RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2025 in de zaak tussen
[B.V.] , uit [plaats] , eiseres
de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer, de burgemeester
Inleiding
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1970
(gemachtigde: mr. L. Lancée),
en
(gemachtigde: mr. M.P. Hoogewerf).
1. Deze uitspraak gaat over een last onder bestuursdwang, namelijk de sluiting van het bedrijf van eiser voor de duur van een maand. De burgemeester heeft deze last opgelegd omdat in het bedrijf of op het daarbij behorende erf zaken zijn aangetroffen die van misdrijf afkomstig zijn. Eiseres is het niet eens met de last onder bestuursdwang en de duur ervan. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het beroep gegrond of ongegrond is.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester op goede gronden de last onder bestuursdwang heeft opgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 3 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is de burgemeester bij het besluit van 5 december 2024 tot sluiting van het bedrijf voor de duur van één maand gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (directeur van eiseres), mr. L. Lancée (gemachtigde van eiseres) en mr. M.P. Hoogewerf (gemachtigde van de burgemeester).
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Op of omstreeks 24 september 2024 en 3 oktober 2024 hebben opsporingsambtenaren een onderzoek gehouden bij het bedrijf van eiseres. Het bedrijf richt zich op de in- en verkoop van sloop- en schadeauto’s en de onderdelen daarvan. Nadat het onderzoek was afgerond is vastgesteld dat op het terrein van eiseres in ieder geval 22 motorblokken zijn aangetroffen die van een misdrijf afkomstig waren. Daarnaast zijn 6 motorblokken en/of versnellingsbakken aangetroffen waarvan het voertuig identificatienummer (VIN) was verwijderd dan wel onleesbaar was.
De burgemeester heeft bij besluit van 5 december 2024 de sluiting van de inrichting (lokaal en bijbehorend erf) voor de duur van één maand gelast.
Eiseres is tegen dit besluit in bezwaar gegaan.
De burgemeester heeft bij beslissing op het bezwaar van 3 maart 2025 de last onder bestuursdwang in stand gelaten. Eiseres is in beroep gegaan en heeft tevens een verzoek bij de voorzieningenrechter ingediend om hangende het beroep een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 mei 2025 (HAA 25/2003, ECLI:NL:RBNHO:2025:5245) is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Beoordeling door de rechtbank
Bevoegdheid sluiting?
4. Eiseres betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was om tot sluiting over te gaan. De sluiting is volgens eiseres onrechtmatig en onvoldoende gemotiveerd. De feiten waarop de sluiting is gebaseerd kloppen namelijk niet.
De burgemeester stelt zich op het standpunt dat hij zijn bevoegdheid tot sluiting ontleent aan artikel 2:80, eerste lid, aanhef en onder b, van de APV. Voorts stelt de burgemeester zich op het standpunt dat de feiten die ten grondslag liggen aan de sluiting voldoende blijken uit de verschillende ambtsedig opgemaakte processen-verbaal.
Naar het oordeel van de rechtbank was de burgemeester op grond van artikel 2:80 APV bevoegd tot het opleggen van de last onder bestuursdwang. Uit verschillende ambtsedig opgemaakte processen-verbaal blijkt namelijk dat in het bedrijf van eiseres zaken zijn aangetroffen die van misdrijf afkomstig zijn. In het dossier bevinden zich een bestuurlijke rapportage van 4 oktober 2024 van twee toezichthouders van de gemeente Haarlemmermeer, een proces-verbaal van bevindingen van 7 oktober 2024 van twee verbalisanten (waaronder een/de hoofdagent van de eenheid Noord-Holland), een proces-verbaal van bevindingen van 26 november 2024 van een brigadier, werkzaam bij de Eenheid Noord-Holland, en een kennisgeving van inbeslagneming van 13 december 2024 van de Officier van Justitie.
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte rapportage, voor zover deze bevindingen eigen waarnemingen van de opsteller van het proces-verbaal weergeven. Als die bevindingen betwist worden, zal moeten worden onderzocht of, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. Nu de betwistingen van eiseres algemeen en niet nader onderbouwd zijn, mocht de burgemeester naar het oordeel van de rechtbank afgaan op de juistheid van de inhoud van de processen-verbaal en rapportages.
De rechtbank merkt nog op dat de zinsnede “van misdrijf afkomstig” niet inhoudt dat een actieve handeling van of namens eiseres is vereist. Het enkel aanwezig hebben van zaken die eerder van een misdrijf afkomstig zijn, zonder dat eiseres daarvan op de hoogte was, is hiertoe voldoende. Nu in het bedrijf van eiseres 22 motorblokken zijn aangetroffen die ooit zijn gestolen, is aan dit criterium voldaan.
De beroepsgrond slaagt niet.
Is sprake van schending van het evenredigheidsbeginsel en is daarbij voldoende rekening gehouden met de mate van verwijtbaarheid van eiseres?
5. Eiseres betoogt dat de last onder bestuursdwang eiseres onevenredig hard treft. Het bedrijf moest een maand dicht. Dat betekent een maand geen inkomsten voor eiseres, terwijl zij 8 à 10 werknemers in dienst heeft die zij wel moet doorbetalen. Ook moet eiseres gewoon de huur betalen. Sluiting leidt verder tot reputatieschade. Volgens eiseres staan deze negatieve gevolgen niet in verhouding tot de overtreding. Daartoe voert de directeur van eiseres ook aan dat geen sprake is van verwijtbaarheid van zijn kant. Hij heeft zich immers niet schuldig gemaakt aan diefstal of verduistering. Hetgeen de burgemeester hierover heeft overwogen in het besluit van 5 december 2024, is volgens hem te kort door de bocht.
De burgemeester stelt zich op het standpunt dat de sluiting voor de duur van een maand terecht is en dat de sluiting ook een geschikte, noodzakelijke en evenwichtige maatregel is. Het met de maatregel beoogde doel kan niet op een andere wijze worden bereikt. Door de sluiting kan de bekendheid van het bedrijf op dit adres als locatie waar van misdrijf afkomstige zaken kunnen worden verhandeld en voorhanden zijn, doorbroken worden. Ook kan de loop naar het bedrijf op deze wijze eruit worden gehaald. Door de sluiting zal ook het leef- en ondernemersklimaat rondom het bedrijf beschermd worden en de sluiting kan ervoor zorgen dat de openbare orde en veiligheid hersteld wordt. Verder stelt de burgemeester zich op het standpunt dat (de directeur van) eiseres een verwijt kan worden gemaakt. (De directeur van) eiseres had kunnen controleren of de motorblokken van een misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel. Dat beginsel is bedoeld om onnodig zware gevolgen te voorkomen in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Kort gezegd moet de burgemeester bij een evenredigheidsbeoordeling zich ervan vergewissen dat de sluiting en de duur ervan met het oog op de aangegeven doelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Bij het criterium geschiktheid wordt o.a. gekeken of de sluiting als middel geschikt is om bepaalde doelen te bereiken. De rechtbank acht sluiting een geschikt middel om de door de burgemeester beoogde doelen te bereiken. De burgemeester heeft daarbij de beleidsregel ‘Beleidsregel exploitatievergunningplicht aangewezen gebieden, gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten 2024’ toegepast. Op grond van artikel 6 van deze beleidsregel beveelt de burgemeester de sluiting van een gebouw en het daarbij behorende erf voor de duur van één maand indien zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid APV.
Bij het criterium noodzakelijkheid is de centrale vraag of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan omdat het doel daarmee ook had kunnen worden bereikt. Voor zover eiseres betoogt dat de burgemeester had kunnen volstaan met een waarschuwing of een last onder dwangsom, is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester voldoende heeft onderbouwd waarom deze middelen in dit geval niet toereikend waren. Een ander middel, zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom sorteert niet hetzelfde effect én signaal naar de buitenwereld als een sluiting. Voor de buitenwereld verandert dan niets. De openbare orde en veiligheid komt dan nog steeds in gevaar, mede omdat de ‘loop’ naar het bedrijf van eiseres, er dan niet uit wordt gehaald.
Bij het criterium evenwichtigheid moeten de voor eiseres nadelige gevolgen van een sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. Daarbij speelt de mate van verwijtbaarheid een rol. Eiseres en de burgemeester verschillen van mening over de vraag of eiseres voldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat in het bedrijf zaken voorhanden waren die door misdrijf waren verkregen.
Vast staat dat in het bedrijf 22 motorblokken zijn aangetroffen die van misdrijf afkomstig zijn. Daarnaast zijn nog 6 motorblokken aangetroffen waarvan het VIN was verwijderd, althans niet aanwezig was. Eiseres heeft dit ook niet weersproken. Zij heeft alleen aangevoerd dat zij niet wist dat deze motorblokken van misdrijf afkomstig waren omdat zij dit niet kan nagaan bij gebrek aan een landelijk registratiesysteem.
De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een zekere mate van verwijtbaarheid. Verwijtbaarheid is aanwezig als eiseres niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar mocht worden verwacht om de overtreding te voorkomen. De directeur van eiseres heeft erkend dat hij behoudens het aan- en afmelden van voertuigen bij de RDW geen controles heeft uitgevoerd op de voertuigen en de onderdelen daarvan. Hoewel een landelijk registratiesysteem ontbreekt, had de directeur van eiseres meer kunnen doen om te achterhalen of de motorblokken van misdrijf afkomstig waren. In de hoedanigheid van professionele handelaar in auto(‘s)(onderdelen) had de directeur van eiseres contact kunnen opnemen met de importeur of fabrikant van de onderdelen en de productnummers daar kunnen checken. Hij heeft dat niet gedaan omdat hij dat te omslachtig vond. Hierdoor kan niet gezegd worden dat de directeur van eiseres alles heeft gedaan wat redelijkerwijze van hem verwacht mocht worden om deze situatie te voorkomen. Daarmee is sprake van verwijtbaarheid en is de rechtbank van oordeel dat de door de burgemeester opgelegde maatregel evenwichtig is.
De burgemeester heeft een belangenafweging gemaakt, met enerzijds de financiële consequenties die een sluiting met zich meebrengt, en anderzijds het (algemeen) belang om (onder andere) de loop eruit te halen en het beschermen van de veiligheid van de omgeving en de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester de belangen van eiseres ondergeschikt heeft kunnen achten aan de algemene belangen.
De beroepsgrond slaagt niet.
Is het bestreden besluit onjuist?
6. Eiseres heeft op de zitting betoogd dat de burgemeester alleen het adres [adres 1] in zijn besluit heeft opgenomen terwijl eiseres ook haar bedrijf voert op het adres [adres 2] . Eiseres verwijst daarvoor naar de huurovereenkomst. Hierdoor is eiseres benadeeld. Uiteindelijk heeft de burgemeester ook alleen het adres [adres 1] gesloten.
De burgemeester heeft toegelicht dat hij inderdaad alleen het adres [adres 1] heeft gesloten. De burgemeester ziet niet in op welke wijze eiseres daardoor is benadeeld.
De rechtbank ziet niet in op welke wijze eiseres is benadeeld doordat de burgemeester uitsluitend het adres [adres 1] heeft gesloten. Het betekent dat eiseres haar werkzaamheden op het adres [adres 2] heeft kunnen voortzetten en dat eiseres in zoverre geen schade heeft geleden. De beroepsgrond slaagt niet.
De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. I.A. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:4 Awb
1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Artikel 3:46 Awb
Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.
Artikel 174 Gemeentewet
Artikel 2:80, eerste lid, onder b, APV Haarlemmermeer 2021
1. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw en een daarbij behorend erf als daar:
(…)
b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;
Beleidsregel exploitatievergunningplicht aangewezen gebieden, gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten 2024
Artikel 6, eerste lid, Beleidsregel
1. Indien zich één van de situaties voordoet als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van de verordening, dan beveel ik bij de eerste constatering de sluiting van het gebouw en het daarbij behorende erf voor de duur van ten minste één maand.