ECLI:NL:RBNHO:2025:14754

ECLI:NL:RBNHO:2025:14754, Rechtbank Noord-Holland, 12-12-2025, 15/104153-25

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-12-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer 15/104153-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar en zes maanden voor het medeplegen van invoer cocaïne en het medeplegen van voorbereidingshandelingen invoer cocaïne van Ghana naar Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/104153-25 (P)

Uitspraakdatum: 12 december 2025

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting

van 28 november 2025 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum en -plaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonadres],

thans gedetineerd in Justitieel Complex Schiphol.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Sobering en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.A. Dijk, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1

primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 mei 2024 tot en met 21 augustus 2024, te weten op

- 25 juni 2024 ([naam 1]) en/of

- 20 augustus 2024 ([naam 2] en/of [naam 3])

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in ieder geval in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 mei 2024 tot en met 21 augustus 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Amsterdam en/of elders in Nederland en/of Groot-Brittannië en/of België en/of Ghana (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een of meer telefoons voorhanden te hebben en/of

- koeriers, te weten: [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of een of meer anderen, te regelen voor de in – en/of uitvoer van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- een of meermalen telefonisch contact te leggen met die voornoemde koeriers en/of

- een of meermalen telefonisch contact te leggen met medeverdachten, te weten: “[naam 4]” en/of “[naam 5]” en/of “[naam 6]” omtrent de voorbereiding en/of de voortgang van de reis van die voornoemde koeriers en/of

- telefonisch contact te onderhouden en/of afspraken te maken met en/of instructies te geven en/of ontvangen van een of meer voornoemde medeverdachten en/of

- voornoemde koeriers naar de luchthaven te brengen en/of van de luchthaven af te halen en/of cocaïne van de luchthaven af te halen en/of

- instructies te geven aan een of meer voornoemde koeriers en/of personen die koeriers naar het vliegveld brengen en/of van het vliegveld ophalen en/of

- vliegtickets te organiseren voor de reis van een of meer voornoemde koeriers van en/of naar Ghana en/of het verblijf in Ghana te faciliteren en/of

- contact te leggen met personen die materiaal bevattende cocaïne verstrekken en/of in ontvangst nemen en/of een beloning verstrekken aan een of meer voornoemde koeriers en/of

- handgeld en/of een beloning te verstrekken aan een of meer voornoemde koeriers;

Feit 2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 mei 2024 tot en met 21 augustus 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Amsterdam en/of elders in Nederland en/of Groot-Brittannië en/of België en/of Ghana (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een of meer telefoons voorhanden te hebben en/of

- een koerier, te weten: [naam 7], te regelen voor de in – en/of uitvoer van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- een of meermalen telefonisch contact te leggen met voornoemde koerier en/of

- een of meermalen telefonisch contact te leggen met medeverdachten, te weten: “[naam 4]” en/of “[naam 5]” en/of “[naam 6]” omtrent de voorbereiding en/of de voortgang van de reis van die voornoemde koerier en/of

- telefonisch contact te onderhouden en/of afspraken te maken met en/of instructies te geven en/of ontvangen van een of meer voornoemde medeverdachten en/of

- voornoemde koerier naar de luchthaven te brengen en/of van de luchthaven af te halen en/of cocaïne van de luchthaven af te halen en/of

- instructies te geven aan voornoemde koerier en/of personen die voornoemde koerier naar het vliegveld brenget en/of van het vliegveld ophaalt en/of

- vliegtickets te organiseren voor de reis van voornoemde koerier van en/of naar Ghana en/of het verblijf in Ghana te faciliteren en/of

- contact te leggen met personen die materiaal bevattende cocaïne verstrekken en/of in ontvangst nemen en/of een beloning verstrekken aan voornoemde koerier en/of

- handgeld en/of een beloning te verstrekken aan voornoemde koerier.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten. Het dossier bevat voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het drie keer via Schiphol invoeren van ongeveer zes kilogram cocaïne en het eenmaal verrichten van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer in Nederland van ongeveer zes kilogram cocaïne.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal van de aan hem ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. De verdachte ontkent dat hij gedurende de ten laste gelegde periode continu de gebruiker is geweest van de telefoons en daarom bevat het dossier onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van deze feiten te komen.

Als de rechtbank ervan uitgaat dat de verdachte wel de gebruiker was van de telefoons, dan heeft de raadsvrouw subsidiair bepleit dat de verdachte enkel een ondersteunende rol kan hebben gehad en dat geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking die voor medeplegen vereist is. Ten aanzien van de voorbereidingshandelingen heeft zij de rechtbank verzocht de verdachte voor het grootste gedeelte van die voorbereidingshandelingen vrij te spreken.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsoverwegingen

De verdachte wordt verweten dat hij betrokken is geweest bij de invoer van cocaïne door verschillende koeriers. Ter beantwoording van de vraag of dit wettig en overtuigend bewezen kan worden, gaat de rechtbank eerst in op de vraag of sprake is van invoer van cocaïne. Daarna bespreekt zij de aan de verdachte toegeschreven telefoonnummers en of kan worden vastgesteld dat hij die heeft gebruikt en vervolgens gaat zij in op de rol van de verdachte. Aansluitend komt de rechtbank toe aan de vraag of deze rol de kwalificatie van medeplegen rechtvaardigt. De rechtbank bespreekt de feiten gezamenlijk.

3.3.2.1 Invoer cocaïne

Koerier [naam 1]

Op 25 juni 2024 is [naam 1] aangehouden op de luchthaven Schiphol. [naam 1] reisde vanuit Ghana naar Nederland. In zijn rugtas zijn pakketten met het opschrift Harmoint & Blaine aangetroffen. Na onderzoek is gebleken dat [naam 1] in totaal bijna zes kilogram cocaïne heeft ingevoerd.

Koerier [naam 7]

Op 28 juni 2024 is [naam 7] door de Belgische autoriteiten aangehouden op de luchthaven Zaventem in Brussel, België. [naam 7] reisde vanuit Ghana. In zijn rugtas werden zes pakketten aangetroffen met het opschrift Harmoint & Blaine. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze pakketten cocaïne bevatten. [naam 7] is terzake hiervan door de Belgische rechter op 6 januari 2025 veroordeeld voor het invoeren van ruim zes kilogram cocaïne in België. Uit informatie van de Belgische autoriteiten is voorts gebleken dat [naam 7] op doorreis was met als eindbestemming Amsterdam.

Koerier [naam 2]

Op 20 augustus 2024 is [naam 2] aangehouden op de luchthaven Schiphol met zes pakketten in haar handbagage. [naam 2] reisde vanuit Ghana naar Nederland. Na onderzoek van de pakketten in haar handbagage is gebleken dat [naam 2] in totaal ruim zes kilogram cocaïne heeft ingevoerd.

Koerier [naam 3]

Op 8 augustus 2024, zes dagen voordat zij, evenals [naam 2] naar Ghana vloog, heeft [naam 3] een geldbedrag van € 1.600,- op haar rekening gestort. Diezelfde dag heeft zij € 1.599,10 overgemaakt naar luchtvaartmaatschappij KLM. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat zij contant geld heeft ontvangen ten behoeve van de aankoop van een vliegticket naar Ghana.

Verder stelt de rechtbank vast dat [naam 3] samen reisde met [naam 2]. Op de dag van vertrek naar Ghana maakt de telefoon van [naam 2] op Schiphol gebruik van het draadloze netwerk “iPhone van [naam 3]”. [naam 3] heet voluit [naam 3]. Daarnaast is in de telefoon van [naam 2] een afbeelding aangetroffen van een clubreservering in Ghana op naam van [naam 3]. Daar komt bij dat [naam 2] en [naam 3] dezelfde heen- en terugvlucht hadden en dat zij na aankomst op Schiphol samen op camerabeelden in de bagagehal te zien zijn.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat binnen organisaties die zich bezighouden met de invoer van cocaïne veelal wordt gewerkt met koeriers die samen reizen. De onderhavige reisomstandigheden sluiten dan ook aan bij de uiterlijke verschijningsvorm van dergelijke organisaties.

Op 20 augustus 2024 heeft [naam 3] na aankomst op Schiphol haar ruimbagage achtergelaten en heeft zij deze ook later niet opgehaald. [naam 3] heeft de luchthaven verlaten met enkel haar handbagage (een koffer). Vlak nadat zij is geland, straalt haar telefoon aan op een basisstation nabij de Jumbo in het winkelcentrum Reigersbos te Amsterdam. Deze locatie komt overeen met het adres waar de koerier [naam 1] naar eigen zeggen zijn beloning moest ophalen. Op 21 augustus 2024 om 01:47 uur stort [naam 3] € 4.050,- op haar rekening. De rechtbank is op basis van deze feiten en omstandigheden van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat [naam 3] een beloning heeft ontvangen voor een succesvolle invoer van een hoeveelheid cocaïne.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat ook [naam 3] een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd in Nederland.

3.3.2.2 De gebruiker van de telefoonnummers

Algemeen

In het onderzoek zijn onder meer de volgende telefoonnummers in beeld gekomen als betrokken bij de organisatie van de invoer van cocaïne door bovengenoemde koeriers:

[telefoonnummer 1] (hierna 894)

[telefoonnummer 2] (hierna 886)

[telefoonnummer 3] (hierna 870)

De gebruiker van de telefoonnummers

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte de gebruiker is geweest van deze telefoonnummers en betrekt hierbij de volgende feiten en omstandigheden.

Het telefoonnummer 894 is gekoppeld aan de telefoon met het IMEI-nummer eindigend op 7664. De telefoon met dat IMEI-nummer, te weten een iPhone 12 pro, is tijdens zijn aanhouding bij de verdachte aangetroffen en in beslag genomen. Deze iPhone 12 pro maakt in de nachtelijke uren in de periode van 16 januari 2024 tot en met 9 juli 2024 voornamelijk verbinding met het basisstation dat het dichtst gelegen is bij het GBA-adres van de verdachte. Uit onderzoek naar voornoemd IMEI-nummer is voorts gebleken dat de iPhone 12 pro een aantal reisbewegingen heeft gemaakt. Op 29 januari 2024 is met deze telefoon van Engeland naar Eindhoven gereisd en op 20 april 2024 van Ghana naar Schiphol. Uit de passagierslijsten van vluchten op deze dagen uit Engeland respectievelijk Ghana volgt dat de verdachte op beide vluchten zat. Gelet op deze bevindingen is de rechtbank van oordeel dat het telefoonnummer 894 van de iPhone 12 pro met IMEI-nummer eindigend op 7664 aan de verdachte kunnen worden toegeschreven.

Het telefoonnummer 886 is eveneens gekoppeld aan de iPhone 12 pro met het IMEI-nummer eindigend op 7664. De simkaart met dit telefoonnummer is dus gebruikt in de iPhone 12 pro, waarvan reeds is vastgesteld dat dit toestel kan worden gekoppeld aan de verdachte. De rechtbank is daarom van oordeel dat ook het telefoonnummer 886 aan de verdachte kan worden toegeschreven.

De rechtbank stelt voorts vast dat de iPhone 14 pro in combinatie met het telefoonnummer 870 aan de verdachte toegeschreven kan worden. Gelet op de verklaring van de verdachte dat dit zijn telefoon en ook zijn telefoonnummer is, behoeft deze vaststelling geen nadere bespreking.

Verweer verdachte

De verdachte heeft verklaard dat hij niet de gehele ten laste gelegde periode de gebruiker van de hiervoor genoemde telefoons en telefoonnummers is geweest omdat hij regelmatig op verzoek (en tegen betaling) zijn telefoons heeft uitgeleend aan andere personen. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft op geen enkel moment kunnen specificeren wie welke telefoon zou hebben gebruikt en wanneer. De verdachte heeft weliswaar namen van personen genoemd aan wie hij de telefoons zou hebben uitgeleend, maar deze personen bestaan niet, zoals blijkt uit het nadere onderzoek dat is verricht. Het dossier biedt verder ook geen steun voor de verklaring van de verdachte dat hij de telefoons/telefoonnummers heeft uitgeleend. Het dossier bevat – zoals hierboven vastgesteld – daarentegen wel aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte in de ten laste gelegde periode de gebruiker was van de telefoons en de telefoonnummers. Daarvoor ziet de rechtbank ook steun in de zendmasten die het telefoonnummer 870 heeft aangestraald. In de nachtelijke uren maakt dit telefoonnummer namelijk gebruik van een basisstation in de buurt van de woning van de verdachte. Daarbij komt dat de iPhone 14 pro met het telefoonnummer 870 regelmatig verbinding maakt met een zendmast op dezelfde locatie als waar een pintransactie wordt verricht vanaf het bankrekeningnummer van de verdachte. Dit vormt een bijkomend aanknopingspunt voor de conclusie dat de verdachte op die momenten zelf de gebruiker was van die telefoon en dat telefoonnummer. De rechtbank gaat er in het navolgende dan ook van uit dat de verdachte ononderbroken de gebruiker is geweest van telefoonnummers 894, 886 en 870 en daarmee tevens de gebruiker van de iPhone 12 pro en de iPhone 14 pro.

3.3.2.3 De rol van de verdachte

Invoer door [naam 1]

Uit de telefoonbewegingen van de iPhone 12 pro en de iPhone 14 pro blijkt dat de verdachte zich op Schiphol bevindt op zowel de dag dat [naam 1] naar Ghana vertrekt alsook op de dag dat [naam 1] weer landt op de luchthaven Schiphol. Op de dag dat [naam 1] wordt aangehouden, heeft de verdachte met het telefoonnummer 894 twaalf keer proberen te bellen naar [naam 1]. Het telefoonnummer 894 staat in een notitie van de telefoon van [naam 1], waarover hij heeft verklaard dat dit het contactnummer betrof voor het ophalen van zijn beloning. Rond het tijdstip dat [naam 1] wordt aangehouden, blijkt uit de telefoonbewegingen van de iPhone 12 pro en de iPhone 14 pro dat de verdachte zich bij de Jumbo Reigersbos bevindt. Dit wordt ondersteund door de pintransacties van de bankrekening van de verdachte op diezelfde locatie. Het adres van de Jumbo Reigersbos stond ook in de notitie van [naam 1] vermeld. Hierover heeft [naam 1] verklaard dat hij op dat adres zijn beloning kon ophalen.

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de verdachte naar Schiphol is gereden om daar [naam 1] dan wel de cocaïne te halen en een rol heeft gehad bij de verstrekking van de beloning aan [naam 1].

Voorbereiding invoer door [naam 7]

[naam 1] en [naam 7] zaten op dezelfde vlucht van Amsterdam naar Ghana en hebben in dat vliegtuig bovendien één stoel van elkaar verwijderd gezeten. De verdachte heeft verklaard dat hij op 28 juni 2024, de dag dat [naam 7] werd aangehouden in Brussel, op de luchthaven Zaventem was. Het telefoonnummer 866, dat is toegeschreven aan de verdachte, staat als contact in de telefoon die bij [naam 7] is aangetroffen. Op de dag dat [naam 7] wordt aangehouden, heeft de verdachte op zijn iPhone 14 pro een chatgesprek met ‘[naam 4]’. Hij vraagt in dat chatgesprek “wat is nu de status”. ‘[naam 4]’ antwoordt 1,5 uur nadat [naam 7] is aangehouden: “hij is geklemd denk ik”. De rechtbank duidt dit gesprek als dat de verdachte aan [naam 4] vraagt waar [naam 7] is en dat [naam 4] antwoordt dat hij denkt dat [naam 7] aangehouden, gepakt, is.

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de verdachte naar België is gereden om daar [naam 7] dan wel de cocaïne van de luchthaven te halen en mee te nemen naar Nederland. Daarnaast heeft de verdachte contact onderhouden met een onbekend gebleven medeverdachte over de voortgang van de reis van [naam 7]. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen die zien op de invoer van cocaïne in Nederland.

Invoer door [naam 2] en [naam 3]

Op 14 augustus 2024, de dag dat [naam 2] en [naam 3] naar Ghana vertrekken, heeft de verdachte op zijn iPhone 14 pro een chatgesprek met ‘[naam 6]’. De verdachte vraagt aan ‘[naam 6]’: “joune is geregeld toch?” en ‘[naam 6]’ antwoordt met “ze is ingecheckt zei ik”. In dit gesprek zegt de verdachte ook “no ze moesten doen alsof ze geen matties zijn, snap je”. Op de iPhone 14 pro van de verdachte wordt daarnaast een afbeelding aangetroffen waarop de boekingsgegevens van [naam 2] te zien zijn en een afbeelding met de vluchtinformatie van een vlucht richting Ghana, met op de achtergrond de handbagagekoffer waar [naam 3] mee heeft gereisd. Verder is met diezelfde telefoon van de verdachte op Google gezocht naar het vluchtnummer van de vlucht van [naam 2] en [naam 3] van Ghana naar Nederland. Vier dagen voor de aankomst van [naam 2] en [naam 3] op Schiphol wordt op 16 augustus 2024 een videofragment waarbij een deel van de luchthaven Schiphol wordt gefilmd, gestuurd door de verdachte. Op dit fragment wordt gesproken over een zogenaamde spot plek. De rechtbank duidt dit als dat de verdachte in overleg met ‘[naam 6]’ een plek zoekt op de luchthaven Schiphol om op 20 augustus 2024 de koeriers [naam 2] en [naam 3] te onderkennen.

Op 20 augustus 2024 maakt de iPhone 14 pro van de verdachte gebruik van het basisstation dat dicht gelegen is bij de Jumbo Reigersbos. Zoals eerder vastgesteld, is dit de locatie waarover [naam 1] heeft verklaard dat hij daar zijn beloning kon ophalen en waar [naam 3] ook haar beloning heeft ontvangen.

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de verdachte nauw betrokken is geweest bij zowel de heen- als de terugvlucht van [naam 2] en [naam 3], de voorverkenning met betrekking tot het zoeken van een ‘spotplek’ een aantal dagen voordat zij terug naar Nederland reizen en dat de verdachte de beloning heeft verstrekt aan [naam 3].

3.3.2.4 Medeplegen

Toetsingskader medeplegen

Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het verrichten van de ten laste gelegde gedraging. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van de voor de kwalificatie medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan onder meer rekening worden gehouden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Conclusie medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat een nauwe en bewuste samenwerking is vereist om bagage met cocaïne vanuit het buitenland Nederland in te voeren. Bij de beoordeling van de vraag of in het onderhavige geval ten aanzien van de verdachte sprake is van medeplegen van de invoer van cocaïne en het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen die zien op de invoer van cocaïne, moet worden gekeken naar het geheel van de gedragingen van de verdachte en het gewicht van de rol van de verdachte.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte verantwoordelijk is geweest voor het ophalen van [naam 1] en [naam 7] dan wel voor het ophalen van de door hen ingevoerde cocaïne. Daarnaast heeft de verdachte contact gehad met een onbekend gebleven medeverdachte over de voortgang van de reis van [naam 7], de heen- en terugvlucht van [naam 2] en [naam 3] en het vinden van een ‘spotplek’ enkele dagen voordat [naam 2] en [naam 3] terugvlogen naar Nederland. Verder heeft de verdachte een rol gehad bij de verstrekking van de beloning aan [naam 3] en [naam 1]. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verdachte nauw betrokken is geweest bij de invoer van in ieder geval minstens twaalf kilogram cocaïne en de voorbereidingshandelingen die zagen op de invoer van zes kilogram cocaïne via België. De verdachte heeft daarbij een organisatorische en faciliterende rol gehad die cruciaal is geweest op verschillende momenten bij (de voorbereiding van) de invoer van de cocaïne. Immers is de verdachte betrokken geweest bij de voorbereiding van de invoer, bij de invoer zelf en in de periode aansluitend op de invoer. Al deze gedragingen maken dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking die leidt tot de bewezenverklaring van de onder feit 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1

primair

hij in de periode van 1 juni 2024 tot en met 21 augustus 2024, te weten op

- 25 juni 2024 ([naam 1]) en

- 20 augustus 2024 ([naam 2] en [naam 3])

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer telkens tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne;

Feit 2

hij in de periode van 1 juni 2024 tot en met 21 augustus 2024 in Nederland en België tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk afleveren en vervoeren van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen en/of mede te plegen

door

- telefoons voorhanden te hebben en

- meermalen telefonisch contact te leggen met medeverdachte, te weten: “[naam 4]” omtrent de voortgang van de reis van een koerier, te weten: [naam 7] en

- telefonisch contact te onderhouden met voornoemde medeverdachte en

- voornoemde koerier van de luchthaven af te halen en cocaïne van de luchthaven af te halen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

en

feit 2

medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijfeneenhalf jaar, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht bij een bewezenverklaring rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij werkt in de ouderenzorg, draagt de zorg voor zijn zusjes en wil beginnen aan een opleiding. De raadsvrouw heeft verder gewezen op het feit dat de verdachte jong is en niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Gelet hierop heeft de raadsvrouw verzocht een substantieel lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist, eventueel met een voorwaardelijk deel.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de strafoplegging heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank ook kennisgenomen van het strafblad van de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drie maanden bezig gehouden met (het voorbereiden van) de invoer van cocaïne vanuit Ghana naar Nederland. De cocaïne zat verstopt in bagage van die koeriers. De verdachte was drie keer betrokken bij een voltooide invoer van in ieder geval minstens 12 kilogram cocaïne en bij het treffen van voorbereidingshandelingen gericht op het invoeren van zes kilogram cocaïne.

De verdachte heeft hiermee een substantiële bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van ook zeer zware criminaliteit, zoals levensdelicten en de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

De verdachte heeft een organisatorische rol gehad van een substantieel formaat. Hij heeft contacten onderhouden, zich bezig gehouden met het ophalen van de koeriers en hun bagage met daarin cocaïne en heeft over het geld beschikt om de beloning aan de koeriers te verstrekken.

Op te leggen straf

De ernst en de omvang van de feiten en de cruciale rol die de verdachte hierin heeft gehad, maken dat de rechtbank enkel een vrijheidsbenemende straf van substantiële duur passend vindt. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf vooral gekeken naar straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd, naar de rol van de verdachte bij de feiten en naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die bij de invoer van 10 tot 20 kilogram in organisatieverband uitgaan van een gevangenisstraf van 60 tot 72 maanden. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om van deze uitgangspunten af te wijken. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, conform de eis van de officier van justitie, een vrijheidsbenemende straf van vijf jaar en zes maanden moet worden opgelegd, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

2, 10 en 10a van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde stafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Rigter, voorzitter,

mr. M.E. Francke en mr. C.M.A.V. van Kleef, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.J. van der Velden,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Rigter
  • mr. M.E. Francke
  • mr. C.M.A.V. van Kleef

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?