RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11334924 \ WM VERZ 24-1493
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 21 maart 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde].
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen).
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat de verkeerde feitcode is toegepast. Betrokkene bevond zich links van de doorgetrokken streep, waardoor de feitcode dient te worden gewijzigd naar R617C. Daarnaast stelt gemachtigde van betrokkene dat er sprake is van één en dezelfde gedraging.
In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Ik, verbalisant, zag dat BE een bestelbus inhaalde waarbij zij de dubbele doorgetrokken streep geheel overschreed. (…)
Verklaring betrokkene: Dat deed ik bewust.”
De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat de doorgetrokken streep is overschreden. Dat een andere feitcode van toepassing is, maakt niet uit. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daarnaast heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie op de zitting een uitdraai van Streetview overgelegd en meegedeeld dat hieruit dat de betrokkene voor en na de rotonde de doorgetrokken streep heeft overschreden, waardoor er sprake is van twee afzonderlijke gedragingen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit het aanvullend proces-verbaal en de foto – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit deze stukken kan tevens worden geconcludeerd dat er sprake is van twee afzonderlijke gedragingen.
De kantonrechter ziet aanleiding om de tweede boete te matigen, gelet op de omstandigheden waaronder de gedragingen heeft plaatsgevonden. Daarbij is van belang dat de gedragingen dusdanig kort achter elkaar zijn verricht, waardoor in dit geval de meerwaarde voor het opleggen van een tweede boete ontbreekt. De boete zal daarom worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden vernietigd en de boete zal worden gewijzigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene (gedeeltelijk) gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen de kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 1.230,50. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 323,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 647,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 907,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00).
De kantonrechter is niet bevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.230,50;
‒ verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: