de crisismaatregel is desondanks aangevraagd, omdat de familie ook moet worden gehoord. Betrokkene moet naar een langdurige opnameplek voor behandeling van haar trauma’s en emotieregulatieproblematiek. Het ambulante team kan een plek regelen. Waar en per wanneer die plek er zal zijn is nog niet bekend. Hier op de crisisafdeling is langdurige behandeling niet mogelijk.
Door en namens de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht:
Verplichte zorg is noodzakelijk. Betrokkene heeft al meerdere suïcidepogingen gedaan. Afgelopen zaterdag is zij van het spoor gehaald. Een paar uur later is zij weer door de nooddeur vertrokken en ontstond weer een crisissituatie. Een paar weken geleden is zij in het water gevonden en moest zij gereanimeerd worden. Het gaat een keer fout. Ze zegt zichzelf niet te vertrouwen. Ze wil niet terug naar huis vanwege traumatische ervaringen. Ze heeft ook last van stemmen. De onderzoeken zijn nog niet afgerond, er is nog geen uitsluitsel over een mogelijke psychosegevoeligheid. Ze moet beschermd worden.
Door betrokkene en haar advocaat is ter zitting het volgende naar voren gebracht:
Het gaat nog niet goed met betrokkene. Ze heeft geen grip op haar gedachten en heeft last van stemmen. Ze vindt een voortzetting van de crisismaatregel niet fijn maar wel verstandig. Ze moet 17 december weg bij Kenter. Die situatie geeft betrokkene onrust. Terug naar huis is geen optie. Het geeft een onbevredigend gevoel dat de deskundigen ook niet weten waar betrokkene straks naar toe moet. Er is sprake van ernstig nadeel voor zichzelf. Gisteren is betrokkene nog gesepareerd. Het standpunt van de psychiater is dan ook bijzonder. Als de machtiging wordt verstrekt, betekent dat overigens nog niet dat het behandelteam daar ook gebruik van moet maken.
De rechtbank stelt vast dat de geneesheer-directeur de crisismaatregel niet heeft opgeheven en dat de officier van justitie het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel niet heeft ingetrokken. De rechtbank zal dus een oordeel moeten geven.
Zoals reeds overwogen onder 2.1. is nog altijd sprake van een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor betrokkene. Betrokkene heeft in korte tijd, ook nog heel recent, verschillende suïcidepogingen ondernomen. De dreiging dat dit nogmaals gebeurt is nog altijd aanwezig. Niet in geschil is verder dat betrokkene voor haar psychische problematiek langdurige behandeling nodig heeft. De discussie spitst zich toe op de vraag of die behandeling in een vrijwillig kader dient plaats te vinden, zoals het behandelteam voorstaat, dan wel dient plaats te vinden binnen een verplichtend kader, zoals betrokkene en haar moeder voorstaan, maar door het behandelteam niet doelmatig wordt geacht.
De rechtbank begrijpt uit de informatie van de psychiater dat bij de diagnose zoals die nu luidt, een behandeling in een vrijwillig kader het meest doelmatig is en dat het gedurende langere tijd inzetten van verplichte zorg contraproductief kan zijn. Op dit moment is echter nog altijd sprake van een crisissituatie en dient op korte termijn te worden voorzien in passende zorg. Dat dit zal lukken in een vrijwillig kader vindt de rechtbank te onzeker. Op basis van de verkregen informatie is zij er niet van overtuigd dat betrokkene al in staat is om behandelafspraken na te komen en haar eigen veiligheid te borgen. Dit kan voor betrokkene tot levensgevaarlijke situaties leiden. Uiteraard is het ook binnen een verplicht kader niet mogelijk elk risico weg te nemen of betrokkenes veiligheid volledig te garanderen, maar er kan wel sneller geschakeld en ingegrepen worden en beter toezicht worden gehouden. In die zin kan verplichte zorg in de huidige situatie wel degelijk worden aangemerkt als doelmatig.
Daar komt bij dat er ter zitting nog geen enkele zekerheid was over de beschikbaarheid van een langdurige opnameplek voor de beoogde vrijwillige behandeling. Waar betrokkene, die op dit moment nog minderjarig is, naar toe zou moeten na ontslag uit de kliniek, is onbekend. Dit maakt de situatie van betrokkene de komende tijd nog zeer kwetsbaar. Voldoende aannemelijk is dat het gemis aan structuur en de onzekerheid over haar verblijfsplek voor veel onrust zorgen bij betrokkene en haar psychische toestand niet ten goede komen. Zoals gezegd wil de rechtbank aannemen dat een behandeling in het vrijwillig kader het meest doelmatig is, maar dan zal toch wel eerst duidelijk moeten worden waar, per wanneer en in welke vorm die behandeling van start zal kunnen gaan. Er lijkt daarvoor nog veel geregeld te moeten worden. Tot die tijd kan een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg extra ondersteuning bieden.
De rechtbank merkt nog op, zoals ook door de advocaat van betrokkene al is opgemerkt, dat het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel niet betekent dat de zorgverantwoordelijke ook verplicht is de daarin genoemde vormen van verplichte zorg toe te passen. De machtiging houdt immers (slechts) een toestemming in, geen bevel. De keuze de machtiging in te zetten, blijft primair aan de zorgverantwoordelijke.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van bewegingsvrijheid;
het insluiten van betrokkene;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan.
Betrokkene verzet zich tegen voornoemde vormen van verplichte zorg.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.5. zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 december 2025.