RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11323009 \ WM VERZ 24-1456
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 21 maart 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat een opeenstapeling van boetes niet is toegestaan en dat de kosten voor betrokkene daardoor disproportioneel zijn.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat aan betrokkene meerdere boetes in korte tijd zijn opgelegd. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat met ingang van 18 april 2023 het Beleidskader is vervangen door het Beoordelingskader Parket CVOM voor digitale handhaving bij geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beoordelingskader). De redelijkheid wordt getoetst op basis van het nieuwe Beoordelingskader. Weggebruikers zijn te allen tijde verplicht gevolg te geven aan de voor hen geldende verkeerstekens en niet slechts na daartoe eerst te zijn gewaarschuwd. De gedragingen kunnen worden vastgesteld op basis van de foto van de gedraging en de schouwrapporten. Betrokkene had in alle gevallen als bestuurder moeten letten op de bebording. De betrokkene heeft iedere keer opnieuw de keuze om de geslotenverklaring wel of niet te passeren. Er zijn geen andere omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven de boete te matigen, zodat het beroep in alle zaken ongegrond is, aldus de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het handelen in strijd met gesloten verklaring, te weten op 10, 17, 24 en 31 mei (deze zaak) 2023. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant, een foto van de gedraging en schouwrapporten waarop de C1-bebording zichtbaar is. Daaruit blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan en dat de C1 bebording duidelijk zichtbaar aanwezig was. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat deze oplettend is op de aanwezige bebording.
Nu het Beleidskader na 18 april 2023 niet meer geldt, past bij gebrek aan grondslag hiervoor niet (meer) een matiging die in feite standaard wordt toegepast.
De kantonrechter overweegt echter dat twee van de vier boetes, tijdens een eerdere zitting, op voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie zijn vernietigd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van dit oordeel. Daarbij is van belang dat de vertegenwoordiger van de officier van justitie geen standpunt naar voren heeft gebracht over waarom in deze zaken afwijkend zou moeten geoordeeld ten opzichte van de twee eerder behandelde zaken van betrokkene. De kantonrechter oordeelt in het voordeel van betrokkene en ziet, gelet op de omstandigheden, aanleiding om de boete te matigen tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden vernietigd en de boete zal worden gewijzigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene (gedeeltelijk) gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen de kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 1.230,50. Daarbij is voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 907,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00). De in administratief beroep gemaakte proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
De kantonrechter is niet bevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 907,00;
‒ verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: