ECLI:NL:RBNHO:2025:15490

ECLI:NL:RBNHO:2025:15490, Rechtbank Noord-Holland, 21-03-2025, 11314176 \ WM VERZ 24-1418

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 21-03-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 11314176 \ WM VERZ 24-1418
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

De kantonrechter ziet in hetgeen (de gemachtigde van) de betrokkene verder heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11314176 \ WM VERZ 24-1418

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 21 maart 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)

gemachtigde : [gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 21 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.

De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.

Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat er sprake van een onoverzichtelijke situatie en dat betrokkene had moeten worden staande gehouden.

In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Ik zag dat het voertuig op het kruispunt niet de richting volgde die de voorsorteerstrook aangaf. (…) Ik zag dat het voertuig reed op de voorsorteerstrook met de pijl die wees in de richting linksaf. Ik zag dat het voertuig op het kruispunt reed in de richting rechtdoor. Ik heb wel bijzonderheden waargenomen. Sinds eind maart 2023 is men gestart met wegwerkzaamheden aan de Rijksweg te Limmen. (…) Het verkeer wordt al op grote afstand verzocht om de omleidingsroutes te nemen.”

Naar aanleiding van de verweren van betrokkene heeft de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, opgemaakt op ambtsbelofte, is het volgende vermeld: “Op dinsdag 18 april 2023 om 07:52 uur stond ik met een opvalland dienstvoertuig op het fietspad naast de rijbaan om een controle uit te voeren. (…) Omdat er ook meerdere voertuigen waren die dezelfde overtreding beginnen was het niet mogelijk om telkens heen en weer te rijden om een staande houding uit te voeren. Dit zou elke keer minstens tien minuten duren waardoor ik de andere overtredingen niet kon constateren.”

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat er geen sprake is van een onoverzichtelijke verkeerssituatie. Dit blijkt uit de foto in het dossier waarop een kar met een dwangpijl is te zien. Daarnaast voert de vertegenwoordiger van de officier van justitie aan dat de verkeerscontrole zodanig is ingericht dat een staande houding niet mogelijk was. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland welke de vertegenwoordiger van de officier van justitie ter zitting heeft overgelegd.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.

De gemachtigde van betrokkene stelt dat sprake is van een onduidelijke verkeerssituatie, omdat de te volgen route niet was aangegeven door middel van bebording of verkeerstekens. Dat blijkt volgens de gemachtigde ook uit het feit dat meerdere bestuurders de gedraging begingen. De kantonrechter volgt dit standpunt niet op basis van het volgende.

De rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer was afgezet met een mobiele pijlwagen en pionnen. Op de foto van de situatie is te zien dat de pijl en het verkeersbord op de pijlwagen schuin naar links wijzend (bord D02-LO). Dit bord houdt een gebod in voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft. Hiermee is de situatie duidelijk: bestuurders moeten de rijstrook links van de afgezette rijstrook volgen en zodra ze op die rijstrook rijden moeten zij de rijrichting van die strook volgen. Dat wil zeggen: linksaf rijden. Dat er niet met een bord stond aangegeven dat het niet was toegestaan om (alsnog) rechtdoor richting Limmen te rijden, maakt de situatie niet onduidelijk. Uit de pijlen op de weg op de rijstroken voor linksaf volgt namelijk al dat het niet was toegestaan alsnog rechtdoor te rijden. Verder is het niet relevant of andere bestuurders dezelfde gedraging begingen. Iedere weggebruiker die zich niet aan de verkeersregels houdt, loopt namelijk het risico om bekeurd te worden. De kantonrechter heeft daarom geen reden om de boete te matigen.

De gemachtigde van betrokkene stelt verder dat de betrokkene had moeten worden staande gehouden. De kantonrechter is het daar niet mee eens. In dit geval is voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Dit wordt als volgt toegelicht.

Het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant bevat nadere informatie over de omstandigheden op de weg en de verkeersituatie. Uit dat proces-verbaal volgt dat de verbalisant bezig was met een statische controle. Hij bevond zich met een opvallend dienstvoertuig op het fietspad naast de rijbaan, er was een grote verkeersdrukte op en na de kruising en meerdere voertuigen stonden stil op de kruising. Voor de mogelijkheid van staandehouding is de keuze van een ambtenaar voor de wijze waarop een verkeerscontrole wordt uitgevoerd, van belang. Die keuze leent zich alleen voor een uiterst marginale toetsing door de rechter. De hier toegepaste werkwijze (een statische controle) kan die toetsing doorstaan. Dat er bij een statische controle werkwijzen zijn te bedenken waarin de reële mogelijkheid tot staandehouding wel bestaat, betekent niet dat in dit geval staandehouding ook reëel mogelijk was. In de door de verbalisant genoemde omstandigheden was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig en mocht de verbalisant volstaan met het bekeuren op kenteken. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.

De kantonrechter ziet in hetgeen (de gemachtigde van) de betrokkene verder heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond;

‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.J. Lourens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?