ECLI:NL:RBNHO:2025:15236

ECLI:NL:RBNHO:2025:15236, Rechtbank Noord-Holland, 31-12-2025, HAA 25/2217

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 31-12-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer HAA 25/2217
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over openbaarmaking van publieke informatie op grond van de Wet open overheid over klachten over op straat gerichte camera's. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de AP de beschikbare, door eiser bedoelde documenten over op straat gerichte camera’s openbaar heeft gemaakt en dat er niet meer publieke informatie bij de AP over deze aangelegenheid beschikbaar is. De AP hoeft geen nieuwe documenten met door eiser bedoelde overzichten te maken. Eiser krijgt wel een vergoeding voor het betaalde griffierecht omdat de AP na het instellen van beroep een nieuwe beslissing heeft genomen en daarbij aan eiser is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

de Autoriteit persoonsgegevens, de AP

Samenvatting

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/2217

en

gemachtigden: mr. N. Hmoumou en W. van Steenbergen, beiden in dienst van de AP.

Deze uitspraak gaat over openbaarmaking van publieke informatie op grond van de Wet open overheid (de Woo) over klachten over op straat gerichte camera’s. De AP heeft uiteindelijk enige informatie openbaar gemaakt. Eiser is het met de beslissing niet eens omdat hij meent dat de AP over meer publieke informatie beschikt dan aan hem is verstrekt.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de AP de beschikbare, door eiser bedoelde documenten over op straat gerichte camera’s openbaar heeft gemaakt en dat er niet meer publieke informatie bij de AP over deze aangelegenheid beschikbaar is. De AP hoeft geen nieuwe documenten met door eiser bedoelde overzichten te maken. Eiser krijgt wel een vergoeding voor het betaalde griffierecht omdat de AP na het instellen van beroep een nieuwe beslissing heeft genomen en daarbij aan eiser is tegemoetgekomen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eiser heeft op 3 oktober 2024 verzocht om openbaarmaking van informatie op grond van de Woo. De AP heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 13 november 2024 afgewezen onder de overweging dat door eiser gevraagde publieke informatie, neergelegd in documenten, niet was aangetroffen.

Met het besluit van 27 maart 2025 op het bezwaar van eiser (het bestreden besluit 1) is de AP bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit 1.

Bij besluit van 23 mei 2025 (het bestreden besluit 2) heeft de AP opnieuw op eisers bezwaar beslist, omdat zij bij nader inzien van mening is dat het verzoek van eiser ruimer moet worden opgevat dan zij eerder heeft gedaan en dat dan wel publieke informatie over de aangelegenheid voorhanden is. Het bestreden besluit 1 heeft de AP daarom gedeeltelijk ingetrokken en aangevuld, zij heeft het bezwaar alsnog gegrond verklaard en het primaire besluit ten dele herroepen. De AP heeft alsnog enige informatie openbaar gemaakt en het verzoek in zoverre toegewezen. Het bestreden besluit 2 heeft de rechtbank op de voet van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht in de procedure betrokken.

Eiser heeft op 9 juli 2025 meegedeeld zich in het gewijzigde en aangevulde besluit niet te kunnen vinden in zijn gronden van beroep aangevuld.

De AP heeft op 25 juli 2025 gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2025 op zitting behandeld, gelijktijdig met het beroep met zaaknummer HAA 24/6889, die gaat over een klacht van eiser over camera’s in zijn woonomgeving. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de AP.

Primaire besluitvorming en bezwaar: het standpunt van de AP

3.

Op 3 oktober 2024 heeft eiser de AP verzocht om informatie openbaar te maken over het aantal klachten, tips en verzoeken die betrekking hebben op (deurbel)camera’s. Hij wil graag over de afgelopen 5 jaar, gespecificeerd per (deurbel)camera’s in particulier gebruik, althans op straat gerichte camera’s, de volgende gegevens ontvangen:

het aantal klachten over deurbelcamera’s

het aantal klachten over camera’s

het aantal tips over deurbelcamera’s

het aantal tips over camera’s

het aantal handhavingsverzoeken over deurbelcamera’s

het aantal handhavingsverzoeken over camera’s

het aantal toegewezen verzoeken om handhaving

het aantal afgewezen verzoeken om handhaving bij 1e besluiten van de AP

het aantal gehandhaafde afgewezen verzoeken bij besluiten op bezwaar

andere relevante feitelijke gegevens over particulier gebruik van (deurbel)camera’s.

In het primaire besluit heeft de AP overwogen dat na een volgens de AP zo volledig mogelijke zoekslag binnen de verschillende afdelingen de door eiser gevraagde informatie niet is aangetroffen en daarom niet aan het verzoek kan worden voldaan. De AP licht toe niet te beschikken over informatie in documenten, met daarin aantallen over de door eiser beschreven aangelegenheid. Daarnaast vermeldt de AP, onder verwijzing naar uitspraken van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State, dat zij op grond van de Woo niet verplicht is om documenten aan te maken om aan eisers Woo-verzoek te voldoen.

Hiertegen heeft eiser op 25 november 2024 bezwaar gemaakt. Hij heeft zich daarbij – samengevat – op het standpunt gesteld dat de door hem gevraagde documenten wel bestaan. Hij wijst daarbij op nieuwsartikelen van de Volkskrant en op Nu.nl waarin aantallen meldingen over problemen met deurbelcamera’s over 2022 en 2023 genoemd worden die bij de AP binnen zouden zijn gekomen. Bestreden besluit 1

4. De AP heeft het bezwaar van eiser bij besluit van 27 maart 2025 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de AP overwogen dat uit navraag bij verschillende afdelingen binnen de organisatie van de AP volgt dat de door eiser gevraagde aantallen niet in documenten worden bijgehouden. Het recht op informatie op grond van de Woo beperkt zich volgens de AP tot bestaande documenten. De AP is, zo voert zij aan, niet gehouden een document met aantallen per soort camera en uitgesplitst naar tips, klachten en handhavingsverzoeken te vervaardigen. Het is volgens vaste rechtspraak, aldus de AP, aan eiser om aannemelijk te maken dat een dergelijk document wel bij de AP berust. Hierin is eiser met de door hem geuite twijfel volgens de AP niet geslaagd. Daarbij merkt de AP op dat de genoemde aantallen in de artikelen van de Volkskrant en Nu.nl tot stand zijn gekomen door handmatige telling door medewerkers van de AP en niet uit een document komt dat de door eiser verzochte uitsplitsingen bevat.

Bestreden besluit 2

5.

De AP heeft op 23 mei 2025 een nieuw besluit op eisers bezwaar genomen omdat zij bij nader inzien van mening is dat eisers verzoek, gelet op zijn bezwaarschrift, ruimer had moeten worden opgevat. De AP heeft eisers verzoek ook opgevat als een verzoek om openbaarmaking van informatie over aantallen klachten c.q. signalen over camera’s die niet is uitgesplitst tussen deurbelcamera’s en andere camera’s. Omdat de AP beschikt over informatie die valt binnen de ruimere lezing van het verzoek en er geen redenen zijn om die niet openbaar te maken, gaat de AP daartoe alsnog over. Voor het overige laat de AP het bestreden besluit 1 ongewijzigd.

De volgende over de periode van 2020-2024 beschikbare informatie maakt de AP alsnog openbaar:- De AP heeft in 2024 370 klachten en 270 signalen binnengekregen over camera’s van buren.- De AP heeft in 2024 18 nieuwe bezwaren binnengekregen die gingen over camera’s. Daarvan ging er 1 specifiek over een deurbelcamera. - In 2020 waren er 1791 klachten en signalen over camera’s.- In 2023 ontving de AP 253 klachten over camera’s.

Beroepsgronden van eiser

Eiser stelt zich – samengevat – allereerst op het standpunt dat de zoekslag van de AP niet volledig is geweest en dat er meer informatie is of moet zijn dan dat de AP doet voorkomen. Hij voert daartoe aan dat het vreemd en ongeloofwaardig is dat over het jaar 2024 specifiekere gegevens en meer gegevens beschikbaar zijn dan over 2023 en 2020 en over de jaren 2021 en 2022 geen enkele informatie beschikbaar is. Er wordt volgens hem nu slechts een deel van de beschikbare publieke informatie verstrekt over slechts een deel van de periode waarop zijn verzoek zag. Dat de overige gegevens niet zijn aangetroffen, is volgens hem onlogisch. De bij het bestreden besluit 2 door de AP verstrekte informatie komt volgens eiser niet overeen met de eerder aan media verstrekte informatie. Onduidelijk is volgens hem welke informatie nou correct is en of en in welke mate er overlap is met de aan de media verstrekte informatie. De AP spreekt in deze procedure over signalen en klachten, maar niet over meldingen. Volgens de media is bovendien kennelijk wel een splitsing mogelijk in aantallen meldingen over camera’s vs. deurbelcamera’s, terwijl de AP zegt dat die gegevens er niet zijn.

Eiser kan verder de stelling van de AP dat zij niet gehouden is om documenten te vervaardigen niet (geheel) volgen omdat kennelijk wel na handmatig tellen een document is vervaardigd voor de media. Daarbij komt dat bij het bestreden besluit 2 wel gegevens worden verstrekt waarbij de telling en splitsing volgens eiser alsnog heeft plaatsgevonden. Volgens eiser kunnen de bedoelde, door hem verzochte gegevens met enige inspanning worden gehaald uit de automatiseringssystemen die de AP gebruikt. Dit blijkt uit de informatie die aan de media is gegeven en de bij het nieuwe besluit alsnog openbaar gemaakte informatie. Het is eiser niet duidelijk wat het AP tegenhoudt om de overige verzochte (gesplitste) gegevens (van andere jaren) die aanwezig zijn, te verstrekken door die redelijke inspanning alsnog te verrichten.

6.

Eiser verzoekt de rechtbank om de AP te veroordelen tot het binnen een redelijke termijn verstrekken van de door hem verzochte gegevens met een duidelijk overzicht uitgesplitst naar tips, klachten en bezwaren per type camera en per jaar. Hij verzoekt om vernietiging van de bestreden besluiten en veroordeling van de AP in betaling van de door hem gemaakte kosten, geschat op € 400,-.

Verweerschrift

7.

De AP stelt onder verwijzing naar rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de Woo alleen recht geeft op publieke informatie in bestaande documenten. De Woo verplicht er niet toe om documenten te vervaardigen of samen te stellen als die er nog niet zijn. De meldingen, klachten en bezwaren worden niet structureel bijgehouden, zodat niet over elk jaar documenten met die aantallen beschikbaar zijn. De AP wijst daarbij op de in het verleden door de AP periodiek gepubliceerde klachtenrapportages waaruit ook naar voren komt dat registratie niet plaatsvindt op het door eiser genoemde niveau.

Incidenteel stelt de AP wel meer gedetailleerde cijfers samen over bepaalde categorieën meldingen die zij ontvangt. Dit is ook gebeurd ten behoeve van de mediapublicaties waar eiser naar verwijst. De AP is echter niet verplicht om vanwege eisers verzoek soortgelijke aantallen samen te stellen voor andere jaren en /of andere categorieën. De aantallen die wel beschikbaar waren zijn door de AP alsnog openbaar gemaakt.

De informatie die alsnog openbaar gemaakt is, wijkt volgens de AP niet af van de aan de media verstrekte informatie. Er heeft destijds een handmatige telling van telefonische meldingen plaatsgevonden, dit betroffen er 1.050 in 2023 en 800 in 2022. Dat is een andere categorie dan de 253 klachten die zijn binnengekomen in 2023. Dat betreft namelijk geen telefonische meldingen, maar het aantal klachten op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), waarop een schriftelijk besluit moet worden genomen.

Oordeel van de rechtbank

Gevolgen van het bestreden besluit 2 voor het onderhavige beroep

8. De rechtbank stelt voorop dat het bestreden besluit 2 na het indienen van eisers beroepschrift deels in de plaats is gekomen van het bestreden besluit 1. De rechtbank beoordeelt het beroep gelet op artikel 6:19, van de Algemene wet bestuursrecht, als gericht tegen één samengesteld nieuw besluit. Voor zover het bestreden besluit 1 (en het primaire besluit) met het bestreden besluit 2 is gewijzigd, heeft eiser geen belang meer bij beroep tegen die vervallen delen van dat besluit. Het wijzigingsbesluit leidt wel tot een kostenveroordeling.

Kunnen de bestreden besluiten van de AP, voor zover deze in stand zijn gebleven, standhouden?

9. Partijen houdt – samengevat – verdeeld op de eerste plaats de vraag of onder de AP naast de alsnog verstrekte informatie nog meer publieke informatie in bestaande documenten berust als door eiser verzocht. Op de tweede plaats houdt hen verdeeld of de AP overzichten moet vervaardigen van de informatie die onder eisers verzoek valt. Ten aanzien van die geschilpunten overweegt de rechtbank als volgt.

Een bestuursorgaan dient voldoende inzichtelijk te maken hoe het een zoekslag heeft verricht naar door de verzoeker op grond van de Woo verzochte documenten. De AP heeft toegelicht dat zij niet systematisch in documenten overzichten van gegevens bijhoudt over de aangelegenheid als door eiser verzocht. Zij heeft daarnaast binnen de verschillende afdelingen in haar organisatie gezocht naar de informatie, heeft contact opgenomen met de betrokken collega’s en heeft navraag gedaan bij de Woo aanspreekpunten van de verschillende afdelingen. Die zoektocht heeft niet meer documenten opgeleverd dan aan eiser zijn verstrekt. Hiermee is voldoende inzichtelijk gemaakt welke zoekslag zij heeft verricht.

Daarmee is voldoende aannemelijk geworden dat de zoekslag voldoende is geweest en dat er niet meer informatie onder de AP berust dan reeds openbaar is gemaakt. De rechtbank heeft geen grond te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de AP dat zij de door eiser gevraagde gegevens niet (systematisch) bijhoudt in documenten en dat wat wel bijgehouden is en onder eisers verzoek valt openbaar gemaakt is of reeds openbaar was (zoals de jaarverslagen en de klachtenrapportages). In dat geval is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, toch nog (meer) documenten over de aangelegenheid onder het bestuursorgaan berusten. Hierin is eiser niet geslaagd. De enkele stelling dat hij het ongeloofwaardig acht, dat er niet meer informatie over de aangelegenheid als door hem verzocht voorhanden is en dat het zeer wenselijk is dat deze informatie wordt bijgehouden is daarvoor onvoldoende. Hieruit volgt immers nog niet dat de informatie ook daadwerkelijk in bestaande documenten voorhanden is. Ook de stelling dat de informatie die aan de media is verstrekt niet zou overeenkomen met de thans openbaar gemaakte informatie acht de rechtbank ter onderbouwing onvoldoende. De AP heeft ten aanzien van die stelling voldoende overtuigend toegelicht dat die informatie incidenteel in de organisatie was opgevraagd en dat die overzichten qua categorieën verschilde van de categorieën informatie waar eiser om heeft verzocht. Van afwijkende informatie is dus geen sprake, zodat daaruit ook niet volgt dat er meer informatie in documenten onder de AP berust over de aangelegenheid als door eiser in zijn verzoek bedoeld.

De AP voert verder terecht aan dat op grond van de Woo op haar geen plicht rust om ten behoeve van gevraagde openbaarmaking documenten te vervaardigen of samen te stellen als die er nog niet zijn. Het moge zo zijn dat de AP wellicht uit de ter beschikking staande systemen de door eiser gevraagde informatie kan destilleren, maar op grond van de Woo is er geen verplichting voor de AP dergelijke overzichten vanwege eisers verzoek had moeten maken. Dat de AP dit op verzoek van media wel een keer heeft gedaan, leidt niet tot het oordeel dat zij gehouden is, op grond van de Woo, nu overzichten voor eiser te maken. De rechtbank benadrukt daarbij dat in deze procedure alleen een toetsing aan de regels uit de Woo aan de orde is.

De AP heeft gelet op het voorgaande met de aanvulling bij het bestreden besluit 2 compleet op eisers verzoek beslist, omdat niet aannemelijk is geworden dat zij over meer informatie beschikt, die zij openbaar had moeten maken.

Conclusie en gevolgen

1. Het beroep gericht tegen het bestreden besluit 1 voor zover dat is gewijzigd, is niet ontvankelijk. Het beroep voor zover gericht tegen het nieuwe op basis van het resterende bestreden besluit 1 en het bestreden besluit 2 samengestelde besluit is ongegrond. Het bestreden besluit 2 en het door de AP in stand gelaten gedeelte van het bestreden besluit 1 blijven dus in stand.

12. Omdat de AP met het bestreden besluit 2 deels tegemoetgekomen is aan eisers beroep krijgt hij het door hem betaalde griffierecht ter hoogte van € 194,- van de AP terug. Voor toewijzing van de door eiser gevraagde proceskostenveroordeling ziet de rechtbank echter geen aanleiding. Eiser heeft naast het griffierecht verzocht om vergoeding van kosten – inclusief het griffierecht – tot een bedrag van € 400,-. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen dergelijke (gestelde) kosten niet voor vergoeding in aanmerking, zodat die vordering moet worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het gewijzigde deel van bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het door het bestreden besluit 2 gewijzigde een daarmee aangevulde bestreden besluit 1 ongegrond;

- bepaalt dat AP het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.M. Bruin, rechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier en uitgesproken in het openbaar op 31 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan in hoger bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.H.M. Bruin

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?