RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11733308 \ CV EXPL 25-3477
Uitspraakdatum: 24 december 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Elysee Netherlands B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: M.P.A. Roelands
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De verdere procedure
Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de totstandkoming van de prijs van de overeenkomst en over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.
2. De verdere beoordeling
Het prijsbeding
Uit de akte blijkt dat de eisende partij vóór het sluiten van de overeenkomst een prijsopgave aan de gedaagde partij heeft verstrekt met daarin vermeld een ‘vaste’ maandprijs. Daarmee is sprake van een transparant prijsbeding, zodat dit niet ambtshalve door de kantonrechter wordt getoetst op oneerlijkheid.
De algemene voorwaarden
De eisende partij heeft zich in de akte gerefereerd aan het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oneerlijkheid over het incassokostenbeding in artikel 10 lid 2 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
In artikel 9 lid 2 van de algemene voorwaarden staat een prijswijzigingsbeding. Uit de stukken blijkt dat de eisende partij de prijs gedurende de looptijd van de overeenkomst niet heeft gewijzigd, zodat dit beding geen verband houdt met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter dit beding niet toetsen op (on)eerlijkheid.
Het rentebeding in artikel 10 lid 1 van de algemene voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet toegelicht over welke periode deze rente is berekend en waarom. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Conclusie en proceskosten
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 825,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,21;
griffierecht € 340,00;
salaris gemachtigde € 135,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter