RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11380990 \ WM VERZ 24-1654
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 26 maart 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde].
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt — kort omschreven — als volgt: Negeren inhaalverbod.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden op het standpunt gesteld dat betrokkene zich in een overmachtsituatie bevond. Betrokkene stelt een tractor ingehaald te hebben ter hoogte van hectometerpaal 5.6, waar het inhaalverbod met uitzondering van tractoren geldt. Tussen betrokkene en de tractor reed echter nog een personenauto. Deze personenauto haalde de tractor niet in, waardoor opstopping/hinder voor het overige verkeer ontstond. Betrokkene heeft er toen voor gekozen de tractor in te halen zoals is toegestaan en het inhalen van de personenauto achter de tractor was daardoor onvermijdelijk, maar wel nodig voor de doorstroom.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokkene om op de borden te letten en daarop te anticiperen. Het was niet toegestaan andere voertuigen dan tractoren in te halen. Namens betrokkene is niet aannemelijk gemaakt dat hij niet anders kon dan de andere voertuigen in te halen. Dat er een opstopping zou ontstaan maakt dit volgens de zittingsvertegenwoordiger niet anders.
De kantonrechter constateert dat de uitzondering op het inhaalverbod op de pleeglocatie alleen geldt voor het inhalen van landbouwvoertuigen. Namens betrokkene wordt niet ontkend dat hij, behalve het landbouwvoertuig, ook een personenauto heeft ingehaald. De verbalisant heeft verklaard te hebben waargenomen dat betrokkene zelfs twee personenauto’s inhaalde. In beide gevallen is het handelen van betrokkene in strijd met de uitzondering op het inhaalverbod. Dat betrokkene de voertuigen inhaalde ten behoeve van de doorstroming doet daar niet aan af, en is niet minder verboden. Van overmacht is geen sprake. Ook de verklaring van betrokkene tijdens de staandehouding dat hij de bebording niet heeft gezien komt voor eigen rekening van betrokkene.
De boete is terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: