RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11348124 \ WM VERZ 24-1512
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 21 maart 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 21 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
De beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zij in de veronderstelling was dat zij daar mocht parkeren. In de beslissing van de officier van justitie zouden de overtredingen zijn begaan op verschillende tijdstippen en locaties. Betrokkene stelt hierbij dat de parkeerplaatsen hooguit twintig meter uit elkaar liggen. Ook het benoemen van de verschillende tijdstippen is afhankelijk van het moment van controle, waardoor dit niet een steekhoudend argument is. Betrokkene stelt dat zij geen kans heeft gehad om haar gedrag aan te passen en verzoekt om deze drie boetes te vernietigen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Betrokkene had in alle gevallen als bestuurder moeten letten op de bebording. De betrokkene heeft iedere keer opnieuw de keuze om daar wel of niet te parkeren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie benadrukt hierbij dat op de foto duidelijk te zien is dat betrokkene voor het bord stond geparkeerd.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder vergunning voor dat voertuig. Deze gedragingen hebben plaatsgevonden op 14 (deze zaak), 16 en 22 juni 2023. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant en een foto van de gedraging. Daaruit blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat deze oplettend is op de aanwezige bebording.
Het is aan betrokkene om een beroep op matiging voldoende aannemelijk te maken. Dat is in dit geval niet gebeurd.
Gelet hierop zal de kantonrechter het beroep ongegrond verklaren.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: