RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11293106 \ WM VERZ 24-1333
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 21 maart 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat zij in de veronderstelling waren dat zij toegang hadden tot het laad- en losgebied, omdat de palen naar beneden stonden. Gemachtigde van betrokkene verzoekt om één boete in stand te laten en de daaropvolgende boetes te vernietigen, omdat zij direct hun gedrag hebben aangepast na het ontvangen van de eerste boete.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting bevestigd dat aan betrokkene meerdere boetes in korte tijd zijn opgelegd en heeft de kantonrechter, vanwege het toepasselijk Beleidskader, verzocht om deze boete in stand te laten (9 maart 2023), omdat betrokkene op 4 maart 2023 bekend is geworden met de opgelegde boetes. Verder heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht de verhoging van het boetebedrag af te halen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de foto van de gedraging en de schouwrapporten – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter volgt het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en ziet in onderhavige zaak geen reden om te matigen, omdat de opgelegde boetes al bekend waren bij betrokkene.
Het beroep is daarom ongegrond.
Uit het in het dossier aanwezige zaakoverzicht blijkt dat er op 2 oktober 2023 een verhoging van de boete is opgelegd van € 55,00. In navolging van het standpunt van de officier van justitie bepaalt de kantonrechter dat de opgelegde verhoging niet verschuldigd is.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ bepaalt dat de opgelegde verhoging niet verschuldigd is.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: